De leer van drie-eenheid

4

De “leer van drie-eenheid” is in de Bijbel niet te vinden. Met enige regelmaat moet ik (Wim de Goeij) reageren op de leer van drie-eenheid of anders gezegd de drie-eenheidsleer. Onder andere (bijna) ex-Jehovah’s Getuigen komen er mee. Het is eigenlijk vreemd dat ik in moet gaan op een leer die helemaal niet in de Bijbel gevonden kan worden. Maar omdat deze leer zo wijdverbreid is, wil ik er toch aandacht aan besteden. Mede omdat ik bij het onderwerp drie-eenheid altijd zeg dat goede bijbelstudie aantoont dat de ons overgeleverde leer van drie-eenheid bepaald geen representatieve weergave is van het “Wezen Gods”. Die weergave krijgen we wel als God Zelf dit in ruime mate uitlegt in Zijn Woord de Bijbel. Aan gelovigen ín Christus openbaart Hij zich.

De helaas zo vaak gepromote “leer van de drie-eenheid” is een leer vanuit mensen. Dit is eenvoudig vast te stellen, omdat de leer door mensen geformuleerd, opgeschreven en steeds weer doorgegeven is. In de Bijbel is deze leer op geen enkele manier te vinden. Er wordt door aanhangers van de in de kerken geleerde drie-eenheidsleer wel naar de Bijbel verwezen, maar dat zegt niets, zoals uit bestudering van de argumentatie blijkt. Men sleept de bijbelteksten en bijbehorende conclusies er met de haren bij. Alleen als je vooringenomen bent, dan wil je de drie-eenheidsleer bevestigd zien, bijvoorbeeld (er zijn meer voorbeelden) in het verhaal (Genesis 18) van de drie mannen die – onder de Naam HEERE (Jehovah) bij Abraham op bezoek kwamen. Maar dat het daar zou gaan om de Goddelijke drie-eenheid Vader, Zoon en Heilige Geest, is niets anders dan er achteraf ingelegd om het eigen idee te “bewijzen”. Uiteraard is dit iets waar wij ver weg van zouden blijven. Eén bijbeltektst die bijna altijd wordt genoemd is die van 1 Johannes 5 : 7 en het eerste deel van vers 8:

Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
En drie zijn er, die getuigen op de aarde, …

In feite is dit de enige tekst die voorstanders van de drie-eenheidsleer kunnen gebruiken. Maar dat kunnen ze beter niet doen. Hier staat namelijk sowieso niet de triade “Vader, Zoon en Heilige Geest”. Er staat “Vader, Woord en Heilige Geest”. “Woord” heeft dan in de verklaring ineens plaats gemaakt voor “Zoon” en dat in de 3 brieven van Johannes waarin “Zoon” 21 x voorkomt. Waarom juist hier dan niet? Als al ergens “Zoon” had moeten staan om de Triade weer te geven, dan had dat op deze plaats moeten zijn. “Woord” heeft in de Bijbel een andere invulling dan “Zoon”. Zomaar “uitruilen” van “Woord” voor “Zoon” is niet terecht.

Het bovenstaande mag je overigens direct weer vergeten, want 1 Johannes 5 vers 7 en vers 8 deel 1 is algemeen erkend als een toegevoegd vers, dat slechts in een enkel afschrift van veel latere datum te vinden is. In de christelijke wereld bestaat inmiddels geen enkele twijfel meer dat dit vers later is toegevoegd. Een hardnekkig misverstand, dat zelfs de zeer gewaardeerde Statenvertalers te pakken heeft gehad. Dat wil zeggen, ook zij hebben dit vers laten staan. Helaas is deze fout in de afschriften van de Bijbel blijven bestaan. Problematisch is dit niet, als je tenminste iets verder kijkt en onderzoek doet. Dan is het zeer eenvoudig te vinden dat 1 Johannes 5 : 7 en 8 deel 1 niet in de Bijbel thuishoort. Zelfs in reformatorische kringen weet men dit, zoals o.a. blijkt uit deze aanhaling:

