Vaccinatie en andere indoctrinatie vanuit de overheid

Vaccinatie

Vaccinatie en andere indoctrinatie vanuit de overheid. Maak vooral uw eigen keuzes. Maar denk alstublieft na! Waarop baseren wij onze keuzes? Denken we zelf na, of doen we maar wat iedereen doet of wat men van ons verwacht? Of u uw kinderen laat vaccineren …? Ik laat het helemaal aan u. Wel vind ik de huidige trend, waarbij de overheid volgens mensen bepaalde zaken moet verplichten, erg zorgwekkend. We kunnen er niets tegen doen, het gaat zoals het door de profeten beschreven staat, we zien het zich voor onze ogen voltrekken. Maar we hebben wel de keuze: maken we er deel van uit, of kiezen we voor iets beters?

Tot de periode van de Verlichting (1650 tot ruwweg 1800) en ook tijdens de Industriële Revolutie (grofweg de 19e eeuw) was het christelijk gedachtegoed toonaangevend; hierin is de laatste eeuw een kentering gekomen. Waar andere landen honderd jaar geleden al vooropliepen met de ontwikkelingen die de greep van de overheid op de burgers versterkten, is dit in ‘het Vrije Westen’ lange tijd tegengehouden, maar daar komt langzamerhand verandering in. Dat Westen volgt de voorheen zogeheten ‘Tweede-Wereldlanden’ steeds meer na.

China, bij uitstek atheïstisch, communistisch en humanistisch, is zo ongeveer het tegenovergestelde van humaan. Vreemd genoeg geldt dit voor vrijwel alle landen die zeer religieus zijn. Sommige tolereren slechts één officiële religie. Over het algemeen zijn dat landen met een zeer dominante autoritaire staatsvorm. De burger is er in die landen voor de staat; de inwoners dienen dusdanig te leven dat de staat er maximaal profijt en zo min mogelijk kosten van heeft. In de democratische landen van ‘het Vrije Westen’ lijkt het motto tegenwoordig: ‘Jij moet zo leven dat ik er geen last van, maar zoveel mogelijk baat bij heb’. Men noemt het tolerant, maar dat is het absoluut niet; het is een vergaande inbreuk op het fatsoen en alles wat normaal is. Doordat men geen norm meer erkent, vergeet men steeds meer wat normaal is. Naastenliefde is via tolerantie en respect, tot apathie en zelfs regelrechte vijandschap geworden tegen alles wat een zekere beperking kent en maat weet te houden. Het verschil tussen humaan en humanistisch is dat humaniteit voortkomt uit liefde voor de mens (human) als uiting van liefde voor God. Humanisme stelt de mens centraal en verliest daarmee elke andere norm die afwijkt van de eigen norm uit het oog.

De Here Jezus Christus gaf als samenvatting van de Wet: ‘Gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.(Markus 12:30-31) Maar men wil God niet, omdat men geen verantwoording wil afleggen over de eigen daden en gedachten, dus wil men ook Zijn wet niet. En zonder liefde voor Hem, blijkt ook de liefde voor de naaste snel te slijten.

Zolang de naaste, dan wel de medemens, nog een beetje op onszelf lijkt, lukt het nog wel om er mee samen te wonen of samen activiteiten te ontplooien. Allerhande psychologen en sociologen constateren dit gegeven en leggen het vast in modellen en patronen. Deze informatie wordt tegenwoordig volop gebruikt in de commerciële wereld, onze voorkeuren worden nauwlettend gevolgd. Deze kennis wordt verwerkt tot algoritmen voor apps die de bubbel in stand houden en versterken, waardoor mensen nog meer het idee krijgen dat hun ideeën het algemene gedachtegoed zijn; immers iedereen in hun omgeving, alle reclames, films, series, vakanties, zijn allemaal toegespitst op ieders eigen voorkeuren.

Herman Finkers zei al: ’TMF (jongeren-Tv-zender – WvS) toont de adolescent veeleisend en verwend, omdat een dergelijke adolescent de ideale consument is!’ Hij had gelijk, maar het is natuurlijk niet beperkt tot TMF. Vrijwel alle toonaangevende media tonen de mens op die manier. Volwassenen, mensen van middelbare leeftijd en zelfs bejaarden worden net zo goed gepresenteerd als veeleisende, verwende adolescenten. Eigenlijk gaat het al sinds de Verlichting om productie en consumptie, en maakt men dankbaar gebruik van inflatie, om toe te nemen in decadentie.

Waar het maatschappelijke aspect van het christelijk gedachtegoed samengevat kan worden als: ‘Leef ten gunste van de ander’, luidt het humanistisch gedachtegoed: ’Laat de ander ten gunste leven van jou!’ Deze filosofie, verpakt in sociaal-wenselijke varianten, wordt breed gedragen door allerhande managementgoeroes en welzijnswerkers. Dit betreft niet slechts gedrag, besteding van je inkomen en dergelijke, maar gaat zelfs zover dat men tegenwoordig zelfs de organen afneemt na de dood, tenzij men expliciet heeft aangegeven dit niet te willen.

Volgende stap is dat we ons verplicht moeten vaccineren tegen allerhande, al dan niet onschuldige, ziekten, omdat anders kinderen ziek zouden worden. Dan denk ik onmiddellijk: ‘Wie van ons is als kind niet ziek geweest?’ In die discussie komen allerhande bizarre, ondoordachte en zelfs onjuiste argumenten voorbij. Je staat erbij, kijkt ernaar en kunt niet meer doen dan je verbazen. Lang geleden was het zo dat men zijn leven wijdde aan God en in dienst van de medemens stelde. Maar God is door de overheid meer en meer buiten de samenleving geplaatst. Schaeffer zei al: “Verwijder God uit de staat en de overheid wordt god.” De overheid die mensen moet verplichten om zich te laten vaccineren, de overheid die mensen verplicht hun organen te doneren … nog even en de overheid laat mensen ter dood brengen wanneer zij haar niet als god willen aanbidden. Zijn we echt al bijna zover? Sommige dingen krijgen haast.

Nogmaals, of uw kinderen laat inenten is helemaal aan u. Die vrijheid hebt u gelukkig nog, maar de Bijbel leert ons ook dat er een tijd zal komen waarin we die vrijheid niet meer hebben. Dat er een tijd zal komen waarin je niet eens meer iets kunt kopen of verkopen wanneer je de overheid niet als god aanbeden zult hebben. Sterker nog, dat je dan ter dood gebracht zult worden. (Openbaring 13:15, 16) Zoals vrijwel alles is ook dit ons al eens voorgedaan. Het was in de dagen van het Romeinse Rijk bij tijd en wijle zo dat men moest offeren aan (een beeld van) de keizer, omdat men anders ter dood gebracht zou worden. De christenvervolgingen woedden met ongekende hevigheid, maar de Kerk groeide nooit zo sterk als juist in die dagen. Zingend gingen de christenen de arena’s in, de wilde beesten tegemoet, ter vermaak van de menigte. Brandend hingen zij als tuinverlichting in de tuinen van de machthebbers.

Nu de bedeling van Genade zijn voltooiing nadert, is de cirkel bijna rond en naderen we weer een vergelijkbare periode als in het begin. Onvoorstelbaar zegt u? In 2016 was het zo dat elke zes minuten ergens ter wereld een christen ter dood gebracht werd om zijn geloof. Het is nu reeds zo dat duizenden christenen jaarlijks gedood worden, maar niet alvorens hun organen getransplanteerd worden naar de zieke lichamen van de machthebbers, zoals in China gebeurt. Zal het tijdig tot hen doordringen dat het niet het lichaam van de christen is waar zij baat bij hebben?

Hier is nog vrijheid, hier hebben we nog de mogelijkheid om te kiezen. Namen zij maar niet hun lever of hart, maar hun Heer aan!

Vaccinatie en andere indoctrinatie vanuit de overheid

Vaccinatie

De huidige tijdgeest

huidige tijdgeest

DDe huidige tijdgeest is te kenmerken met: stuurloosheid, ijdelheid en gemakzucht in een steeds veranderende wereld. God echter was, is en blijft Dezelfde. Wij hebben de Ware God dan wel uit het publieke leven verbannen, maar Hij klopt aan jouw deur en wil in jouw hart wonen.

Wanneer een hulpbehoevend mens op ons pad komt, is het onze verantwoordelijkheid om die mens, zonder aanzien des persoons, zo goed mogelijk te helpen. Daarom verbaas ik mij erover dat men dergelijke individuele verantwoordelijkheden en leefregels tot politieke speerpunten maakt: in een democratie is dit onmogelijk. In een constitutionele monarchie zou het nog kunnen; het hoofd bestuurt dan het lichaam. Bij een democratie is hiervan geen sprake: wij hebben onszelf onthoofd en de koning monddood gemaakt. Ons staatshoofd bestuurt niet langer het lichaam, kijk maar naar de politieke besluitvorming en het landsbestuur: de spreekwoordelijke kippen-zonder-kop, die alle kanten oprennen, tegen een muur knallen en dan weer heel hard de andere kant op rennen. Ook in het hoenderhok der Europese Unie gooit iemand zo af en toe een knuppel, maar dat hoeft eigenlijk niet eens te gebeuren om het Europese politieke beleid te vergelijken met een horde door elkaar rennende kippen zonder kop, soms even toevallig min of meer dezelfde kant op, en even later weer in volledig tegenovergestelde richting.

Niet voor niets staat er geschreven: ‘Die in de hemel zit, zal lachen.’ (Psalm 2:4) In de verzen ervoor staat dat de heidenen ijdelheid bedenken, hun heersers beraadslagen tegen God en ze willen de banden verscheuren. Hoe treffend duidt dit onze tijd aan! Geen enkele norm of waarde staat nog ter discussie. De banden van gezin, familie, volk, of samenleving, ze worden stuk voor stuk verscheurd. Elke band moet gebroken worden, we dulden geen enkel gezag meer. Verlichting en Franse Revolutie hebben geleid tot het monddood maken van eenieder die een ander geluid laat horen dan wat de massa wil. ‘Gemak dient de mens,’ zegt men, en onder het motto: ‘Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?’ kiest men de weg van de minste weerstand. Dat de moeilijkste echter vrijwel altijd de juiste keuze is, ontdekken we helaas vaak pas later, na veel schade en schande. Iets niet doen omdat je er geen zin in hebt, tegenwoordig kennelijk een optie, is ontzettende dwaasheid, maar blijkt het motto van de moderne mens. ‘Als je niet doet wat je leuk vindt, verspil jij je tijd,’ is een bekende kreet die moet doorgaan voor levenswijsheid. Maar veel dingen moeten nu eenmaal gewoon gedaan worden, of je ze nu leuk vindt of niet.

Afzien, doorzettingsvermogen, volharding, wilskracht; deze ouderwetse termen bezigden je opa of oma wellicht nog weleens, wanneer ze je iets wilden bijbrengen. Die generatie was nog bekend met de Statenvertaling. Helaas wordt die door leeftijdsgenoten van mij verafschuwt wegens ‘dat irritante taalgebruik’. De irritatie lijkt voort te komen uit het feit dat men moeite heeft met de boodschap. Die is namelijk niet in de eerste plaats gericht op het hier en nu van ons dagelijks leven, maar op een toekomst in heerlijkheid, waar we pas komen door lijden heen. Daarnaast lijkt men moeite te hebben om de gedachte te volgen en de aandacht bij de tekst te houden. De zinnen in de Statenvertaling zijn nogal lang en er worden veel synoniemen gebruikt en zaken worden omslachtig beschreven om zodoende een volledig beeld te geven van de boodschap. Helaas zijn we tegenwoordig steeds meer gewend aan steeds kortere stukjes tekst met een steeds oppervlakkiger boodschap. Hierover heb ik eerder al eens geschreven onder de titel Evolutie van de taal.

Barmhartigheid, erbarmen, gezag, mededogen, ontferming, nog enkele van die termen uit die vermaledijde Statenvertaling. Wie ze nu nog wil horen, dient te rade te gaan bij ‘de zware kerken’, want elders zijn ze in onbruik geraakt en is hun betekenis verloren gegaan. Met de woorden verdween ook het besef. Als de woorden ervoor iemand ontbreken, kan het begrip ervan immers niet overgebracht worden; laat staan dat men zich bepaald gedrag aanleert. Het feit dat men deze Christelijke idealen niet meer beoefent, was niet omdat ze niet geschikt waren, maar omdat men het in eigen kracht wilde doen en dat bleek te moeilijk.

Onze samenleving heeft de kerk en God verbannen uit de publieke sfeer, en Nietzsche verklaarde ons hiermee al tot de beklagenswaardigste mensen. Wanneer de mens niemand meer heeft om verantwoording aan af te leggen, wie bewaart dan nog de moraal, het fatsoen en de normen en waarden? In zijn boek De afschaffing van de mens schreef C.S. Lewis reeds: ’’ We verwijderen het orgaan en toch eisen we wel de functie ervan!’’ Geloof, kerk, Bijbel, God, ze worden uit de samenleving geweerd, en onder het mom van scheiding van kerk en staat is het de overheid die bepaalt hoe men zich dient te gedragen. Waartoe dat kan leiden, hebben we overvloedig gedemonstreerd gezien door fascistische en communistische regimes: over het algemeen democratisch gekozen, maar dat betekent slechts dat men het mandaat heeft van het volk, dat in de waan verkeert dat de regering, bestaande uit zogenaamde volksvertegenwoordigers, zijn wil uitvoert. Er wordt van alles beloofd om maar stemmen te krijgen en in de loop van een regeerperiode rijst dan de vraag:Welke verkiezingsbelofte is er eigenlijk niet gebroken?’ ‘Het is beter om tot den Heere toevlucht te nemen dan op heersers te vertrouwen’, zegt de Bijbel. (Psalm 118:9) En niet voor niets. Politieke partijen laten de overtuigingen die hen onderscheiden en waarom men nu juist op hen stemde, spontaan los om maar aan de macht of tot een akkoord te komen.