De Generale Synode van Arnhem (1981) besloot op advies van prof. J. Kamphuis de kerken voor te leggen of het wel juist is 1 Johannes 5:7-8 onder het bewijsmateriaal in NGB, art. 9, te handhaven. In augustus van hetzelfde jaar zette de toenmalige lector drs. J.A. Meijer in twee Reformatie-artikelen uiteen dat de zinsnede over de drie hemelse getuigen uit 1 Johannes 5:7-8 in geen enkel betrouwbaar Grieks handschrift voorkomt (1 en 15 augustus 1981).

Je kunt zelf meer over dit onderwerp vinden in naslagwerken en via internet. Ik ga er verder niet op in, behalve dan hoe 1 Johannes 5 dan wel hoort te zijn volgens de oorspronkelijke manuscripten van het Nieuwe Testament. Dan zie je ook de “natuurlijke doorloop” van het oorspronkelijke gedeelte rondom vers 6-9.

Dit geweldige hoofdstuk gaat overigens geheel en al over de opgestane en tot hoogste Naam boven alle Naam verheven Jezus de Christus, die uit God is; Die God ís. Het gaat over Zijn komst in de wereld, t.b.v. eeuwig leven voor wie Hem liefhebben (= geloven en vasthouden wat Hij ons aanbiedt). Het gaat over Wedergeboorte ín de Here Jezus Christus.

1 Een ieder, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een ieder, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.
2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren.
3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.
4 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
5 Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?
6 Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.
7, 8 … , de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
9 Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder; want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.
10 Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.
11 En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.
12 Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.
13 Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.
14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.
15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.
16 Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.
17 Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood.
18 Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de boze vat hem niet.
19 Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze.
20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.

God openbaart zich in de Here Jezus Christus alleen. Wij (geldt alleen voor gelovigen in Hem) weten (ons is het verstand gegeven) dat wij uit God Zijn. Uit Hem geboren zijn.

Wij kennen de Waarachtige (God Zelf) in Zijn Zoon Jezus Christus. Wij zijn ín de Waarachtige, namelijk in Jezus Christus. En dan nog maar een keer ter bevestiging, in vers 20:

Déze (slaat op “Zijn Zoon Jezus Christus” uit de vorige zin) is de waarachtige God, het eeuwige leven.

Daarover gaat het hoofdstuk en werkelijk in geen enkel opzicht over een drie-eenheid zoals die in de bekende kerken geleerd wordt.

Als we de geschiedenis bekijken van dit al vele eeuwen oude onderwerp, dan is het nog wel enigszins te begrijpen dat men uiteindelijk tot een soortement van definitie van “De Godheid”, oftewel het “Wezen Gods”, wilde komen. Lees de kerkgeschiedenis er maar op na. Het onderwerp was lange tijd een echte splijtzwam. Bijna vanaf het vroege begin van “het Christendom” is er gedoe geweest over de Godheid. Ene “Arius” (begin van “Arianisme”) speelt daarin een stevige en ook bedenkelijke rol. Opmerkelijk is dat de Jehovah’s Getuigen deze Arius als één van de zes voorlopers aanwijzen van, wat ze noemen de stichter van hun beweging, C.T. Russel. In het boek Pastor Russell’s Sermons (Brooklyn: International Bible Students Association, 1917), staat m.b.t. Russel op pagina 2:

Zijn verklarende geschriften over de Bijbel zijn veel meer uitgebreid dan de gecombineerde geschriften van Paulus, Johannes, Arius, Waldo, Wycliff en Martin Luther, de zes boodschappers van de kerk die hem voorafgingen.

De Jehovah’s Getuigen accepteren nog steeds zo ongeveer de uitleg van de Godheid die Arius verkondigde en die uiteindelijke zelfs leidde tot twee concilies in de vierde eeuw.