Hoe anders is dit met het Woord van God! De Bijbel is de eeuwen door onveranderd gebleven – hoewel er nieuwe vertalingen in omloop komen, omdat de taal nu eenmaal aan slijtage onderhevig is (zie: https://vlichthus.nl/evolutie-van-de-taal-degeneratie-en-devaluatie-gedachtegoed). Ook zijn er boeken die wel iets lijken toe te voegen aan de Bijbel, de zogenaamde apocriefe boeken. Dat moge zo zijn, maar de Here God, Schepper van hemel en aarde, is toch heus in staat om Zijn Woord de eeuwen door Zijn authentieke boodschap te laten verkondigen. Die boodschap luidt dat, wat er ook verandert, er bij Hem behoud is van uw ziel. (Zie: https://vlichthus.nl/36-het-woord-is-en-brengt-leven). Hij kijkt niet naar oppervlakkige, uiterlijke zaken. Mode en dergelijke grillen zijn Hem vreemd. Hij is de eeuwen door Dezelfde. (Jesaja 41:4, Hebreeën 13:8) Hij is nu toch steeds Degene Die Hij was toen Hij hemel en aarde schiep. Hij is nog steeds Dezelfde die Zich gedurende veertig eeuwen actief met de mensheid bemoeid heeft, o.a. door profeten. Nu, sinds de dagen van Handelingen en sinds de Bijbel compleet is, spreekt Hij nog slechts door Zijn Woord, de Bijbel. (Hebreeën 1:1) En die blijkt verrassend actueel! Niet alleen bevat die veelal de oorspronkelijke ideeën, die tegenwoordig door vele filosofen in een modern jasje weer in omloop worden gebracht (hoewel de Bijbel die veelal afdoet als ijdelheid en dwaasheid), maar ook de gebeurtenissen die we om ons heen zien en die het nieuws lijken te beheersen, werden zo’n 2500 jaar geleden al voorzegd.

De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen en bij verschillende gelegenheden over de huidige tijd. Sommige dingen zijn lange tijd lastig te duiden geweest, bijvoorbeeld die over de ligging van landen: de wereldkaart van nu was vele eeuwen heel anders. Nu is er bijvoorbeeld weer een (ongelovige) Joodse staat. En Syrië, dat pas weer sinds de Eerste Wereldoorlog bestaat, stond ook niet op de kaart. Wie daarvóór profetieën uit de het Oude Testament, dan wel van de Here Jezus Zelf, wilde duiden, stond voor een zware taak, want wat daar was beschreven, was onvindbaar in de wereld van die dagen. Dat leidde eeuwenlang tot de vreemdste constructies om de profetie maar vervuld te kunnen verklaren. Maar sinds beide wereldoorlogen vinden we weer de kaart, met daarop de landen zoals die min of meer in de dagen van de Heere Jezus eruitzag.

Waar het gebied van de Bijbelse geschiedenis eeuwenlang haar identiteit verloor, verloren ook de stammen van Israël enkele eeuwen daarvoor al hun identiteit en zij werden incognito tot vele nieuwe volken, terwijl de Joden halsstarrig hun identiteit behielden met hun zelfbedachte religie. Precies dat neemt Jezus hun kwalijk. Hierom zegt Hij tegen de Joden: ’Ik ga naar de verloren schapen van Israël!’ (Jesaja 65:1, Matthéüs 15:20, Jakobus 1:1) en precies dat heeft Hij de afgelopen twintig eeuwen gedaan.

In zoveel aspecten zien we een terugkeer naar de situatie ten tijde van het leven van de Here Jezus op aarde. De taal van de Grieken en Romeinen mogen wij dan als ‘dode talen’ bestempelen, hun gedachtegoed is springlevend, hoewel aan fikse slijtage onderhevig. Met de taal eroderen de ideeën, zodat we nog slechts hun meest materialistische en oppervlakkige ideeën verkondigd horen. Filosofie betreft tegenwoordig nauwelijks meer dan het verwoorden van gedrag en gevoel van mensen. Enerzijds streven naar genotzucht en anderzijds een niet geringe mate van deugdzaamheid. De Epicurische en Stoïsche wijsgeren (Handelingen 17:18) zouden zich in hun graf omkeren.

De tijd van opbouw van de Gemeente is bijna voorbij, de cirkel is bijna rond. De geschiedenis van de Kerk, het volgroeien van de Gemeente: het is een prachtig en ontroerend schouwspel geweest, met geweldige meesterstukken op vele vlakken van het menselijk bestaan. De missionarissen van de eerste eeuwen, die er op uit trokken om het evangelie te verkondigen, brachten rust en vrede waar angst en bijgeloof heerste. De vele monniksorden van de eeuwen erna hebben onwaarschijnlijk veel gedaan om het land te ontwikkelen, de woeste gronden te cultiveren en geschikt te maken voor de landbouw, veeteelt en bewoning door de mensen. Onderwijs en een rechtvaardig bestuur waren in belangrijke mate te danken aan het werk van de kerk. Natuurlijk, er is veel mis gegaan, terugkijkend zijn er veel zaken die absoluut niet nuttig waren of juist ronduit schadelijk. Ondanks dat het de Geest was Die hen dreef bleef het gewoon werk dat door mensen uitgevoerd werd. Toch blijft het feit dat de bezieling van al die gelovigen geweldige meesterwerken hebben voortgebracht. Lezen we de literatuur van de afgelopen eeuwen, bekijken we de schilderijen of wandelen we door een kathedraal, dan valt ons als het goed is een gevoel van schoonheid, verwondering en ontroering ten deel. We weten ons uitgetild boven het aardse.

Nu we het einde van onze bedeling naderen en het kind in de buik van de moeder bijna het moment van verlossing nabij is, (Openbaring 12:5) kijken we terug en zien we hoe wáár de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 zijn. Waar in het begin hele volken tot geloof kwamen, waar vele instituten en organisaties het leven zagen en keer op keer weer een revolutie naar de ware leer was en we zelfs in het begin van de 20e eeuw nog getuige waren van grote opwekkingen, waarbij duizenden hun leven aan de Heer gaven, is het nu nog slechts een kwestie van ‘de pan uitschrapen’. We zijn nog nooit zo ongelooflijk rijk geweest en tegelijkertijd zo schrijnend arm. Niet voor niets staat in Openbaring 3 in de laatste brief aan de zeven gemeenten: ’Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.’ (Openbaring 3:17)

De Heer ziet ons, elk afzonderlijk. Hij kent u en mij persoonlijk, beter dan we onszelf kennen en Hij roept eenieder van u tot Zich. ‘Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. (Openbaring 3:20) Een individuele oproep in wat een brief aan de gehele kerk in onze dagen zou kunnen zijn. Maar de Heer Die schrijft: Ik sta aan de deur en Ik klop’ geeft daarmee te kennen dat Hij niet in de kerk is, maar erbuiten staat. Dat lijkt mij een verschrikkelijke vaststelling; de Heer, Wiens naam de christenheid draagt, geeft Zelf te kennen Zijn plek niet meer te vinden in de kerken. Er zijn heus nog kerken met voorgangers die oprecht het Woord van God verkondigen en waar de gemeenteleden zich deel van het Lichaam van Christus weten, absoluut, maar zij zijn niet meer toonaangevend. Aan ons schrijft Hij ‘Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.’ Nog steeds wil Hij binnenkomen, bij u, persoonlijk.

Onttrekt u zich aan de tijdgeest?

Laat u Hem binnen?

De huidige tijdgeest

De huidige tijdgeest

De ware oorsprong van de mythologie

oorsprong van de mythologie

De ware oorsprong van de mythologie. Voor het doen van Bijbelstudie maak ik graag gebruik van het programma e-Sword op mijn laptop. De voordelen van een dergelijk programma zijn onder meer de verschillende vertalingen, woordenboeken en de beschikbare annotaties, met daarnaast nog wat nuttige kanttekeningen. Bij het bestuderen van de geschiedenis van Gideon viel mijn oog op een aantekening van TSK Cross references. Hierin werd vermeld dat Gideon, die in Richteren 7 Jerubaäl genoemd wordt (Richteren 7:1), reeds door Sanchoniathon beschreven wordt. Ik had nog nooit van Sanchoniathon gehoord, maar volgens Eusebius leefde hij ten tijde van Ithobal, de vader van Izebel (1 Koningen 16:31). Eusebius baseert zich hierbij op Philo, maar haalt ook Porphyrius aan, in zijn dagen een pionier van de historisch-filologische Bijbelkritiek. Volgens Sanchoniathon zelf heeft hij zijn informatie van iemand die geschiedschrijver was van Tyrus, ten tijde van koning Salomo. Deze bron zou geschriften hebben die overgeleverd waren uit Egypte ten tijde van Mozes. Deze was onderwezen in al de wijsheid van de Egyptenaren, die bepaald geen domme jongens waren (zie ook: https://vlichthus.nl/reis-naar-egypte-in-1997). De Egyptenaren stonden net als de Chaldeeën eeuwenlang bekend om hun wijsheid, maar toch laten bijvoorbeeld Daniël en zijn vrienden zien dat men toch wat miste (Psalm 119:99, 100; Daniel 1:17-20, 2:48, 49, 5:29, 6:4). Abraham (Genesis 23:6), Mozes (Handelingen 7:22), Daniël: ze waren beroemd om hun wijsheid die voor een groot deel in de Bijbel terug te vinden is. Toeval of niet, in de eeuwen dat de Bijbelse geschriften verzameld, gebundeld en vertaald werden, bleken de antieke bibliotheken van Alexandrië, Antiochië, Bagdad, Constantinopel en Jeruzalem verwoest te worden. Het licht ging bij wijze van spreken uit in de wereld, (Matthéüs 5:14,15) zodat de enige kennis die écht van belang is in ruime mate gevonden kan worden in het Woord van God (2 Korinthe 4:6) en daar alleen.

Spaarzame fragmenten, veelal slechts te vinden in citaten van schrijvers die vele eeuwen later leefden, zijn alles wat ons rest van de geschiedschrijving van wat eens hoogstaande beschavingen waren. Karnak, Luxor, de areopagus van Athene, het waren ooit centra van beschaving, wat nu nog rest zijn de ruïnes met soms wat beelden van mythische goden. De mythologie van de Egyptenaren en Grieken is sommigen van ons nog bekend, veelal met de notie dat die mensen behoorlijk achterlijk waren om dat te geloven en dat we tegenwoordig toch echt zoveel meer weten van hoe de wereld werkt. Toch zijn we niet zo vergevorderd als we geneigd zijn te denken. Ook in onze dagen hebben we zo onze idolen, die door velen aanbeden en verafgood worden. In de kunst, op sociale media en zeker ook in de sport. Men kan bijvoorbeeld ‘training geven in de geest van Wiel Coerver’, of ‘een team laten voetballen in de geest van Johan Cruijff’ en we weten wat er bedoeld wordt met deze termen. Niemand die denkt dat hier een mythische figuur bedoeld wordt die niet echt heeft bestaan. Weinig mensen zullen gehoord hebben van Willem Mulier, maar hij is kennelijk ‘de vader van het Nederlandse voetbal’. Het zijn termen die onlangs nog in de krant te lezen waren en waar de echo van deze woorden uit Genesis in doorklinkt: “Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden. En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen. En Zilla baarde ook Tubal-kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer(Genesis 4:20-22) Als kind snapte ik nooit hoe het kon dat deze Jubal de vader kon zijn van de mensen die nu in harpen en orgelen handelen, totdat mij jaren later uitgelegd werd dat hij de eerste was die harpen en orgels bouwde, en deze kunst vervolgens aan anderen leerde.

Dus de eerste of meest bekende persoon die een bepaalde vaardigheid, zoals het maken van een zeilschip, beheerste kwam in de loop van verschillende generaties bekend te staan als ‘de god van…” Het is precies dit principe wat ik bij Sanchoniathon en andere schrijvers uit de antieke oudheid teruglas. Enig speurwerk leverde namelijk een boek op met de vertaling van zijn werk. Nog verder zoeken had een verzameling aan vertaalde fragmenten van geschiedschrijvers uit het Nabije Oosten als resultaat. Het ontroerde mij hoezeer al deze bronnen hetzelfde verhaal vertellen en hoezeer zij de authenticiteit van de boeken van Mozes en eigenlijk het hele Oude Testament bevestigen. Noach, de toren van Babel, Abraham, Jacob, de uittocht uit Egypte, het is allemaal te lezen in de Babylonische, Chaldeese, Egyptische en Fenicische geschiedschrijving. In die dagen was het gewoon bekend, zoals we ook in de Bijbel lezen, dat de oudtestamentische geschiedenissen gebeurd zijn om de mensheid te laten weten dat God bestaat en dat Zijn volk Israël is, met een boodschap voor de hele wereld (Exodus 9:14; 1 Samuël 17:46; 1 Koningen 8:23, 24; Daniël 6:26; Jeremia 25:15:26).

De mensheid blijkt echter slecht van geheugen. Zoals het volk Israël binnen de kortste keren liep te klagen en om de haverklap afweek van de dienst aan God, zo is eigenlijk ieder mens: we nemen ons vandaag iets voor en morgen zijn we het weer vergeten. We maken iets mee en naarmate de verjaardagen en kampvuuravonden verstrijken en het verhaal vaker verteld wordt, verandert ook het verhaal: sommige zaken worden versterkt, uitvergroot, andere juist gebagatelliseerd. Verhalen vloeien samen of er wordt slechts een stukje verteld om een bepaalde les of moraal over te brengen en voor je het weet worden er zaken naar het rijk der fabelen verwezen en als sprookje afgedaan. Toch is dat precies hoe ook die zijn ontstaan. We kennen de mensen bepaalde eigenschappen toe en in het verhaal zijn ze al snel verworden tot slechts dat dier. ‘Een beer van een vent’, ‘een kattige meid’ of ‘een boom van een kerel’, in de fabel zijn ze gewoon ‘de beer’, ‘de kat’ of ‘de boom’. De geschiedenis van een bepaald volk of een bepaalde episode ervan kan verteld worden in de vorm van een sprookje, waarbij het volk dan uitgebeeld wordt door een vrouw, haar heersende klasse wordt dan de stiefmoeder en haar verlosser is de prins. Het sprookje van Doornroosje is tamelijk goed te vergelijken met de geschiedenis van het Joodse volk ten tijde van koning Josia (2 Koningen 22 en 2 Kronieken 34). Door de jarenlange afgodendienst en de verwaarlozing van de tempel was er een enorme hoeveelheid onkruid opgeschoten en was men zelfs de rol met het Woord van God kwijt. Pas toen Josia koning werd, men zich tot de Heer bekeerde en de tempel reinigde, was er weer sprake van een levende relatie tussen God en Zijn volk, te vergelijken met de prins die de doornstruik weghakte en de prinses die er te slapen lag wakker kuste.