Er is dus veel rumoer omtrent “De Godheid”. Jammer, want dat was helemaal niet nodig geweest. In ieder geval niet sinds de mens de beschikking heeft over het complete Woord Gods, de Bijbel. Gewoon accepteren wat daarin staat over de Zichzelf openbarende Schepper van hemelen en aarde en Zijn Plan ín Christus op weg naar een Nieuwe Schepping, of je het nu begrijpt of niet. Want daar gaat het vaak al meteen fout. Men begrijpt iets niet en denkt dan dat dit niet begrijpen de maatstaf is. Vervolgens zoekt men een bevredigende verklaring, die men wel zegt te begrijpen. Dat groeit uit tot leerstelling en nog een stukje verder tot dogma, waar men vervolgens niet of maar heel moeilijk van af komt. En zo heeft men Gods Woord ingeruild voor dat van mensen.

Wat zegt de leer van de drie-eenheid?

Maar wat leert die officiële kerkelijke drie-eenheidsleer nu eigenlijk? De officiële tekst staat o.a. in de geloofsbelijdenis van Athanasius. (Zie ook: https://www.gkv.nl/geloven/belijdenissen).

De volledig tot dogma verheven geloofsbelijdenis van Athanasius, die de kerken ook nu nog opleggen aan hun leden om behouden te zijn, wat zeer kwalijk is, is de volgende:

(1) Al wie behouden wil worden, moet voor alles het algemeen geloof vasthouden;

(2) als iemand dit niet volledig en ongeschonden bewaart, zal hij ongetwijfeld voor eeuwig verloren gaan.

(3) Het algemeen geloof nu is dit, dat wij de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid vereren,

(4) zonder de Personen te vermengen of het wezen te delen.

(5) Want de Persoon van de Vader en die van de Zoon en die van de Heilige Geest zijn van elkaar onderscheiden,

(6) maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één goddelijkheid, gelijke heerlijkheid, dezelfde eeuwige majesteit.

(7) Zoals de Vader is, zo is de Zoon, zo is ook de Heilige Geest.

(8) Ongeschapen is de Vader, ongeschapen de Zoon, ongeschapen de Heilige Geest;

(9) onmetelijk is de Vader, onmetelijk de Zoon, onmetelijk de Heilige Geest;

(10) eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon, eeuwig de Heilige Geest.

(11) En toch zijn Zij niet drie eeuwigen, maar één eeuwige;

(12) zoals Zij niet drie ongeschapenen of drie onmetelijken zijn, maar één ongeschapene en één onmetelijke.

(13) Evenzo is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig;

(14) en toch zijn Zij niet drie almachtigen, maar één almachtige.

(15) Zo is de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God;

(16) en toch zijn Zij niet drie Goden, maar één God.

(17) Zo is de Vader Here, de Zoon Here, de Heilige Geest Here;

(18) en toch zijn Zij niet drie Heren, maar één Here.

(19) Want zoals de christelijke waarheid ons noodzaakt elke Persoon afzonderlijk als God en als Here te belijden, zo belet het algemeen geloof ons van drie Goden of Heren te spreken.

(20) De Vader is door niemand gemaakt of geschapen of voortgebracht.

(21) De Zoon is door de Vader alleen, niet gemaakt of geschapen, maar voortgebracht.

(22) De Heilige Geest is door de Vader en de Zoon niet gemaakt of geschapen of voortgebracht, maar Hij gaat van hen uit.

(23) Eén Vader dus, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.

(24) En in deze Drieéenheid is geen sprake van eerder of later, noch van meer of minder, maar alle drie Personen zijn aan elkaar gelijk in eeuwigheid en in hoedanigheid.

(25) Daarom moet, zoals reeds gezegd werd, in alle opzichten zowel de Eenheid in de Drieheid als de Drieheid in de Eenheid vereerd worden.