Met vrijwel al die mythische figuren die we kennen uit de geschiedenis of de literatuur is het ditzelfde verhaal. Het begon met historische personen die bepaalde zaken meemaakten, deze werden onthouden en overgeleverd van generatie op generatie. Niet slechts van de ene generatie op de andere, maar ook van de ene beschaving op de andere. Het is tamelijk bekend dat de Romeinen hun mythologie van de Grieken importeerden, minder bekend is dat de Grieken hun mythen en filosofie van de Egyptenaren en Feniciërs hebben geleerd. Thales, Pythagoras en Plato hebben stuk voor stuk gestudeerd in Egypte. Herodotus ging gewoon rechtstreeks naar Babylon, wat uiteindelijk de bron is van alle religie van de mens. Hoe hoogstaand de cultuur, religie en wetenschap van Babylon eens geweest is, zullen we wellicht nooit weten, maar het volstaat dat de Heer Zelf dit rijk aanduidde als het gouden hoofd van het lichaam der menselijke beschavingen. De echo hiervan klinkt heden ten dage nog door bij allerhande overleveringen. Er is geen beschaving ter wereld die geen overlevering heeft van een glorieuze beschaving die om welke reden dan ook ten onder is gegaan, maar in verhalen wordt de herinnering eraan levend gehouden. Wanneer er dan weer sprake is van een centraal gezag en vestiging van het volk in een bepaald gebied waar het enkele generaties de tijd heeft om een cultuur en beschaving op te bouwen, zien we de overleveringen vastgelegd worden, zeker wanneer er sprake is van een zekere mate van verstedelijkte samenleving.

De West-Europese volken zijn rond de periode van het Romeinse rijk in de landen terecht gekomen waar ze veelal nu nog wonen. We weten uit de geschiedenis dat zij uit het gebied komen dat beschreven wordt door Homeros als zijnde het gebied waar een Troje lag en waar de Trojaanse oorlog plaats vond. Dat was een oorlog tussen verschillende Griekse koningen, geen Grieken zoals wij die nu kennen, maar Achaeërs en Dardanoi. De stambomen van de koning(-inn)en van de huidige Europese vorstenhuizen zijn rechtstreeks terug te leiden tot deze mensen. De Dardanoi zijn afstammelingen van Darda, de kleinzoon van Juda (1 Koningen 4:31; 1 Kronieken 2:6). Dat de afstammelingen van Juda vandaag de dag nog op de troon zitten laat zien dat inderdaad ‘de scepter van Juda niet zal wijken’ (Genesis 49:10) en dit lijkt mij wederom aan te tonen dat het de Bijbel is die de eeuwen door hetzelfde verhaal is blijven vertellen. Wat logisch is, omdat het God is Die Zijn Plan voltrekt met deze wereld, Hij heeft geen last van geheugenverlies, Hij vergeet niets en Hij zorgt ervoor dat de mensen die Zijn Woord schreven dat deden in overeenstemming met Zijn Woord van eeuwen ervoor.

Laten we de Bijbel los en vertrouwen we op mensenwerk, dan zal het al snel eroderen en allerlei afwijkingen gaan vertonen, wat gedemonstreerd wordt in de verschillende mythologieën en religies die allemaal terug te leiden zijn tot de oudtestamentische geschiedenissen. Zo is Noach bekend komen te staan als Ouranos en Mizraïm (Genesis10:6) werd Osiris. Kronos werd de naam waaronder Cham bekend kwam te staan bij zijn nazaten, hoewel eeuwen later de verhalen van Abraham, Izak en Jacob ermee vervlochten raakten toen de verhalen van het volk Israël via de Feniciërs van Tyrus en Sidon bij de Grieken kwamen. Toen stelde men opeens Abraham gelijk aan Ouranos en werd Jacob Kronos. De onenigheid tussen Jacobs zonen lezen we eeuwen later terug als de ruzies tussen Zeus (Juda) en zijn broers. Toen raakten ook de verhalen van Mozes, de boodschapper van God, vervlochten met die van de Griekse Hermes, de Egyptische Toth. Een andere bekende uit het Oude testament, Simson, kwam bij de Grieken bekend te staan als Heracles en later bij de Romeinen als Hercules die tot hun verbazing door de Bataven aanbeden werd. Hoe het kan dat Germanen deze man, die enige tijd voor David leefde, in ere hielden, kunt u lezen in het boek Onbekend Israël – van David tot vandaag.

Heel de geschiedenis van de mensheid laat zien dat het God is Die een Plan ten uitvoer brengt en Hij heeft de hele geschiedenis van de mensheid van tevoren verteld wat Hij zou gaan doen en vaak ook achteraf nog in herinnering gebracht dat wat men meemaakte de vervulling was van wat Hij door de profeten gesproken had. Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onzen Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit. Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb. En deze stem hebben wij gehoord, als zij van de hemel gebracht is geweest, toen wij met Hem op den heiligen berg waren. En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten. Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken. (2 Petrus 1:16-21)

De reden dat in de Bijbel de geschiedenis lijkt op te houden met de (weder)komst van de Heere Jezus Christus wordt goed samengevat door Billy Graham: “We don’t have to save the world. Jesus did that. We just have to tell people about it.” (“We hoeven de wereld niet te redden, Jezus heeft dat gedaan. We hoeven mensen slechts over Hem te vertellen.”) Het zit iets genuanceerder, ik weet het, maar daarover een andere keer meer.

Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont. Daarom, geliefden, verwachtende deze dingen, benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede; En acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid; gelijkerwijs ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid, die hem gegeven is, ulieden geschreven heeft; Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf. Gij dan, geliefden, zulks te voren wetende, wacht u, dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt, en uitvalt van uw vastigheid; Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen. (2 Petrus 3:13-18)

De ware oorsprong van de mythologie

oorsprong van de mythologie

Vele kerken, één Gemeente

Vele kerken, één Gemeente

Vele kerken, één Gemeente. “Er is geen kok gevonden die koken kan naar alle monden” luidt een gezegde wat aardig verwoordt hoe het kan dat het nooit lukt om alle mensen tevreden te stellen. Wat de één te veel vindt is voor de ander nog te weinig, wat de één te bot vindt, is voor de ander scherp genoeg. De één vindt iets te oppervlakkig, terwijl het voor een ander al erg diep gaat. Hoe bijzonder is het dan dat al die kerken wereldwijd hetzelfde Woord van God als Waarheid bewaren. Natuurlijk zijn er verschillen in vertaling, maar de inhoud verandert weinig. De Bijbel, Gods Woord, is een Licht op ons pad (Ps. 119:105, 2 Petr. 1:19) en waar het hart en schreden leidt, wordt Zijn heil gesmaakt (Lied 51 – Joh. De Heer).

In mijn vorige blog schreef ik over de evolutie van de taal en de devaluatie of degeneratie van het gedachtegoed: in de loop der eeuwen is men steeds minder woorden gaan gebruiken en men heeft daarmee een steeds minder genuanceerd idee van wat God ons vertelt (zie https://vlichthus.nl/evolutie-van-de-taal-degeneratie-en-devaluatie-gedachtegoed). Desalniettemin is de Waarheid in de Bijbel te vinden (Joh. 17:17) en is de Gemeente haar bewaarder (Joh. 17:6, 2 Tim. 1:13,2:2), en zijn de gezaghebbenden degenen die verantwoordelijkheid hebben over hun volgelingen (Hand. 20:28). Gezag wordt per definitie overgedragen van bovenaf naar beneden toe (Mat. 19:15, Joh. 19:11, Hand. 19:6). Dergelijke dingen lijken mij vanzelfsprekend. God is per definitie Degene Die spreekt en dus de bron van alle gezag (Ps. 33:9, Mat. 8:9). Heel de schepping is tot stand gekomen doordat Hij sprak en in de schepping vinden we diezelfde orde terug. De hiërarchie vinden we terug in vrijwel alle leven en het is de oorzaak van schepping en schoonheid. Zelfs in de biologie vinden we uitgebeeld wat er gebeurt wanneer organismen geen hiërarchie of steeds minder gehoorzaamheid kennen. Organismen zonder hoofd, zonder centraal zenuwstelsel, beelden dit principe uit: ze hebben een lichaam dat reageert op de omgeving en hebben nauwelijks enige organisatie. Denk aan bacteriën, schimmels, pantoffeldiertjes en vergelijkbare kleine wezens. Deze groep organismen is van veel lager orde dan een lichaam dat haar hoofd gehoorzaamt. Zelfs in groepen, kuddes en samenlevingen vinden we dit principe uitgebeeld. De mate waarin men gezag accepteert en dus een hiërarchie kent, is de mate waarin schoonheid, orde en wijsheid kenmerkend zijn.

Zoals de mensheid ten tijde van Noach weigerde te leven naar Gods wil en in plaats daarvan voor eigen rechter speelde (Gen. 4:23, 5:29, Mat. 24:38, Luk. 17:26), zo weigerde het volk Israël God te erkennen als koning en wilde men zelf een koning hebben, zoals alle volken om hen heen (1 Sam. 8:7, Hos. 4:6). Het is hetzelfde idee binnen de Gemeente: men weigert Christus te erkennen als Hoofd van de Kerk, maar verkiest zelf een plaatsvervanger die vervolgens met deze en gene gaat onderhandelen over de gewenste gang van zaken. In plaats van zich te wijden aan het Woord van God, de bestudering en verkondiging ervan (1 Pet. 2:9), ging men politiek bedrijven en trachtte men het christendom als een aards koninkrijk met aardse middelen te verspreiden. Dat de christenheid in de loop der eeuwen hier enorm onder te lijden heeft gehad moge duidelijk zijn. Ten tijde van Erasmus en Luther was men God en Zijn Woord bijna helemaal kwijt. Luthers belangrijkste bijdrage aan de geschiedenis van de mensheid is, mijns inziens, gelegen in het feit dat hij zei, zoals Petrus en de apostelen reeds zeiden: “Men moet God meer gehoorzaam zijn dan mensen!” (Hand. 5:29) Natuurlijk zijn christenen gezagsgetrouwe mensen (1 Pet. 2:13), maar wanneer de (wet van de) overheid ingaat tegen God en Zijn Woord, dan dient men (het gezag van) God te gehoorzamen in plaats van de overheid, welke overheid dan ook.

Nee, het was niet Luthers bedoeling om de kerk te verscheuren. Hij nam slechts waar dat de leer van de kerk afweek van het Woord van God en trachtte haar weer terug te brengen bij het Woord van Hem Die de Weg, de Waarheid en het Leven is (Joh.14:6). Dat de hoeders van de kerk dit niet bliefden, maar zich boven God plaatsten of zich op Zijn Troon plaatsten, dát was het splijtpunt, niet Luthers poging de kerk te hervormen. Luthers revolutie was er één terug naar de Bijbel. De Gemeente is ‘Zuil der Waarheid’ (1 Tim. 3:15) omdat zij het Woord bewaart, het staat namelijk geschreven in het hart van iedere individuele gelovige (1 Joh. 2:5). Wanneer de hoeders van de kerk, diakenen, ouderlingen, scriba’s, dominees, pastoors of pausen hun eigen mening laten prevaleren boven het Woord van God, dan maken zij een kardinale fout.

Ja, de Gemeente is het Huis van God op aarde (1 Kor. 3:16, Heb. 3:6, 1 Pet. 2:5), zolang zij gebouwd blijft op de rots (Mat. 7:24, 1 Kor. 10:4), van Wie Petrus zegt: “Gij  zijt de Christus, de Zoon van de Levende God” (Mat. 16:16) Het was díe getuigenis die de sleutel vormt waarmee men de deur van de hemel opent (Joh. 3:15, 11:26, Rom. 1:16, Heb. 6:18-20). Te vertrouwen op door mensen heilig verklaarde figuren is als het bouwen op het zand. Er is wereldwijd maar één Algemene Christelijke Kerk (zie: https://vlichthus.nl/een-algemene-christelijke-kerk). De verdeeldheid, het bestaan van de vele denominaties van de protestantse kerk is niet de schuld van Luther, het is zelfs niet kenmerkend voor de protestantse kerk. Die verdeeldheid is er de eeuwen door geweest. De Rooms-Katholieke kerk heeft zich vele malen afgescheiden of heeft anderen weggestuurd en vele oprechte christenen werden tot ketter verklaard.

Met, door mij zeer hoog geachte, mannen als Tolkien en Chesterton betreur ik de scheiding tussen de protestante en de katholieke kerk. Zoals Herman Finkers zei: “Protestanten kennen de Bijbel beter, maar Katholieken begrijpen hem beter.” Voor bewustwording en ervaren van de schoonheid van het christelijk gedachtegoed ga ik veel liever naar katholieke schrijvers als Tolkien en Chesterton dan naar welke protestants christelijke schrijver dan ook. Om iets te leren over de Bijbel kom ik steeds weer terecht bij de Angelsaksische Fundamentals en de Amerikaanse Evangelicals. Natuurlijk, mensen die deel uit maken van de Gemeente. De Bijbel is het Woord van God en de Statenvertaling is de vertaling die het dichtst bij de grondtekst blijft en daaruit doe ik mijn kennis op. Maar om te begrijpen wat er staat, heb je vaak iemand nodig die het je uitlegt. Vraag maar aan Filippus en de Moorman (Hand. 8:27-39). Hiervoor zijn de Gemeente en de Bijbel niet van elkaar te scheiden. Gods Woord wordt bewaard door de Gemeente, het is de Geest Die ons alles uitlegt, maar Hij gebruikt hier gemeenteleden voor. En ja, zoals alle communicatie is ook hier sprake van ruis en zeker ook van ‘onze oude mens’ (Zie: https://vlichthus.nl/twee-naturen). Dit leidt onherroepelijk tot scheiding, dat is de eeuwen door geweest. Reeds in de dagen van Handelingen, bij degenen die vaak nog contact hadden met mensen die de Heere Jezus persoonlijk gekend hadden was er zelfs sprake van verschillende groeperingen. Dat is niet de schuld van welke vertaling of welke kerkhervormer dan ook. Het is inherent aan de natuur van de mens. Paulus zegt hierover: “Gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, twist, tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens? Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk? Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven. (1 Kor. 3:3-6)

Eenheid is er slechts in Christus, maar zelfs Zijn Lichaam is verdeeld (Rom. 12:4, 5, 1 Kor. 12:12-27): in verschillende ledematen namelijk, ieder met hun eigen vorm en functie. Dat het ene lichaamsdeel een andere vorm en functie heeft dan het andere lichaamsdeel, wil niet zeggen dat het geen leden zijn van hetzelfde lichaam. Het wil slechts uitbeelden dat een ieder in de gemeente zijn eigen taak heeft en dat Christus het Hoofd is (Ef. 5:23).

Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfden zin, en in een zelfde gevoelen. Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn. En dit zeg ik, dat een ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus. Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt? (1 Kor. 1:10-13)

Te letten op de verschillen tussen de verschillende gelovigen, de verschillende denominaties en stromingen, is uiterst oppervlakkig en zeer bekrompen. Je kijkt dan van veel te dichtbij op de huid. Wanneer je van verder weg kijkt (vanuit de hemel bijvoorbeeld) of juist van dichtbij (in het lichaam) dan zie je dat al die christenen samen (de christenheid) de Gemeente vormen, dat de kerken slechts de gebouwen vormen waar binnen men samen komt om de gemeenschap met Christus te ervaren. Dat doet ieder op zijn of haar eigen wijze, met de voeding die het best bij die persoon past. De één eet vlees, een ander liever groente en weer een ander drinkt slechts melk (Rom. 14:2, 1 Kor. 3:1, 2, Heb. 5:12-14), maar hopelijk eten ze allemaal weleens honing. (Zie: https://vlichthus.nl/schijf-van-vijf/ en https://vlichthus.nl/59-honing). 

Om der waarheid wil, die in ons blijft, en met ons zal zijn in der eeuwigheid: Genade, barmhartigheid, vrede zij met ulieden van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.(2 Joh. 1:2-3)

Vele kerken, één Gemeente

Vele kerken, één Gemeente

Evolutie van de taal degeneratie en devaluatie gedachtegoed

Evolutie van de taal

Evolutie van de taal, oftewel de totale degeneratie en devaluatie van het gedachtegoed.Meneer, wat is gezag?” vroeg een leerling bij het invullen van een enquête die ik jaarlijks afneem bij mijn klassen. “Gezag is dat jij doet wat ik zeg!” antwoordde ik. “Oh, dat hebt u wel” zei hij en vervolgens ging hij weer verder met de enquête. Waarop een andere leerling bedacht: “Oh, dus daarom lijken die woorden op elkaar!”

Kenmerk van de Heere Jezus was dat Hij sprak met gezag, in tegenstelling tot de Farizeeën  en andere Schriftgeleerden (Matthéüs 7 : 29, Lukas 7 : 8) die wel veel woorden gebruikten (Matthéús 6 : 7), maar niet bij machte waren om ook daadwerkelijk iets over te brengen. Ander kenmerk van de Heere Jezus was dat Hij regelmatig met innerlijke ontferming bewogen werd (Matthéüs 15 : 32, Lukas 7 : 13) en barmhartigheid toonde. (Matthéús 9 : 13, Markus 1 : 41)

Barmhartigheid, erbarmen, gezag en ontferming, het zijn woorden die we tegenwoordig nauwelijks meer kennen. Respect en medelijden komen er nog bij in de buurt, maar dan heb je het ook wel gehad. Het zijn woorden die verwoorden hoe mensen een mate van betrokkenheid bij elkaar kunnen hebben en zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de ander. Het is droevig gesteld met de taal en daarmee met ons als samenleving, want wanneer we dergelijke woorden niet meer kennen, kunnen we de gedachte erachter niet meer overbrengen en verdwijnt dit besef uit ons gedrag. Te stellen dat we dit merken in onze samenleving, lijkt mij het intrappen van een open deur.

Sowieso heb ik mij er tientallen jaren (ik ben inmiddels 41) wel eens over verbaasd dat veel woorden in vergetelheid raken, maar dat er aan de andere kant vrijwel geen nieuwe woorden meer bijkomen. Woorden krijgen wel andere betekenissen, maar er komen geen woorden bij. Hier lijkt het menselijk brein niet toe in staat. Hooguit is er sprake van samentrekkingen van bestaande woorden, eventueel uit andere talen. Om nieuwe uitvindingen een naam te geven, gaan we veelal terug op de klassieke (dode) talen van het Grieks en Latijn, hoewel de jeugd voor hun gedrag en verbale communicatie liever minder cultuurrijke talen lijkt te gebruiken. De termen computer en telefoon zijn woorden of samentrekkingen van woorden uit respectievelijk het Latijn en Grieks, smartphone is simpelweg een samentrekking van het Engelse ‘smart’ (= slim) en het Griekse ‘phōnē’ (= stem of geluid).

Verrijking van de taal is dus sowieso nonsens: taal wordt niet rijker wanneer we woorden uit andere talen lenen. Het is uit armoede, uit gebrek aan bezit, dat we iets van een ander lenen. Uit armoede gebruiken we hetzelfde woord voor verschillende zaken. Wanneer een taal rijker is, heeft het meer woorden voor min of meer dezelfde dingen. Het Inuit (taal van de Eskimo’s van Groenland en Canada) bijvoorbeeld schijnt ruim een dozijn woorden te hebben voor een besneeuwde helling. Aan de taal kun je zien welke zaken van belang zijn voor het gedachtegoed van de betreffende samenleving. In het Nederlands maken we hiervoor veelal gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, hoewel die oorspronkelijk ook veelal als zelfstandig naamwoord de aanduiding van een bepaalde idee of toestand dan wel situatie waren.

Zoals een schilderij met een grotere kleurenrijkdom meer nuance aan kan geven en een gedetailleerder beeld kan schetsen, zo is het ook met de taal. Hoe minder woorden je tot je beschikking hebt, des te minder duidelijkheid je kunt schetsen, des te minder duidelijk je onder woorden kunt brengen wat het verschil is tussen twee begrippen, omdat je minder woorden hebt om het onderscheid te maken. De Bijbel in gewone taal kent nog geen 4000 woorden. De Statenvertaling kent 21.549 verschillende woorden, het Oude Testament frappant genoeg bijna twee keer zoveel (15.858) als het Nieuwe Testament (7.931). Ook hier zien we hoe taal armer wordt in de loop der eeuwen. Het Oude Testament, dat minstens 400 jaar ouder is dan het Nieuwe Testament, laat zien dat er in die tijd al degeneratie van taal was. Van het Oude Testament staan vooral de oudere boeken bekend om hun bloemrijke taalgebruik. Zoals bijvoorbeeld de zogenaamde ‘Wijsheidsboeken’ (Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied) in stijl bekend als Hebreeuwse poëzie: het is uiterst hoogstaande literatuur en zelfs dát al bleek ontoereikend om ideeën die overgedragen werden door gesproken woorden vast te leggen. De Masoreten hebben niet voor niets allerlei tekentjes aan de letters toe moeten voegen om het ene woord van het andere woord te onderscheiden. Want ondanks dat er dezelfde letters voor gebruikt werden die ook nog eens in dezelfde volgorde stonden waren het verschillende concepten die verschillend verwoord moesten worden met ogenschijnlijk hetzelfde woord. In het begrijpend lezen kennen we hiervoor nog termen als klemtoon en intonatie. De ouderen onder ons gebruiken er nog van die dingetjes voor die ze aanduiden als ‘accent grave’, ‘accent aigu’ en dergelijke.

Taal evolueert en ontwikkelt zich, wordt beweerd door mensen die er verstand van zeggen te hebben. Maar de taal, het geschreven en gesproken woord en het gedachtegoed, zoals dit van generatie op generatie overgedragen wordt, spreekt dit overduidelijk tegen. Wat men tegenwoordig aanduidt als evolutie en ontwikkeling, is ook in de taal (net als in de biologie), domweg een enorme verarming en degeneratie. Toen in de 12e eeuw vooraanstaande dames zich wilden toewijden aan God en daarom Christus tot bruidegom namen, gingen zij voortaan als Begijnen door het leven. Begijnen zijn vrouwen die zich wijden aan God, maar geen kloosterlijke geloften afleggen. Ze leefden wel collectief samen en hielden zich vooral bezig met liefdadigheid. Bron: https://www.encyclopex.com/begijnen. De geschriften die zij achterlieten, (in die tijd begon men al met het schrijven in de volkstaal, Erasmus en Luther, waren heus de eerste niet) getuigden van een hoogstaand gedachtegoed dat verwoord werd door dames die onderlegd waren en wisten hoe zij, beter dan ik, iets onder woorden moesten brengen. Het was hoogstaande literatuur waarvan sommige werken tot op de dag van vandaag in hoog aanzien staan. Dat dit al snel erodeerde tot wat een docent van mij omschreef als ‘het onnozele niveau van de liefdesbrieven van een verliefde brugpieper’, mag met de idee van degeneratie in het achterhoofd u niet meer verwonderen.

Dat alle talen ter wereld dezelfde oorsprong (het Hebreeuws) hebben, was een idee dat zelfs de grote rechtsgeleerde Hugo de Groot nog onderbouwde in een dissertatie. Vreemd genoeg is dat in de vergetelheid geraakt, terwijl zijn werken over het maritieme recht nog steeds geraadpleegd worden. Een kwestie van commercieel belang vermoed ik. Toch lijkt me het idee van de gemeenschappelijke oorsprong van de talen een juiste conceptie. Het grote aantal woorden dat veel talen gemeenschappelijk hebben, lijkt me hiervoor een niet geringe aanwijzing. Dat men van Perzië tot Engeland hetzelfde woord voor ‘moeder’ gebruikt, namelijk ‘mater’ en ‘mother’ werd me al eens voor de voeten geworpen als bewijs voor het idee dat de Babylonische Spraakverwarring nooit zou hebben plaatsgevonden. Maar juist een woord als moeder lijkt me daar geen bewijs voor. Ieder kind kent zijn moeder, het is het eerste woord dat we leren en het laatste woord dat vele stervenden prevelden op de duizenden slagvelden in de loop der eeuwen. Maar het is wel het laatste woord wat je nodig hebt bij een complexe bezigheid als het organiseren van een enorme hoeveelheid bouwmaterialen en de gigantische hoeveelheid verschillende gereedschappen die nodig zijn voor het bouwen van ‘een toren die tot in de hemel reiken zal’. Juist daarvoor waren woorden nodig die van zeer hoge orde zijn, woorden met hoge status, omdat ze abstracte zaken concreet maken en zorgen dat mensen de idee ervan kunnen bevatten. Het zijn díe woorden die als eerste in de vergetelheid en ongebruik raken wanneer mensen God loslaten.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”, zo staat er in het evangelie van Johannes (als je tenminste een goede Bijbel hebt. In sommige Bijbels is men hier al het spoor bijster). God is de oorsprong, het begin van alles en zeker van het bewustzijn, van orde, structuur en harmonie. ‘Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is.” (Johannes 1 : 1-3) God had dus voor alles wat bestaat een apart woord. Alles wat is, is tot bestaan geroepen toen God het Woord uitsprak. Toen God Adam formeerde uit de klei van de aarde en in neusgaten de levensadem blies, werd Adam tot een levende ziel. De eerste taak van Adam vervolgens was het geven van een naam aan alle dieren. Een naam die het wezen – de essentie – van die diersoort zou vatten in een woord. Wat een onwaarschijnlijke woordenschat moet Adam daarmee hebben gesproken! Schattingen van de soortenrijkdom van de dieren op aarde variëren op dit moment van 3 tot 30 miljoen en dan laten we even buiten beschouwing hoeveel diersoorten er in de geschiedenis van de mensheid zijn uitgestorven. Zelfs al zou Adam slechts de gewervelde dieren (vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren) een naam hebben gegeven, dan nog zou hij grofweg 100.000 woorden nodig gehad hebben om de aard van iedere diersoort te vatten in een woord.

We hebben woorden nodig om een bepaald besef, een idee, een gedachte, een principe over te kunnen brengen op iemand anders. Wanneer we iets niet onder woorden kunnen brengen, hebben we het ons onvoldoende eigen gemaakt.

Het afgelopen jaar heb ik zo’n 12 keer Bijbelstudie mogen geven aan studenten en één van de dingen waar we tegenaan liepen, was dat er verschillende vertalingen gebruikt werden. Soms hielp het om een bepaald vers op verschillende manieren verwoord te horen om zodoende een andere invalshoek te horen, maar over het algemeen werden er synoniemen gebruikt voor woorden die we tegenwoordig nauwelijks nog gebruiken. Helaas echter werden er ook woorden gebruikt die we als synoniem van dat woord zien, maar die een compleet andere gedachte als achtergrond hebben. Zodoende ging een groot deel van de boodschap die het bewuste Schriftgedeelte duidelijk wilde maken, verloren in de nieuwere vertalingen. Een synoniem verwoordt namelijk een bepaald aspect van iets. Wanneer je voor een bepaald idee of concept meerdere woorden gebruikt, beschrijf je het van verschillende kanten, benader je het vanuit verschillende gezichtspunten en krijg je een completer beeld. Hoe minder verschillende woorden je gebruikt, des te eenzijdiger en beperkter je beeld van dat idee.

Om echt studie te doen, om besef te krijgen van de geweldige rijkdom van Gods Woord, hebben we woorden nodig die vatten wat de gedachte is die het Woord van God ons duidelijk wil maken. Woorden als ‘genade’, heerlijkheid’, ‘heiligmaking’, ‘kastijding’, ‘lijdzaamheid’, ‘majesteit’, ‘opwassen’, ‘reiniging’, ‘vermaning’ vertroosting’, ‘zaligheid’, ‘en ‘zoon’.

Ik hoop maar dat ze volgend jaar allemaal een Statenvertaling aangeschaft zullen hebben.

Ik hoop maar dat ze volgend jaar allemaal een Statenvertaling aangeschaft zullen hebben. De kreet “Ik doe al jaren Bijbelstudie, ik zit al jaren in de kerk en niemand heeft me dit ooit verteld!” klinkt nog na in mijn oren. Ze hadden nooit de woorden gehad om het idee te hebben dat er meer was dan ‘de preek van de week voor de dagelijkse praktijk’. In de modernere vertalingen gaat bijvoorbeeld al snel het verband tussen Genesis 15 : 5, 1 Korinthe 15 : 37-49 en Galaten 3 : 16 verloren (zie hiervoor de blog over Abraham, binnenkort te lezen). Dat we een tekst niet begrijpen komt niet doordat gebruikte woorden te moeilijk zouden zijn, maar omdat de achterliggende gedachte ons ontgaat. We hebben simpelweg onvoldoende besef van het Plan van God met deze Schepping om te begrijpen wat Hij zegt, maar wees gerust, wanneer u zich blijft voeden met het Woord van God, zal Zijn Geest uw ogen openen en u doen verstaan wat de Heer door Zijn Woord tot u zegt.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. (Jesaja 55 : 8-11)

Mocht u hier meer over willen weten, dan raad ik u de volgende stukken (op deze website) aan:

Het onderpand der erfenis

Het Woord is en brengt leven

Van Heerlijkheid tot Heerlijkheid


Evolutie van de taal

De nieuwste beeldenstorm of het moderne iconoclasme?

beeldenstorm

De nieuwste beeldenstorm of het moderne iconoclasme? Om te beginnen lijkt het mij goed en verstandig om heel duidelijk voorop te stellen dat ik niet racistisch ben, integendeel. Het is mijn stellige overtuiging dat alle mensen anders, maar wel gelijkwaardig zijn. Ja, de mensheid is te verdelen in rassen en ten opzichte van elkaar zijn die rassen verschillend, maar ze zijn wel gelijkwaardig. Slavernij is iets slechts en mensonwaardigs en als zodanig vind ik het een heuglijk feit dat in het vrije Westen de slavernij als zodanig verboden is.