(26) Wie dus behouden wil worden, moet wat betreft de Drieëenheid deze overtuiging hebben.

(27) Maar het is voor zijn eeuwig behoud noodzakelijk dat hij ook de vleeswording van onze Here Jezus Christus oprecht gelooft.

(28) Het ware geloof is nu, dat wij geloven en belijden, dat onze Here Jezus Christus, Gods Zoon, God en mens is.

(29) God is Hij uit het wezen van de Vader, voortgebracht voor de tijden, en mens is Hij uit het wezen van zijn moeder, geboren in de tijd;

(30) volkomen God en volkomen mens, met een menselijke ziel en een menselijk lichaam;

(31) gelijk aan de Vader naar zijn goddelijke natuur, minder dan de Vader naar zijn menselijke natuur.

(32) En hoewel Hij God en mens is, is Hij toch niet twee, maar één Christus.

(33) Eén is Hij, echter niet doordat zijn goddelijke natuur in de menselijke veranderde, maar doordat Hij als God de menselijke natuur aannam.

(34) Eén is Hij, volstrekt niet door vermenging van naturen, maar door eenheid van Persoon.

(35) Want zoals ziel en lichaam één mens zijn, zo zijn God en mens één Christus.

(36) Hij heeft geleden voor ons behoud, is neergedaald in de hel en op de derde dag opgestaan uit de doden.

(37) Hij is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.

(38) Bij zijn komst zullen alle mensen opstaan met hun lichaam en zij zullen rekenschap afleggen van hun daden.

(39) En zij die het goede gedaan hebben, zullen het eeuwige leven ingaan, maar zij die het kwade gedaan hebben, het eeuwige vuur.

(40) Dit is het algemeen geloof. Wie dit niet oprecht en standvastig gelooft, zal niet behouden kunnen worden.

Zo, daar kunt je het als lid van een kerkelijke organisatie mee doen. Wie al het bovenstaande niet accepteert, zal niet behouden worden, zegt men. Dat is nogal een boude uitspraak, die echter in schril contrast staat met de simpele woorden van de Here Jezus, o.a. in Johannes 6:

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.

Hoewel er zeker ook Bijbelse waarheden in staan, is wat mij betreft zo’n geloofsbelijdenis een onding. Het zorgt alleen maar voor menselijke dogma’s, inclusief het ruim qua tekst bemeten deel over de “Drieheid in de Eenheid”, dat dus helemaal niet zo in Gods Woord te vinden is.

Als gelovigen hebben wij niets anders nodig dan Gods Woord. Sola Scriptura, alléén de Schrift. En die Schrift wijst op maar Eén Naam: de Here Jezus Christus. De apostel Paulus heeft het in Handelingen 4 over Hem, als hij zegt:

En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

De zojuist weergegeven geloofsbelijdenis, met daarin de drie-eenheid komt, in mijn eigen woorden en in het kader van deze verhandeling, in hoofdzaak neer op het volgende:

  • God, de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest zijn drie Personen, maar toch ook Één Wezen.
  • Ze zijn Alledrie verschillend, maar toch ook gelijk aan elkaar.
  • Ze zijn Alledrie eeuwig en dat vanuit één en hetzelfde begin. Er zit dus geen (tijds)verschil tussen “begin” en eind”. Er is ook geen verschil van “rangorde”.

Er is dus Één Ware God, bestaande uit Drie Personen, die op een of andere wijze “gezien” kunnen worden. Dat voedt ongetwijfeld de gedachte dat God, de Vader, een “grijze man met een baard” is en dat de Zoon daarnaast bestaat. Hoe het dan weer met de Heilige Geest zit, is in zo’n “plaatje” onduidelijk. En dat geeft de Jehovah’s Getuigen weer de gelegenheid om de Heilige Geest niet langer als Persoon (dat is Hij in de Bijbel wel) te zien, maar alleen als een “werkzame kracht”… of wat dat ook moge zijn. Er wordt – zeker door de Jehovah’s Getuigen – biologie van gemaakt, in de zin van dat er in de hemel werkelijk een Vader en Zoon (twee Wezens dus) zouden zijn, zoals wij dat hier op aarde kennen bij een biologische vader en zijn zoon.