In Nederland kennen we alle ophef rondom Sinterklaas en Zwarte Piet, iconen van een Nederland dat rap aan het verdwijnen is. In Amerika kennen ze Santa Claus, ooit figurant in een reclame van Coca Cola, tegenwoordig één van de iconen voor het gedachtegoed van de consumptiemaatschappij. Maar ze kennen er ook andere iconen, standbeelden van personen die bepalend waren voor een Amerika dat rap aan het verdwijnen is. Het verlangen naar het doen verdwijnen van dit Amerika uit zich in het verwijderen van deze standbeelden. Ik zeg het vaker: wat we zien is een uitbeelding van wat we niet zien.

In het streven naar het zoveel mogelijk mengen van mensen tot een homogene massa in een mondiaal wereldrijk, met een mondiaal monetair stelsel en één religie raken allerlei processen in een stroomversnelling. Informatie werd nog nooit zo massaal vermenigvuldigd als nu, dankzij de huidige mediakanalen. Ermee gepaard gaat een schrikbarende geschiedvervalsing en indoctrinatie. De socialistische dictaturen met hun humanistische gedachtegoed kenden altijd al een zekere vorm van geschiedvervalsing. Immers, het volk moest blijven geloven in de ideologie van de overheid. Dat deze ideologie niet overeenkwam met de werkelijkheid was alleen maar lastig en dus paste men de geschiedschrijving aan zodat de werkelijkheid zoals beschreven in de geschiedenisboeken meer overeenkwam met de ideologische visie.

Frappant genoeg merken we dat nu steeds meer en meer in ons zogenaamde vrije Westen. Wereldwijd vlucht men de islamitische wereld uit naar landen met een hogere mate van vrijheid. Heel begrijpelijk natuurlijk, maar de stuwende kracht achter deze migratiestromen lijkt minder goed geduid te worden. Op humanitaire grond onderschrijf ik natuurlijk de wens om deze mensen welkom te heten en te helpen waar mogelijk. Echter, op hoger niveau zijn er mechanismen in werking die streven naar een nieuwe wereldorde. Ik heb het niet over een of andere obscure samenzweringstheorie, maar over de vervulling van profetieën uit onder andere het boek Daniël. Een wereldrijk dat ongekend is in omvang en met een weergaloze grip op haar onderdanen. “En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.”(Openb. 13:16-17)

Ten tijde van het Babylonische en later Medo-Perzische Rijk waar Daniël leefde en later in de dagen van het Romeinse Rijk was het al zo dat men de menselijke overheid (in de persoon van koning of keizer) moest aanbidden als een god, op straffe des doods. Het maakte niet uit welke religie je had, als je ook maar de heerser aanbad. Binnen deze wereldrijken was in grote lijnen sprake van één monetair stelsel en van één of twee overheersende talen (want verdeeldheid houd je toch hier op aarde, echte eenheid komt door wat God tot stand brengt en niet door menselijke inspanningen).

Nu, op het moment in de geschiedenis dat de Gemeente bijna volgroeid is en op het punt staat het lichaam van de moeder achter zich te laten en weggerukt te worden tot Gods Troon, nu merken we dat de enorme verdeeldheid op aarde, die zo kenmerkend was voor de afgelopen 20 eeuwen, begint af te nemen. Wereldwijd streeft men naar eenheid. Deze gewenste eenheid wordt echter gelogenstraft door de onoverkomelijke, ontegenzeglijke verschillen tussen mensen. Om dit ongedaan te maken, wordt getracht de verschillen tussen religies te overbruggen, de uiterlijke en culturele verschillen te minimaliseren door mensen zoveel mogelijk te laten mengen. Datgene wat opgebouwd was of zich verheven voelde, breekt men af. Gelijkheid wordt het meest gevonden wanneer alles een puinhoop is, dan zijn de verschillen immers minimaal.

Eeuwen lang hebben de Westerse mogendheden de gang van zaken op politiek en economisch gebied bepaald. Hierom blijft men tegenwoordig maar hameren op de schuld die het Westen zou hebben aan de rest van de wereld door het kolonialisme en de slavernij. Dat slavernij vergeleken met de rest van de wereld relatief laat in het Westen voorkwam en vrijwel als eerste daar afgeschaft werd, laat men buiten beschouwing. De moderne slavernij die tegenwoordig nog voorkomt laat men ook onbenoemd: ze houdt immers onze welvaart in stand en onze levensstandaard ongekend hoog.

Wel blijft men de geschiedenis herschrijven. Wat nu weer heel actueel is, is de zogeheten burgeroorlog in de Verenigde Staten van Amerika, die zogenaamd om de afschaffing van de slavernij begonnen zou zijn. Dit is klinkklare onzin, het zou grappig zijn wanneer het niet zo bloedlink is om af te gaan op de leugens die men verspreidt. Meer en meer wordt de afscheiding van de Zuidelijke Staten van de Noordelijke Staten beschreven als een Burgeroorlog in plaats van een onafhankelijkheidsoorlog. Dat de afschaffing van de slavernij één van de bijeffecten van de oorlog was, is ontegenzeggelijk waar, echter het was niet het doel. Er is sprake van een correlatie, niet van een causaal verband. Na de Eerste Wereldoorlog kregen in veel landen de vrouwen stemrecht, het verband is er overduidelijk, maar het was niet de reden van de oorlog. De oorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten ging nooit in de eerste plaats om slavernij. De oorlog ging oorspronkelijk om het bewaren van de eenheid van de Unie ter waarborg van de belastinginkomsten. Deze Unie was een kunstmatig geheel, wat in de decennia na die oorlog pas goed tot eenheid gesmeed werd. Tot op de dag van vandaag is het duidelijk dat het twee verschillende delen betreft. Het Noorden (New England), oorspronkelijk voornamelijk bevolkt door Puriteinen die de dagen van Cromwell nog vers in het geheugen hadden, ontwikkelde zich tot verstedelijkte industriële mogendheid en stond in schril contrast met het liberalere, landelijker, agrarische Zuiden. De economie van twee zo verschillende gebieden is natuurlijk een uitdaging en er bleek veel gedoe met accijnzen, belastingen en andere zaken op het gebied van handelstarieven die we zo goed kennen sinds de Brexit.

Ulysses S. Grant, slavenhouder  en de belangrijkste generaal van het Noorden, dankzij wie zij gewonnen hebben, zei: “Als deze oorlog zou gaan om de slavernij, zou ik terstond ontslag nemen en mijn zwaard opnemen aan de overkant”.

Abraham Lincoln, de president die zo geroemd wordt om de afschaffing van de slavernij in Amerika zei: “Als ik de eenheid van de Unie zou kunnen bewaren zonder ook maar één slaaf te bevrijden, dan zou ik het ogenblikkelijk doen!”

Robert E. Lee, wiens standbeeld nu weggehaald wordt omdat hij representatief zou zijn voor de opvatting dat de slavernij in stand gehouden moest worden, zei over diezelfde slavernij: “Het is een moreel en politiek kwaad in welk land dan ook, … wel ben ik van mening dat de negers beter af zijn hier dan in Afrika”. Dat men in Afrika dat nog steeds met hem eens is, blijkt wel uit het journaal.

Net als bij de Tachtigjarige Oorlog (de Tiende Penning) was het in eerste instantie te doen om de belastingen, pas gaandeweg het conflict werd er een nobeler doel gevonden. De oorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke Staten was al twee jaar aan de gang toen Lincoln de Emancipation Act afkondigde. Dit was een politieke zet, een van de beslissende stappen in de richting van de afschaffing van de slavernij. De afkondiging van deze wet werd gedaan om internationale politieke steun te verwerven en de samenleving in het Zuiden te ontwrichten, om zodoende een overgave te forceren. De morele rechtvaardiging van een economische oorlog.

Ik noemde net dat het standbeeld van Lee wordt neergehaald. Dit doet mij denken aan een standbeeld in de Bijbel dat neergehaald werd. Rond 570 vóór Christus was Daniël als banneling aan het hof van de heerser van het toenmalige wereldrijk. Hij vertelde deze heerser diens droom en legde hem uit. De conclusie was dat uiteindelijk God Zelf een einde zou maken aan alle menselijke inspanningen om een wereldomvattende heerschappij tot stand te brengen en op te klimmen tot in de hemel, terwijl men tegelijkertijd alle problemen die de mensheid kent wil uitbannen en al doende deze alleen maar vergroot. (zie studie nr. 5 Daniël)

Nu worden er nog standbeelden neergehaald, na de Opname van de Gemeente zullen er standbeelden opgericht worden (Matthéüs 13), standbeelden die aanbeden moeten worden op straffe des doods (Openbaring 13). Dingen die Jezus zag, toen Hij op de Olijfberg stond, vlak vóór Pasen. Godzijdank vóór Pasen, want daardoor kon Jezus zeggen: “In de wereld zul je verdrukking hebben, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen!”

Tot de tijd dat dit ook zichtbaar wordt op aarde, roept Hij de christenen op om Zijn getuigen te zijn, om mensen te vissen uit deze tegenwoordige boze eeuw.

Gaat u mee vissen?

De nieuwste beeldenstorm of het moderne iconoclasme?

beeldenstorm

Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping

Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping

De Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping. De Bijbel is een rijk boek, het is Gods Woord (Romeinen 15:4, Hebreeën 4:12) en het is het enige boek waarover God dit zegt.

De Bijbel bestaat uit twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Daarnaast is er in het Oude Testament sprake van enkele verbonden, maar grofweg is ook daarin de verdeling te maken tussen een zogeheten oud verbond en een nieuw verbond. De Bijbel begint met het feit dat God hemel en aarde geschapen heeft (Genesis 1:1) en sluit af met dat Hij een nieuwe hemel en aarde maakt (Openbaring 21:1). Een nieuwe schepping dus. Het doel van deze huidige schepping is daarmee duidelijk: het voortbrengen van een nieuwe schepping. De hele Bijbel tussen de eerste verzen van Genesis en de laatste verzen van Openbaring legt uit hoe God deze nieuwe schepping tot stand brengt (Zacharia 4:6, Openbaring 21:5) en wie er deel aan hebben (Johannes 3:15, 1 Johannes 5:1). Daar waar deze huidige schepping gekenmerkt wordt door ongeloof en strijd, wordt de nieuwe schepping gekenmerkt door geloof en vrede.

Het Nieuwe Testament begint met “Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, Zoon van David, zoon van Abraham.” (Matthéüs 1:1). We hebben het in het Nieuwe Testament dus over Jezus Christus, niet over een willekeurige Jezus of een Jeshua, maar Jezus Christus (Zie ook de studie Het offer van Christus). Hij is enige die zo heet en die deze naam waardig is! (Openbaring 4:11) Verder lezen we dat Hij Zoon van David en Zoon van Abraham genoemd wordt. Het bijzondere van deze twee personen is dat God met hen beiden een verbond sloot (Genesis 17:1-9, 2 Kronieken 7:18), een verschillend verbond. Daarnaast sloot God een verbond met Adam en Eva (Hoséa 6:7), Noach (Genesis 9:9) en Mozes (Ex 34:27). Het betreft dan niet steeds een verdere uitwerking van het eerste verbond. Het is niet zo dat het ene verbond steeds gedetailleerder wordt beschreven met iedere volgende persoon van dat rijtje. God zegt niet tegen Noach dat het verbond dat Hij sloot met Adam een extra dimensie krijgt, er komt niet een aanvulling bij het bestaande verbond. God sluit in het Oude Testament met Adam, Noach, Abraham, Mozes en David steeds een apart verbond. In volgende blogs zal ik hier dieper op in gaan. Het verbond met Abraham wordt ook wel het verbond met Abraham, Izak en Jakob genoemd (Exodus 2:24, Leviticus 26:42), het is een ander verbond dan het verbond dat God sloot met Adam, Noach, Mozes of David. God sluit met ieder van deze personen een ander verbond, met andere beloften, andere bepalingen (slechts de besnijdenis komt voor bij zowel Abraham (Genesis 17:11) als bij Mozes (Leviticus 12:3)). Sommige van deze verbonden waren slechts een belofte van wat God zou doen, andere verbonden waren voorwaardelijk (Exodus 19:5): op basis van het gedrag van de betrokkenen werden er consequenties aan verbonden, positief dan wel negatief.

Het waren geen verbonden met alleen de betrokken personen. Aan ieder van bovengenoemde personen deed God de belofte dat het zou gelden voor hun nageslacht of, in het geval van Mozes, voor het hele volk Israël (voor zover dat Mozes wilde volgen). Degenen die zich in het geval van Mozes niet onder de wet van dit verbond wilden plaatsen, vertrokken uit Egypte naar andere delen van de wereld. Het verbond van God met Adam en Eva, evenals dat met Noach, geldt de voltallige mensheid (Genesis 9:9). Het verbond met Abraham vereist meer uitleg, maar komt erop neer dat in Oud Testamentische tijd er tenminste 8 volken met evenzovele koninklijke dynastieën hun oorsprong vinden bij Abraham, evenals de bijbehorende religies van het Jodendom, Christendom, Islam en Hindoeïsme. Op hoger niveau legt het Nieuwe Testament uit dat de Heere Jezus Christus de vervulling is van de belofte aan Abraham en dat een ieder die in Hem gelooft gezegend wordt met Abraham (Romeinen 4:3, Galaten 3:16). Het gaat dan ook niet om de fysieke besnijdenis van de voorhuid, maar om de besnijdenis van het hart (Romeinen 2:29, Kolossenzen 2:11). Het verbond van God met het volk Israël, onder leiding van Mozes, is een tijdelijk verbond in die zin dat de Heere God Zelf zegt dat het beëindigd is (Hebreeën 8:13). Hij vergelijkt het met een huwelijk wat Hij sloot met het volk Israël. Israël was Zijn bruid en zij ging stelselmatig vreemd door afgoden te dienen (Jeremia 31:31-33). Hierom beschouwt God Zich als gescheiden van het volk Israël (de 10 stammen) en de Joden (de 2 stammen).

Met David sluit God een verbond met de belofte van een Zoon Die een tempel zou bouwen en Die in eeuwigheid op de troon zou zitten (2 Samuël 7:12, 13; 1 Koningen 5:5; 1 Kronieken 22:10). Niet bepaald van toepassing op Salomo, de zoon van David die na hem op de troon zat, want God zegt tegen hem: “Je hebt Mijn verbond niet gehouden, dus Ik zal het koninkrijk van je afnemen, maar omwille van uw vader David zal je zoon een stam (Juda) mogen houden (1 Koningen 11:11). Reeds vóór de tijd van David was er sprake van een tweedeling in het volk Israël, enerzijds was daar Juda en anderzijds Israël (Efraïm) (Jozua 11:21, 1 Samuël 17:52, 18:16, 2 Samuël 2:10, 5:5). Ten tijde van Saul, David en Salomo was er sprake van een verenigd koninkrijk, maar ervoor en erna was er sprake van twee entiteiten. Na Salomo was er sprake van twee koninkrijken. Juda in het zuiden (met de tempel in Jeruzalem) en Israël in het noorden. De Heere beschouwt Zichzelf in die tijd nog steeds als getrouwd: nu met twee vrouwen, twee zussen, zoals Jacob getrouwd was met Rachel en Lea. Vandaar dat de profeten Jeremia en Ezechiël profeteerden tegen respectievelijk de twee en de tien stammen wegens hun afgoderij en daarmee hun ontrouw aan de Heer (Jeremia 3:6-8, Ezechiël 23:4). Hierin zien we dus weer de ontrouw terug van het volk waar ik eerder naar verwees. Hierom ook profeteert Jeremia reeds in de 7e eeuw vóór Christus dat het verbond van de Wet beëindigd zal worden en er een nieuw verbond zal komen. Paulus legt later uit dat God het verbond van de Wet als verouderd beschouwd vanaf het moment dat Jeremia deze profetie uitspreekt (Hebreeën 8:13). Juda en Israël worden dan ook weggestuurd. Wel volgt de belofte van een nieuw verbond: niet meer een van buitenaf opgelegde wet, maar het ontvangen van Zijn Geest in ons hart (Ezechiël 36:26). De Heer zal met Juda en Israël een nieuw verbond oprichten en de Heere Jezus Christus zal Koning over hen zijn, zittend op de troon in Jeruzalem (Ezechiël 34:24, 37:25).

Dit alles was bekend gemaakt in het Oude Testament en de mensen ten tijde van het evangelie van Matthéüs zullen dit in gedachten gehad hebben, vandaar dat Matthéüs hieraan refereert (Matthéüs 25:56). Vervolgens legt de Heere Jezus Christus uit dat in het Oude Testament ook beschreven staat dat de beloofde Messias (de vervulling van de belofte aan Adam, Abraham en David) moest lijden en sterven voordat Hij in Zijn heerlijkheid kon ingaan (Lukas 24:26). Hij gaat vervolgens heen, zodat de Heilige Geest uitgestort kan worden in de harten van de gelovigen (Johannes 14:23, 26) om zodoende een Gemeente te verzamelen als Lichaam van het Hoofd (Efeze 5:23, Kolossenzen 1:24).

Wat de bijbel ons leert is dat de komst van Jezus, Zijn dood en met name opstanding uit de dood waarmee Hij de Christus werd, de vervulling is van al deze verbonden die God met verschillende personen gedurende het oude testament gesloten heeft.

De Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping, dát is hét Evangelie.

Op het moment dat u de keuze maakt te geloven (= te vertrouwen op) in Jezus als de Zoon van God, ontvangt u Zijn Geest en bent u deel van Zijn Lichaam en hebt u deel aan elke geestelijke zegening in de Hemel. Meer weten? Lees de studie “Waartoe is een gelovige wedergeboren?“. 

De Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping

Heere Jezus Christus, Eersteling van een Nieuwe Schepping

God verkiest geloof!

God verkiest geloof

God verkiest geloof! Onlangs schreef een Kamerlid van de SGP echter: “God trekt mensen tot Zich die niets van Hem willen weten én Hij houdt hen vast!” Grotere onzin heb ik zelden gelezen. Laat me u uitleggen waarom.

“Kiest dan heden wie gij dienen zult”, deze oproep deed Jozua aan het volk Israël en deze oproep doet God de hele geschiedenis van de mensheid door aan de mens. (Deuteronomium 30:19; Jozua 24:15; Lukas 10:42) De Heer geeft duidelijk aan wat Zijn doel is met de Schepping en met ieder mens. (Deuteronomium 10:12; 30:16; Markus 12:33; Romeinen 13:8; 1 Thessalonicenzen 4:9) Hij laat de mens echter ook volkomen vrij! (Jesaja 61:1; Lukas 4:19; Romeinen 8:21; 2 Korinthe 3:17; Galaten 5:1) Er is geen enkel mens die tegen wil en dank door de Heer ergens toe gedwongen wordt. De Heer sleurt niemand aan de haren ergens naartoe. Hij geeft wel heel duidelijk aan wat de consequenties zijn wanneer we besluiten Hem niet te volgen. (Deuteronomium 30:19; Jesaja 59:2)

God stuurde profeten om mensen de Weg te wijzen en Hij verwijt de mensheid dat ze niet naar die profeten wilde luisteren, maar Hij laat de mensen vrij te doen en laten wat ze willen. God houdt helemaal geen mensen vast die niets van Hem willen weten. Zelfs Zijn uitverkoren volk Israël heeft Hij losgelaten, sterker nog: Hij verbergt Zich voor hen wegens hun niet aflatende ongehoorzaamheid, zoals Mozes profeteerde (Deuteronomium 31:17-18; 32:20), nog voor het volk Israël het land Kanaän binnentrok:

Ik dan zal Mijn aangezicht te dien dage ganselijk verbergen, om al het kwaad, dat het gedaan heeft; want het heeft zich gewend tot andere goden.

De Heer verborg Zijn aangezicht van hen, maar Hij liet hen niet aan hun lot over. (Matthéüs 21:33-39; Markus 12:1-9; Lukas 20:9-16; Hebreeën 1:1) Echter ook naar deze profeten wilde het volk niet luisteren, dus uiteindelijk stuurde God Zijn eigen Zoon, Die aan het eind van Zijn bediening, vlak voordat Hij gevangen genomen werd om te worden gekruisigd, uitroept (Lukas 13:34):

Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?

Jezus huilt om de stad en om Zijn volk. Hij wéét wat er zal gaan gebeuren wanneer zij zich niet bekeren en desondanks grijpt Hij niet in.

Er komt een dag dat Hij wel in zal grijpen en dat Hij met een oordeel komt, maar die dag laat nog even op zich wachten. (Maleachi 4:5; Handelingen 2:20; 1 Thessalonicenzen 5:2-4) Waarom? De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen. (2 Petrus 3:9) De Heer wil dus dat alle mensen tot bekering komen. De mens zelf denkt daar echter anders over en die vrijheid heeft God de mens gegeven. (Johannes 3:19)

Dat er dan toch mensen verloren gaan is niet de schuld van God, maar het is de keus van die mens. Waar het waanidee vandaan komt dat God willekeurig ingrijpt, mensen tot Zich trekt, tegen hun wil vasthoudt en anderen juist verloren laat gaan, is mij een raadsel. Het is volstrekt onbijbels! De zaligmakende genade is verschenen aan alle mensen! (Titus 2:11) Niet slechts aan een klein select groepje, dat om onverklaarbare reden wel uitverkoren is terwijl anderen de pech hebben dat ze toevallig niet uitverkoren zijn. Wat een idiote dwaasheid is dat! Het gaat lijnrecht in tegen Gods Woord. De Heere Jezus Zelf zegt immers: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” (Matthéüs 11:28) Het is geen gebod, het is een oproep, een uitnodiging aan iedereen! (Jesaja 55:3)

God verkiest geloof! God kiest niet willekeurig mensen uit om ze vervolgens gelovig te maken. Genade is vrij, voor alle mensen beschikbaar. Elk mens die vervolgens besluit om God te geloven, krijgt daarmee direct het eeuwige leven. De zaligheid, het eeuwige leven, is dus voorwaardelijk: die en dat krijg je op grond van je geloof. (Romeinen 10:10; Efeze 1:13; 2 Timótheüs 3:15) God kiest slechts de gelovige om aan hem of haar het eeuwige leven te geven. Maar het is de keuze van de mens zelf of zij geloven of niet.

Het is de keuze van de hoeders van sommige kerken om mensen het idee te geven dat de deur op een kiertje staat. Ook vandaag nog zou men in sommige kringen tegen de Heere Jezus zeggen: “Weg met Hem, we willen niet dat deze over ons koning zij!” (Lukas 19:14) Men verwijt de Heer een te ruim aanbod van genade. Het doet mij denken aan de overpriesters en farizeeën die vergaderen en niet willen dat men Jezus volgt, omdat zij anders hun macht over het volk zouden verliezen. (Johannes 11:47,48) De parallel met de tegenwoordige kerkleiders moge duidelijk zijn.

Laten we ons vasthouden aan wat de Heere Zelf tegen ons zegt in Openbaring 3:20:

Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

Hier is geen twijfel over, het is niet zo dat als je de deur opendoet, het nog maar de vraag is of Hij ook echt binnenkomt. Misschien, uiteindelijk een keer, als je goed en netjes geleefd hebt … Nee! Als je God in je leven laat, dan komt Hij direct binnen. Vervolgens is het aan jou om Hem de ruimte te geven in je leven. Hoe meer je een band met Hem opbouwt, hoe meer je naar Hem luistert en met Hem praat, des te meer je zult ervaren van Zijn liefde en trouw en des te meer je zult groeien in geestelijk opzicht. De keus is aan jou!

God verkiest geloof!

God verkiest geloof

Mijn genade is u genoeg

Mijn genade is u genoeg

Mijn genade is u genoeg. Een zaaier ging uit om te zaaien. Hij zaaide overal waar Hij kwam, langs de weg, op rotsen, temidden van allerlei doornen en distels en in vruchtbare grond. Het zaad kwam overal op, behalve op de weg, daar werd het weggepikt door vogels. Het zaad wat gezaaid werd op de rotsen kwam op, maar had geen diepgang, de wortels vonden geen ingang in de rotsbodem en de planten verdorden. Het zaad dat gezaaid werd tussen andere struiken kwam op, maar het onkruid groeide sneller en verstikte het graan, zodat het geen vrucht droeg. Slechts het zaad dat gezaaid werd in de goede grond, dat droeg vrucht, zij het in verschillende mate. (vrij naar Matthéüs 13:1-9)

Jezus vertelt bovenstaande gelijkenis en Hij legt hem vervolgens uit aan Zijn volgelingen, de gelovigen:

Het zaad is het Woord van God dat gezaaid wordt in het hart van de mens. Bij mensen die niet willen geloven komt de duivel, die het gezaaide zaad weghaalt. Bij mensen die wel geloven, maar bij wie het Woord niet echt ingang krijgt in hun hart, die zich er verder weinig aan gelegen laten liggen, er niet mee bezig zijn, daar groeit het ook niet. Het heeft verder geen uitwerking in hun leven. Dan zijn er mensen bij wie het Woord wel degelijk ingang vindt in hun leven: het groeit en begint verschil te maken, maar door allerlei andere zaken, ‘de zorgvuldigheden van dit leven’ wordt het verstikt. Die mensen zijn meer bezig met de rijkdommen hier en nu. Ze geloven wel, maar andere zaken vinden ze net iets belangrijker. Het effect is dan dat het onkruid, de rijkdom, de zorgen om het leven hier op aarde, het geloofsleven verdringen. Slechts in het laatste geval vindt het zaad vruchtbare grond en draagt het vrucht. Het Woord vindt ingang in je hart, het krijgt er de ruimte om te groeien en heeft Zijn uitwerking in je leven. (vrij naar Matthéüs 13:18-23)

Jezus vertelde tijdens Zijn leven op aarde vele gelijkenissen. (Matthéüs 13:35) Het waren geen vergezochte abstracte zaken die Hij vertelde. Het waren dingen uit het dagelijks leven, over de manier waarop de schepping in elkaar zit. Ze zijn ongeschikt om ethiek mee te bedrijven of als uitgangspunt voor morele leringen. Jezus hield Zich niet zo bezig met Zijn of ons plekje in de maatschappij, integendeel. Hij vertelde over het Koninkrijk der Hemelen terwijl men Hem voortdurend probeerde te verleiden tot het doen van uitspraken over het leven hier op aarde en zodoende probeerden ze Hem in de val te lokken en een oorzaak te vinden om Hem aan te klagen en uit de weg te ruimen. (Matthéüs 21:45, Lukas 11:54) Voor zover Hij iets zei over ons leven op aarde was het samen te vatten met: “Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf”. (Matthéüs 22:37,39; Markus 12:33; Lukas 10:27)

We zien dit laatste vaak als doel, als maatstaf van hoe wij ons leven zouden moeten leiden om onszelf kind van God te mogen noemen. Zo van: “Wanneer mensen om mij heen en ik zelf merken dat ik God lief heb boven alles en mijn naasten als mijzelf, dán pas ben ik er klaar voor om te beginnen met mijn leven als gelovige en om mijzelf ‘christen’ te noemen.”

Echter, zoals met vrijwel alles wat met God te maken heeft: het is precies andersom! Je bent niet goed genoeg om Hem te dienen, Hij máákt je bekwaam om Hem te dienen. (2 Korinthe 3:6; Kolossenzen 1:12) Je begint met in de Heere Jezus Christus te geloven. Je gelooft dat Jezus geboren werd als mens, dat Hij voor onze zonden stierf aan het kruis en dat daarmee voor God al onze zonden vergeven zijn. Dit weet je en geloof je, toch? Dan geloof je hopelijk ook dat Hij is opgestaan uit de dood. De Heere Jezus Christus zegt hier Zelf over: “De dood is overwonnen, ieder die in Mij gelooft, hééft eeuwig leven”. (Johannes 5:24)

Daar bleef het zoals wij weten niet bij. Hij ging naar de hemel en Hij stortte Zijn Geest uit in het hart van de gelovige. (Johannes 14:16, 26; 15:26; 16:7; Handelingen 2:4; Romeinen 5:5; 1 Korinthe 2:10-13) Op het moment dat je tot geloof komt, ontvang je Zijn Geest. Vergelijk het met een lege fles die je onder water houdt: op het moment dat je de dop eraf haalt, stroomt er water in. Op het moment dat jij je hart opent voor God, ontvang je Zijn Geest en ben je een kind van God. (Romeinen 8:16; Galaten 3:26) Het is mooi om dat uit te beelden door je te laten dopen, daarmee laat je naar buiten toe zíen wat er in je hart is gebeurd. Het is vervolgens Zijn Geest Die jou heel het Woord van God leert begrijpen. Een mens kan dat van nature niet, maar de gelovige mens wel, omdat dit het werk van de Geest is in de gelovige. (Efeze 1:17,18)

Zoals bij vrijwel alles, denk ook aan de gelijkenissen, is wat we zien een uitbeelding van wat we niet zien. (1 Kronieken 28:12; Romeinen 1:20; Hebreeën 8:5) Wedergeboorte is het begín van je geloofsleven. Na je geboorte begint het pas echt! Je leert lopen, praten, lezen, schrijven en je eigen keuzes maken. Zo is het ook met jouw geloofsleven: na je wedergeboorte leer je pas leven als gelovige en dit gaat net zo goed met vallen en opstaan. Ja, we maken allemaal wel eens een foutje en ja, ouders kunnen soms met hun handen in het haar zitten over het gedrag van hun kinderen. Ja, kinderen slopen van alles, ze hebben wetten en regels nodig om te beseffen wat wel en niet mag. Ja, pubers kunnen soms het bloed onder de nagels vandaan halen bij hun ouders. Ja, dit is allemaal een uitbeelding van precies hetzelfde als wat je op geestelijk gebied meemaakt in je geloofsleven.