De Jehovah’s Getuigen leren dat alléén de Vader de Naam Jehovah draagt, hoewel dit werkelijk nergens in de Bijbel zo genoemd wordt. De Here Jezus heeft het alleen over dé Vader. Hij wist namelijk wel, in tegenstelling tot zovelen daarna, wat de woorden Vader en Zoon in de Bijbel in hoogste instantie betekenen. Niet éénmaal noemt hij de constructie “Jehovah de Vader”, “Vader Jehovah” of “Jehovah Mijn Vader”. En dat is toch wel vreemd als die alleenstaande Naam Jehovah zó belangrijk zou zijn, zoals de Jehovah’s Getuigen beweren. Dat Jehovah van begin tot eind in Gods Heilsplan “de Vader” is, is geheel een eigen interpretatie van het wachttoren-genootschap. Een interpretatie die de grootheid van de Godheid volledig tekort doet. Men gaat ook voorbij aan de vooruitwijzing (Jesaja 9 : 5) naar het Nieuwe Verbond, naar de Nieuwe Schepping, met daarin een Vader tot in de eeuwigheid:

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Jesaja profeteert dat er een kind geboren zou worden, die later Zoon (Erfgenaam) zou worden, waarbij de volledige heerschappij hoort, geïllustreerd in o.a. de benamingen “Sterke God” en “Vader (het Begin) der eeuwigheid.”

Een Schriftuurlijke onderbouwing dat de Éne Ware God, bestaat uit Drie Personen, die op een of andere wijze “gezien” kan of kunnen worden, is niet te vinden. Wat er wel heel duidelijk te vinden is, is dat er maar Één Ware God is, de Schepper van hemelen en aarde. Die God is niet te zien. Hij woont in een “ontoegankelijk licht”, schrijft Paulus aan Timótheüs:

…. onzen Heere Jezus Christus;
Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;
Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

Het is de Here Jezus Christus die de onzichtbare God “zichtbaar” maakt. De allerhoogste God is groter dan de beschrijving in mensentaal toelaat. Hij is niet bekend onder slechts Één Naam. God drukt Zich naar de mens uit op meerdere wijzen (Hebreeën 1), maar sinds de aanstelling (bij Zijn opstanding) van de Here Jezus tot Zoon en tot Christus, toont Hij Zich alleen in Die Naam en in de Gestalte (uitgedrukte beeld) dat daarbij hoort. Ook dat is Hebreeën 1.

In Hebreeën 2 en Filippenzen 2 legt de Apostel Paulus uit dat God, Die de wereld met Zichzelf verzoenende is ín Christus, Zichzelf – voor een korte tijd – van Zijn Godheid ontdeed toen Hij in de gestaltenis van Jehovah, naar de aarde kwam om als volkomen mens (ontdaan van Heerlijkheid) de loopbaan des geloofs te lopen. Hij werd niet voor niets al in het Oude Testament aangekondigd als “Immanuël” (God met ons) en via de Naam Jezus (Jehovah redt) wordt ons duidelijk gemaakt dat het Jehovah Zelf is Die tot “de Zijnen” kwam als mens van vlees en bloed, geboren uit een maagd. Dat moest zo zijn, omdat deze mens (de wettige Erfgenaam van Adam) o.a. moest sterven, conform het Plan Gods.

De begrippen Vader, Zoon en Heilige Geest

Het probleem van het niet begrijpen van de Godheid heeft veel te maken met het niet begrijpen van wat de begrippen “Vader”, “Zoon” en “Heilige Geest” in de Bijbel betekenen. Met nadruk op ín de Bijbel, want wat de mens onder deze begrippen verstaat is niet belangrijk. God legt ons uit wat Hij met het noemen van deze begrippen bedoelt. In dit verband wil ik dat kort vermelden, maar maak er gerust zelf een uitgebreide bijbelstudie van. In ieder geval heeft het niks met biologie te maken.