Kinderen hebben wetten en regels nodig. Het bekend worden met de Wet leert je normen en waarden en brengt je moreel besef bij. De mens kan zich echter niet volledig aan de Wet van God houden en kan op grond daarvan dus nooit een kind van God worden. De Wet leert je dat je een zondaar bent, dat je niet deugt. God heeft ons echter alles vergeven en geeft nieuw, eeuwig Leven in de persoon van de Heere Jezus Christus. Ook na de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus is de Wet nog steeds nuttig, ter onderwijzing. (Galaten 3:24-25)

We hebben allemaal dingen die ons dwars zitten bij onszelf, of die anderen dwars zitten. En wanneer we dan ‘sorry’ zeggen, vergeven anderen ons dat hopelijk. Het kan een stuk moeilijker zijn om onszelf te vergeven, zeker wanneer we keer op keer dezelfde fouten maken. Bij God werkt het precies andersom. Hij kent je door en door, Hij weet alles van je en Hij houdt zielsveel van je. Alles wat er tussen Hem en jou in stond heeft Hij weggenomen en in de persoon van de Heere Jezus Christus hebben we vrije toegang tot God gekregen. (Efeze 2:18; 3:12) God zij gedankt daarvoor! Hij heeft ons alles vergeven, 2000 jaar geleden al. Lang vóór ons leven. (Efeze 4:32; Kolossenzen 3:13; 1 Johannes  2:12)

God verandert mensen door middel van Zijn Woord en Geest. Wanneer jij je voedt met Zijn Woord, heeft dit Zijn uitwerking in jouw leven. Het is Zijn Geest Die jou bekwaam maakt om Hem te dienen (2 Korinthe 3:5-6), dit doet Hij gedurende de rest van je leven. Hij maakt je tot wie Hij wil dat je bent. (1 Petrus 2:5) Ja, Hij verandert je dus. Het is mijn ervaring dat Hij echter meestal niet begint met het stukje van jezelf wat jou het meeste dwars zit en wat jij graag zou willen veranderen aan jou. Dit doet Hij ook niet met de mensheid als zodanig. Het is meestal precies dát stukje wat jou het meeste dwars zit, dat Hij gewoon intact laat, omdat het je nederig houdt en laat beseffen dat je van Hem afhankelijk bent om iets goeds te doen en dat je dit niet zelf kunt. Zoals Paulus schrijft:

Opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. (2 Korinthe 12:7-9)

Dit te beseffen geeft je vrede. Vrede in je hart en daarmee in je leven.

Meer weten? Zie ook: de Bijbelstudie Nicodémus uit de serie “De gedachte is …”

Mijn genade is u genoeg

Mijn genade is u genoeg

Verblijden in lijden

Verblijden in lijden

Er woedt een strijd, de eeuwen door. De geschiedenis van de mensheid, sterker nog, de geschiedenis van de schepping is er één van strijd, een strijd tussen goed en kwaad. De strijd tussen de Heere God en de satan. Al het lijden op aarde, alle strijd, pijn, ellende, oorlog, honger, dood: het is allemaal de uitwerking, het uiterlijke, het kenbare en zichtbare van die geestelijke strijd. Het is de opstand van de schepping tegen haar Schepper, het is de zonde in elk mens.

Het is niet de schuld van de moslims, de Islam, de Joden, de banken, de media of wie er dan ook maar aangekeken worden op dat wat er volgens mensen mis is met de wereld.

Het is de zonde. Alle pijn, narigheid, ellende en verdriet, het is het gevolg van de zonde in deze wereld en in ons lichaam en ons leven. Die zorgt voor lijden. In een eerder blog schreef ik al eens: “God is niet onverschillig voor de wereld. De mensheid is onverschillig voor God en dáárom lijdt zij!” Inderdaad, God is bij machte iets te doen aan het lijden in deze wereld. God hééft ook iets gedaan aan het lijden in deze wereld.

De hele geschiedenis van de mensheid vóór het begin van onze jaartelling heeft Hij profeten gestuurd die de mensheid de Weg terug wezen naar God en het goede. En diezelfde geschiedenis lang hebben de mensen de profeten van God gedood. Elia, Jezus én Stefanus roepen het uit in Handelingen 7:52:

Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.

Tot op de dag van vandaag is het zo dat wereldwijd de christenen vervolgd en gedood worden. Juíst en specifiek de christenen! Ja, ook andere minderheden worden vervolgd en verdrukt, doch dit is een bijwerking van de haat die de wereld heeft tegen degenen die de weg van vrede, vergeving en naastenliefde verkondigen. De Heere Jezus Christus kwam op aarde, we hebben het met Kerst gevierd, de geboorte van het Licht der wereld (Johannes 8:12) Degene Die de Weg was terug naar God, Jezus zegt hier Zelf over: “Níemand komt tot den Vader, dan door Mij!” (Johannes 14:6). Een weg door de dood heen. De Heere Jezus Christus wíst dat Hij kwam om te sterven, maar ook om weer op te staan uit de dood! Hij heeft de dood overwonnen, Hij heeft de weg gebaand tot God en tot het leven in eeuwigheid. Hiervoor moest Hij wel eerst sterven. Niet voor zichzelf, maar als Erfgenaam van de voltallige mensheid. Hij was voor God de vertegenwoordiger van de mensen bij God. En Hij stierf. Daarmee is voor God de voltallige mensheid gestorven, juridisch! “Indien Eén voor allen gestorven is, zo zijn dan allen gestorven!” zo lezen we in 2 Korinthe 5:15.

Daar blijft het echter niet bij. De Heere Jezus Christus is opgestaan uít de dood, Hij is ten hemel gevaren en met Pinksteren heeft Hij Zijn Geest uitgestort in de harten van de gelovigen. Ieder die in Hem gelooft, ontvangt de Heilige Geest, ter plekke. Op dat moment dat je in Hem gelooft, ontvang je Zijn Geest in je hart en bén je een kind van God en heb je eeuwig Leven! (1 Petrus 1:23) Het is dan vervolgens mooi om dat uit te beelden door je te laten dopen, koppie onder. Zoals Jezus Zelf zegt tegen Nicodémus: “Je moet opnieuw geboren worden, uit water en uit Geest!” (Johannes 3:5) De eerste keer worden we uit vruchtwater geboren, de tweede keer beelden we uit dat we door de Geest geboren worden door ons te laten dopen.

Dit betekent niet dat je niet meer hoeft te lijden, geen pijn, verdriet, narigheid en ellende meer hoeft mee te maken. Integendeel! De Heere Jezus Christus zegt Zelf tegen Zijn discipelen: “Ze hebben Mij gehaat, ze zúllen jullie haten!” (Johannes 15:18-26) Hij voegt er aan toe: “In de wereld zul je verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33) Hij laat je nooit alleen, Hij is altijd bij je, Hij geeft je kracht om te doen wat Hij je vraagt en te leven tot eer van Hem. (2 Thessalonicenzen 1:12)

De boeddhist ontdoet zich van lijden door ‘het los te laten’, officieel door te mediteren, in de praktijk door te vegeteren. In plaats van te mediteren, stil te staan bij een idee en dat op alle niveaus te overpeinzen, probeert men alle gedachten uit te bannen door te concentreren op het lichaam en het functioneren ervan. Wat in wezen precies is dat een patiënt in coma doet. Hij vegeteert, slechts het lichaam doet het nog, de geest is bezig met het verwerken van een dermate ernstig trauma dat lichaam en geest gescheiden zijn geraakt. Er zijn gevallen van boeddhistische monniken in zo’n hoge mate van bewustzijn dat hun lichaam reeds tijdens hun leven gemummificeerd is! Het is de uiterste consequentie van levend dood zijn.

Aan de andere kant vinden we dan iemand als Paulus. Paulus vind ik een formidabel voorbeeld van een christen. Te vuur en te zwaard heeft hij de Gemeente vervolgd om zich ná zijn bekering met ziel en zaligheid te storten op de verkondiging van het evangelie, de vergeving van zonde door het bloed van de Heere Jezus Christus. Vergeving is gratis, maar niet goedkoop. Vergeving is iets totaal anders dan vergeten of negeren. Vergeven is dat iemand de plaats van de schuldige inneemt. “Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving”. (Hebreeën 9:22)

Vergeving is rechtvaardig doordat de Heere Jezus Christus de schuld van de mensheid op Zich nam. Hij nam de plaats in van een ieder van ons en boette voor onze zonden. Daardoor kon God ons vergeven en daardoor vergeven wij elkaar. (Zie ook de bijbelstudie Vergeving) Vergeving is vergeten wat achter ons ligt, omdat de Heere God het weggedaan heeft. Wanneer wij ontkennen dat de Heere Jezus Christus voor onze zonden gestorven is, ontkennen we daarmee dat onze zonden vergeven zijn. Er is geen andere vergeving, dan die op grond van de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus.

Paulus wist zich met de Heere Jezus Christus opgestaan uit de dood en was nergens meer bang voor. Hij brandde van verlangen om iedereen het Evangelie te vertellen. Naar eigen zeggen, in 2 Korinthe 11:23-28, is er niemand die zoveel gedaan heeft om de blijde boodschap van de Heere Jezus Christus te verkondigen:

Zijn zij dienaars van Christus? Ik ben boven hen; in arbeid overvloediger, in slagen uitnemender, in gevangenissen overvloediger, in doodsgevaar menigmaal. Van de Joden heb ik veertig slagen min een, vijfmaal ontvangen. Driemaal ben ik met roeden gegeseld geweest, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een gansen nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht. In het reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders. In arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid. Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de Gemeenten.

Tot geloof komen en Jezus Christus aannemen als je Verlosser is niet iets saais, het betekent niet dat je niets meer mag en een keurig braaf leven moet gaan leiden volgens allerlei wetten en regels. Integendeel! Het is het spannendste geweldigste avontuur dat je zult beleven… Ja, het betekent lijden, zoals Paulus zegt: “Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.” (Romeinen 8:18)

Paulus zag uit naar het moment dat zijn aardse strijd gestreden zou zijn en hij verlost zou zijn van zijn lichaam. Dan zou zichtbaar worden wat de Heer voor geweldigs door hem heen heeft kunnen doen (2 Korinthe 5:1-10). Als een mal die verbroken wordt en waaruit eindelijk het gouden beeld tevoorschijn komt. (1 Petrus 1:7)

Hij maakt onder andere in de brief aan Timótheüs de vergelijking van het leven van de gelovige met dat van een topsporter (1 Korinthe 9:24, 25). De training ter voorbereiding op de wedstrijd doet soms pijn. Ná een training of een wedstrijd kan het lijf zoveel pijn doen dat je nauwelijks kunt bewegen. Maar je lichaam past zich hier op aan door sterker te worden. We zien dit en het zichtbaar goed getrainde lichaam van een topsporter vindt alom waardering, maar we weten ook dat dit het resultaat is van vele uren pijn lijden bij schier eindeloze trainingen en moeizaam bevochten overwinningen in zware wedstrijden. De blijdschap die er is aan het eind van een gewonnen toernooi is groter naarmate het toernooi moeilijker was en de wedstrijden met veel pijn en moeite gewonnen werden. Hoe meer strijd er geleverd moest worden om te winnen, des te blijer de atleet is met de prijs die behaald is. Dit is de uitbeelding, het zichtbaar maken, van exact wat er in ons geestelijk leven gebeurt (1 Timótheüs 6:12; 2 Timótheüs 2:4; 4:7). Of, om met de woorden van Petrus (1 Petrus 4:13) te spreken:

Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.

Verblijden in lijden

Verblijden in lijden

Jij gelooft toch ook in een betere wereld?

betere wereld

“Jij gelooft toch ook in een betere wereld?” Die vraag werd me zo ongeveer als afsluiting van mijn assessment voor het behalen van mijn diploma van docent geschiedenis gesteld.

Op die algemene en suggestieve vraag kon ik niet anders dan instemmen. Ik geloof inderdaad in een betere wereld. Niet één die het gevolg zal zijn van politiek of ander menselijk handelen, maar desalniettemin absoluut een betere wereld. Een wereld waarin de Heere Jezus Christus regeert vanaf Zijn troon in Jeruzalem. Een wereld waarin satan voor duizend jaar gebonden en onschadelijk gemaakt zal zijn. Sterker nog, ik geloof dat er daarna een fonkelnieuwe schepping zal komen. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Een nieuwe schepping waarin zelfs geen zon, maan en sterren meer zullen zijn, omdat God Zelf er het Licht is.

Uit het gesprek bleek verder dat de brave man zelf ook geloofde in, of in elk geval streefde naar, een betere wereld. Een wereld waar men goede zou doen en het kwade zou laten. Waarin voor ziekten een medicijn is en voor het maken van de juiste keuzes een goede opvoeding en deugdelijk onderwijs garant staan. Dat die utopie nog ver weg is, lijkt me geen schokkende mededeling. Zo lang we vertrouwen op menselijke wetten, menselijke ideeën over opvoeding en onderwijs, zullen we nooit verder komen dan de dystopie die we om ons heen ervaren op aarde.

Pas wanneer wij tot bekering komen en besluiten om niet meer langer voor onszelf te leven, maar God toe te laten in ons leven en Hem erkennen als Degene Die ons leven geeft, dán pas leren we de wereld kennen zoals deze echt is. Dan zien we niet meer alleen het aardse/lichamelijke, maar dan zien we dat deze aardse zaken slechts een uitbeelding zijn van hemelse/geestelijke zaken.

Wanneer wij ons denken, maar meer nog onze geest, voeden met Zijn Woord, zullen we meer en meer merken: Niet meer ik, maar Christus leeft in mij! En dat maakt een christen anders dan andere mensen. Er is tegenwoordig in onderwijsland het zoveelste project ter verbetering van de wereld. “Als we maar hard genoeg ons best doen met ons allen en allemaal ons steentje bijdragen, maken we samen de wereld beter!” Grote nonsens natuurlijk, maar wel iets waar satan zich graag mee bezig houdt. Niet voor niets heeft de Bijbel het over:

“Wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. (Efeze 6:12)

Het is immers, zoals we om ons heen zien, de satan die de baas is in de wereld.

Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. (1 Korinthe 2:12-15)

Wilt u blijvende verandering ten goede? Voedt u met het Woord van God, want ”wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede..” (Romeinen 8:28)

En die betere wereld? Die komt er! Daar zal Hij Zelf voor zorgen!

“Ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan. En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.” (Openbaring 21:1-5)

Betere wereld

betere wereld

Het Lichaam van Christus in de praktijk

Lichaam van Christus

Allemaal leuk en aardig, mopperde een lid van het Lichaam van Christus, maar nu de praktijk!