God = de Onzichtbare, Schepper van hemelen en aarde. Hij sprak (Woord) en daarmee was het er. Er is maar Één Ware God. Dat noteert Hij dikwijls in Zijn Woord, de Bijbel. Hij is altijd.

Vader = God, Die Zijn Plan, uitmondend in de Nieuwe Schepping, reeds vóór de “nederwerping der wereld” heeft gemaakt. Hij is in Gods Plan het Begin, de Ontwerper, de Erflater. Hij is de Vader  (Bedenker / Vormgever, van wat allemaal nog uitgevoerd zou moeten worden in Zijn Heilsplan.

Zoon = God, Die Zijn Plan (dat van de Vader) vanaf de start van de Nieuwe Schepping (= opstanding Here Jezus) uitvoert. Hij is in Gods Plan de Bouwer (“Ben” in het Hebreeuws), het Begin van de Nieuwe Schepping, dé Erfgenaam.

Jezus van Nazareth in het vlees was niet dé Zoon (de Erfgenaam). Dat werd hij pas bij Zijn opstanding. Eerder niet. Toen werd Hij ook de Zoon (Erfgenaam) van David, Abraham en Adam.

Tussen geboorte en overlijden was hij God niet. God had Zijn Heerlijkheid afgelegd voor die korte tijd. Jezus was volkomen mens en moest eerst uit de Schriften leren wie Hij was en welke taak er voor hem weggelegd was. Jezus moest ook zelf de Woorden Gods geloven en dat deed hij. Vandaar ook dat Paulus het in o.a. Galaten 3 : 22 zo prachtig kan verwoorden:

Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; …

Hij kreeg de Naam “Here (Jehovah) Jezus Christus”, bij Zijn opstanding van tussen de doden uit. Dat was ook het moment van zijn aanstelling tot Christus, conform de Schriften.

De aanstelling tot Christus (Messias), markeert het aanbreken van het Nieuwe Verbond, de Nieuwe Schepping in Christus, die onvergankelijk is.

Handelingen 2, 4 en 13 bespreken o.a. het voorgaande.

God verzoent Zichzelf met “de wereld” ín Christus, leert Paulus in 2 Korinthe 5:

Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.

En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.

Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.
Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Al wat de onzichtbare God spreekt of doet, spreekt of doet Hij alleen ín of onder de volledige Godsnaam, de Here Jezus Christus (Zie o.a. Handelingen 2 en 4). Dat is de “Gestaltenis Gods”, de uiterlijke vertoning van het Wezen Gods, waar een ieder van ons mee te maken heeft. Er is geen andere naam, nu niet en voor altijd niet, want de Nieuwe Schepping is blijvend.

Heilige Geest = God, Die niet zichtbaar is. In het verborgene – onzichtbaar – doet Hij Zijn werk. Sinds de opstanding is de Heilige Geest niemand anders dan de Here Jezus Christus. Hij werkt aan Zijn Gemeente (Lichaam) in deze tijd, de tijd van de “bedeling der genade” (Efeze 3 : 2), die loopt vanaf Zijn opstanding tot aan het eind van de 70-ste jaarweek, de bekering van Israël. Dat laatste is dus nog toekomst.

De Heilige Geest is een “Hij” in de Bijbel. Kijk het maar na. Uiteraard, want het is de Here Jezus Christus Zelf, die in Johannes 17 aankondigde dat Hij zijn volgelingen niet alleen zou laten na Zijn heengaan. Zij en wij zien Hem echter niet (of niet meer) met letterlijke ogen, maar, zegt Paulus in Efeze, wel met “verlichte ogen des verstands”:

Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis;
Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;
En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,

Mijn conclusie omtrent de leer van de drie-eenheid

Zowel het dogma van de drie-eenheidsleer, als de leer van Jehovah’s Getuigen omtrent de Godheid wijs ik met kracht af. Beide leerstellingen zijn Bijbels niet te onderbouwen. Helemaal buiten proportie is dat deze menselijke theorieën geloofd moeten worden om behouden te zijn. Dat geldt zowel voor de traditionele kerken als voor de Jehovah’s Getuigen. Beide gaan hun boekje ver te buiten door gelovigen in Christus te verplichten deze leringen te aanvaarden. Dat er geen behoud zou zijn voor degenen die de geloofsbelijdenis der kerken of de leer van Jehovah’s Getuigen omtrent Jehovah, Jezus en Heilige Geest, niet aanvaarden, is wat mij betreft niets anders dan blasfemie. Ja, inderdaad, Godslastering, omdat men Zijn Woord direct volledig tegenspreekt met dit soort beweringen.

Doordat er zoveel “omheen gebreid” is en al zo lange tijd, is het onderwerp “de Godheid” of het “Wezen Gods” voor velen vaak enorm moeilijk te begrijpen. En dat terwijl het onderwerp in basis heel simpel is, ook al snappen wij niet alles over hóe iets mogelijk is geweest. Maar dat is ook nooit de eerste zorg als het gaat om het verstaan van Gods Woord. Wij zouden in de eerste plaats geloven wat er staat, ook al snappen we er niks van. De Heilige Geest (Christus Zelf) zal het ons “te Zijner tijd” verklaren, daar mogen we zeker van zijn. Maar dat werk kan Hij niet doen als we zelf iets bedenken of in de praktijk ons laten vangen door “kunstig verdichte fabelen”, zoals Petrus dit zegt:

Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onzen Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit.
Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.

Wie zich onderwerpt aan religie, aan menselijke gedachten, onderwerpt zich in de praktijk niet aan de Here Jezus Christus alléén en dus niet aan de Ware God Zelf. Denk daar alsjeblieft goed over na bij het bestuderen van dit onderwerp.

Aangezien dit artikel bepaald niet de pretentie heeft volledig te zijn, bij lange na niet zelfs, er is nog zoveel te vinden omtrent de Godheid, raad ik aan om echte bijbelstudie te doen. Maar dan wel zonder de “bril” op van de traditionele kerken of die van het wachttorengenootschap. Vraag de Here Jezus Christus Zelf of Hij ín de Heilige Geest je inzicht in de Schrift wilt geven. Een dergelijk oprecht gedane bede zal Hij altijd positief beantwoorden.

Tip: luister eens naar de gesproken bijbelstudies van het Nederlands Bijbelstudie Centrum over dit onderwerp. Van harte aanbevolen!

De Goddelijke drie-eenheid

Jehovah en Jezus

Ik zal zijn, die ik zal zijn


Dit artikel is ook te downloaden als PDF.


De leer van drie-eenheid

drie-eenheid

(Bekeken: 323 keer, 2 x vandaag)
Share.

About Author

Wim de Goeij

Ik geloof al wat de Heer gesproken heeft in Zijn Woord de Bijbel. Als wedergeboren kind van God is het mijn doel dat Woord te onderzoeken en goed te verstaan. Ik hou niet van religie en ben niet verbonden aan enige denominatie.

4 reacties

  1. Pingback: Jezus Christus is schepsel volgens Jehova Getuigen

  2. Het wordt je door sommigen van het gelovige volk niet bepaald in dank afgenomen dat je thema’s als deze aansnijdt. Want hoe durf je te tornen aan een van de basisdogma’s van de kerk?
    Zoals je laat zien is er geen Bijbelse basis voor, (alsof er een andere basis zou zijn) en daar gaat het maar om!

  3. Pingback: Even flink de waarheid zeggen - Stichting Vlichthus

Leave A Reply