Och, zei een oorlelletje, ik vang op wat er gesproken wordt, verder hang ik een beetje rond.

Jij hebt makkelijk praten, ik word dagelijks verdrukt en moet iedereen maar verdragen, klaagde een voetzool.

Gewoon een kwestie van doen wat er op dat moment gedaan moet worden, stelde de hand.

Ik ben al die splitsing zat, aldus een haar, ik laat het los, zei ze en verdween met de borstel mee.

Dat deugt niet, vond een witte bloedcel en bestreed een ziekteverwekker door er antistoffen tegen te maken.

De rode bloedcel dacht er niet over na, maar droeg wat onzichtbaars met zich mee, wat haar toch onderscheidde van rode bloedcellen die dat niet hadden.

Wij houden ons alleen maar bezig met geestelijke dingen, spraken de longen, tastbare zaken daar verslikken wij ons in.

Hoho, dit deugt niet, sprak een nier, dat moet eruit en scheidde het nuttige van het aangename.

Tsja, soms zou ik ook liever wat meer parfum gebruiken om allerlei onwelriekende zaken te verdoezelen sprak de neus, maar dan lopen we in de shit.

Wat kan mij dat nu schelen sprak de kont, ik heb er geen last meer van hoor, dat heb ik losgelaten. Heb je er last van? Gooi het eruit, roep ik altijd maar, niets opkroppen, uiten wat er in je opkomt.

Laten we daarmee wel rekening houden met anderen, sprak de mond, gewoon goede voeding erin en wijze woorden eruit. De rest doe je maar wanneer je alleen bent.

Ik was vroeger wel nuttig met van alles en nog wat, maar tegenwoordig zit ik er maar voor de sier bij, dacht de navel.

Wat maken jullie je druk, ik doe het toch allemaal voor jullie, sprak het hart. Wanneer jullie het nodig hebben doe ik wel een stapje extra, daar wordt ik ook nog eens groot en sterk van. Pas wanneer jullie niets meer doen, gaat het met mij steeds slechter.

Maar wat moeten we dan doen?, riepen sommige leden van Lichaam, we willen zo graag iets dóen!

Luister nou maar gewoon naar Mij, dan komt het allemaal goed, sprak het Hoofd.

Maar we horen U niet door alles wat er in de wereld om ons heen gebeurt!”

Ah, zei het Hoofd, ja in de wereld zul je verdrukking hebben, maar in Mij zul je vrede hebben. De heidenen woeden inderdaad en bedenken een hoop ijdelheid, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

We moeten toch onze stem laten horen?, bracht een dode huidcel zijn stem uit, liet los en legde zijn gewicht in de schaal.

Wees gerust sprak het Hoofd, voed je maar met wat ik je geef, Ik ben het Licht der Wereld en Ik zal het allemaal doen medewerken ten goede, voor jullie, Die Mijn Lichaam zijn.

Pak aan wanneer het nodig is, sprak Hij tegen de Handen, loop waar je gaan moet, zei Hij tegen de voeten, je hebt inmiddels toch wel geleerd wat je moet doen tijdens je wandel? Ik hoef je toch niet keer op keer de Wet voor te schrijven? Hoor Mijn Woord, fluisterde Hij de oren toe. Bedenk wat des Geestes is, vermaande Hij de hersenen. Spreek wat welgevallig is, riep Hij de mond op, voedt je met Mijn Woord. Waarschuw de voeten niet te gaan bij onwelriekende zaken, vertelde Hij de neus.

De rest van het Lichaam van Christus deed wat het altijd gewoon was te doen, namelijk zorgen dat de ledematen kunnen doen wat het Hoofd wil dat ze doen.

Het Lichaam van Christus in de praktijk

Het Lichaam van Christus in de praktijk

De nieuwste profeet heet Bono

Profeet

Na Mozes, Elia, Jezus en Mohammed hebben we een nieuwe ster aan het firmament der profeten. U2’s Bono, tot profeet bestempeld, omdat hij zich mengt in de politiek. Waar het vroeger voor profeten een vereiste moest zijn om door God gezonden te worden of althans dat te verkondigen, is het nu volgens de EO voldoende om allerhande aardse misstanden aan de kaak te stellen.

Het is dat we Mozes graf nooit hebben gevonden (Deut. 34:6), anders zouden we misschien wel kunnen aanschouwen hoe hij zich er in om zou draaien. Waar Mozes door de Heer Zelf begraven is, vinden we zijn graf net zo min als dat van Elia (2 Kon. 2:11). Om over het graf van Jezus maar te zwijgen, men weet dat Zijn graf leeg is, maar weigert Hem toch stelselmatig en hardnekkig te erkennen als de Heere Jezus Christus, maar duidt Hem desondanks toch aan als ‘Jezus’ en dicht Hem allerlei zaken toe waarvan men nu vindt dat ze uiterst gewenst zijn in deze samenleving, maar waarvan de Bijbelse Jezus, de Heere Jezus Christus nooit met één woord gerept heeft (Lukas 4:22-30). (Voor meer informatie over het onderscheid tussen de evangelische Jezus en de Heere Jezus Christus, zie deze website). Integendeel, de Heere Jezus Christus zegt heel kernachtig dat het niet gaat om het leven hier op aarde, maar dat we ons zouden richten op het Hemelse leven, niet op aarde, niet van deze wereld, maar Boven, waar God is (Mat 6:19, 20). Het zijn de woorden van de Heere Jezus Christus Zelf die zeggen dat wie zich bezig houdt met het verbeteren van de aardse omstandigheden, bezig is de Mammon te dienen (Mat 6:24)Profeet

Mozes, Elia en Jezus hadden het net zo min over sociale, maatschappelijke, economische, politieke of culturele misstanden als al de andere profeten van God wier woorden in de Bijbel zijn opgetekend. Mohammed wordt dan door sommigen beschouwd als profeet, maar zijn woorden blijken in niet geringe mate oorzaak van onnoemelijk veel van die misstanden die de ‘christelijke’ profeten juist aan de kaak stellen. Waar de Bijbelse profeten het over hadden was juist het Woord van God (Jer. 42:4, Hag. 1: 12), het Plan van God met deze wereld en de belofte van een Verlosser, een Heiland of Heelmeester en veelal specifiek de periode van Verborgenheid die volgde op de Dood, Opstanding en Hemelvaart van de Heere Jezus Christus en de Uitstorting van de Heilige geest in de harten der gelovigen. De hierop volgende periode van terugverzameling van het volk Israël en het volk van de Joden en herstel van het Koninkrijk van Zijn Knecht David wordt wel vrij duidelijk beschrijven. Het is dan ook begrijpelijk dat de jonggelovigen de hele geschiedenis van het Nieuwe Testament juist die verwachten, echter alle nieuwtestamentische boeken, en met name de brieven, dienen juist om de gelovige op te laten groeien tot volwassene in het geloof en te onderwijzen in het hele Plan van God en met name in de periode die aangeduid wordt als de verborgenheid. Profeet

Het is met name over juist deze periode, in de Bijbel ook wel ‘de Verborgenheid’ genoemd, waarin wij leven, waar veel profeten over spraken en waar veel geschiedenissen in het Oude Testament een uitbeelding van zijn. Het is déze zaak waar de nieuwtestamentische brieven over gaan. En het is precies daar dat met name Paulus zijn frustratie uitspreekt over het feit dat de Christenen, in vooral Korinthe, zich niet interesseren voor de Hemelse positie en levenswandel van de gelovige, maar zich slechts bezig hielden met het hier en nu en de verbetering van het gemeenteleven in het algemeen en de lichamelijke leven van de individuele gelovige in het bijzonder. Hoe foetert Paulus niet op juist die gelovigen die zich richten op het aardse, lichamelijke, materiële en sociale? Hij wijst ze keer op keer op de Hemelse positie van de Heere Jezus Christus en hij wijst ons erop, wij zijn mét Christus gezet in Hemel (Ef. 2:6). Onze wandel is in de Hemel (Fil. 3:20). Profeet

Mozes had het niet met de Farao over de omstandigheden waarin de Israëlieten leefden of hun arbeid moesten verrichten. Elia had het niet over hoe men omging met allerlei menselijke trammelant. De Heere Jezus Christus sprak zelden over sociale en maatschappelijke misstanden, integendeel Jesaja had al geprofiteerd dat Hij hier op aarde niets zou veranderen aan de gang van zaken, tot de Dag van Zijn Wederkomst waarop Hij dat juist wel zou doen. Dan zal Hij er namelijk een oordeel over vellen (Jes. 42:1-3). Wat zij alle drie deden was het wijzen op het feit dat de mensen God en Zijn Woord hadden verlaten, hun vertrouwen hadden gesteld op mensen en dat juist dit de oorzaak was van alle pijn en moeite waar men mee te maken heeft. 

Specifiek en met name Mozes en de Heere Jezus Christus hielden hun toehoorders voor dat men niet thuis hoort in Egypte of in deze wereld, maar dat ons thuis ligt aan de overzijde van de rivier. Aan de overzijde van de wedergeboorte. Mozes wees het volk Israël naar het Beloofde Land, waar ook Abraham naar op reis was, en ondanks dat hij tientallen jaren in het land Kanäan gewoond heeft, zegt de Bijbel dat hij gestorven is zonder dat God Zijn Belofte in dit aardse leven aan Abraham vervulde, omdat Abraham de komende stad, het Hemelse Jeruzalem verwachte. De Heere Jezus predikte het Koninkrijk der Hemelen en hoeveel Christenen die zeggen in Hem te geloven hebben niet een dermate lage verbeeldingskracht dat zij het Koninkrijk der Hemelen, wat God Zelf beloofde te zullen vestigen, zelf denken te moeten oprichten op aarde?

We worden niet opgeroepen de wereld te verbeteren!

We worden opgeroepen géén deel uit te maken van deze wereld, maar er juist uit te gaan. Onze plek is niet hier, maar bij Hem. Laat ons uitgaan, buíten de legerplaats en Zijn smaadheid dragen. Ons niet bemoeien met de politiek of andere vergelijkbare zaken, maar gewoon Zijn Naam belijden. (Heb. 13:13-16)

De profeten die, de hele geschiedenis van de mensheid door zeiden te komen met een boodschap van God, een boodschap van voorspoed en herstel voortkomend uit menselijke inspanningen, zijn altijd door Gods Woord beschreven als valse profeten (Jer 23, 26, Eze. 13). Een oproep tot herstel, tot actie, tot veranderingen ter verbetering van de leefomstandigheden van de mens, is nutteloos, wanneer men zich niet eerst richt op de Heere God en Zijn Woord. “Niet door macht of geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden” zegt de Heer Zelf (Zach 4:6). Wie zijn wij mensen dan om daaraan te twijfelen? Als er iets is waar we aan zouden geleerd hebben te twijfelen, is het wel ons eigen kunnen, het zogenaamde “goede in de mens”. De Bijbel Zelf zegt dat de mens niet deugt, tot geen Goed in staat is, niemand is er rechtvaardig, ook niet tot één toe (Ps 14:1-3). Voor zover er iets goeds in de mens is, is het de Geest van God, niet meer ik, maar Christus (Gal. 2:20).

De prediking van Gods Woord is het enige wat echt blijvend en positief effect heeft (Rom. 1:16). De verkondiging van het Evangelie is het enige dat verandering tot stand brengt (Jes. 42:5-7). Een verandering die niet gaat om verbetering van de mens (1 Kor. 4:10-14), maar de opbouw en onderwijzing van de Gemeente, het Lichaam van Christus (Luk. 17:20, 21). En ja, dat brengt met zich mee dat er verbetering optreedt in de sociale, maatschappelijke, economische en politieke omstandigheden, niet omdat de mens opeens dingen anders doet, maar omdat de Geest van God Zijn uitwerking heeft in het leven van de gelovige (Jes. 55:3).

Profeet

Profeet

Koffiemok dagopening

koffiemok

Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?

Vanmorgen hield ik tijdens de dagopening een koffiemok omhoog met twee vingers. Verwachtingsvol keek de klas me aan. En op de vraag: “Wat gebeurt er wanneer ik de mok loslaat?” zag je de hoopvolle blikken: “Ja! Doe, doe!” Iedereen snapte dat het ding dan stuk zou vallen.

Waarom men dat zo graag wilde, wat men er zo leuk aan vond, dat bleef enigszins onduidelijk. Op die vraag kwam ook geen antwoord, anders dan: “Ja, dat is gewoon leuk, mooi om dingen stuk te zien gaan.” Op mijn vraag: “Wat zeggen we, wanneer we iets stuk hebben laten vallen?” kwam al snel het juiste antwoord: “Hè, dat is zonde!” En dat is precies wat het is. Zonde. Wij, alle mensen, zijn van nature zondig (Romeinen 3:10). De zonde heerst in ons sterfelijke lichaam, zo staat het in de Bijbel (Romeinen 6:12). Het is de zondige natuur van ieder mens die maakt dat we, al dan niet stiekem, een zekere mate van plezier beleven aan de pijn en het lijden van anderen. ‘Het beste vermaak is leedvermaak’ luidt een gezegde.

Deze dagopening deed ik, omdat eerder deze week twee leerlingen ook druk bezig waren geweest om iets stuk te maken, namelijk elkaar. Onder grote belangstelling hadden de jochies geprobeerd de ander in elkaar te slaan. Een en ander was gefilmd en door iemand op een website met meer van dergelijk materiaal gezet. Op de vraag waarom de beide jongens op elkaar in aan het slaan waren, luidde het antwoord: “Om te zien wie het stoerste is!” Degene die de meeste en hardste klappen uitdeelde, werd beschouwd als de stoerste. De toeschouwers werden niet beschouwd als stoer, maar slechts als publiek, als ondergeschikten, als supporters van beide kemphanen. Ongeacht de mening van de toeschouwers zelf hierover: de meeste van deze omstanders wilden slechts ‘vermaakt worden’.

Tijdens de dagopening vertelde ik over een incident van zo’n 12 jaar terug, toen ik nog in de horeca werkte. Gewoonlijk trok de betreffende zaak volle zalen, maar op die bewuste avond stroomde de tent opeens leeg. Buiten verzamelde zich een grote groep mensen die een kring vormde om een viertal mannen. Eén van de vier hield een mes in zijn hand, de andere drie hadden slechts hun schoenen, maar die gebruikten ze met veel succes om die ene man-met-mes pijn te doen. De tientallen mensen eromheen deden niet veel anders dan kijken. Ik stapte tussen de vechters in, maande de schoppers aan de kant, hielp de man met het mes overeind, gooide het mes in de put en de heren besloten hun meningsverschil te laten rusten en verder op een andere manier van hun avond te gaan genieten. Het teleurgestelde publiek droop af.

Wie was de stoerste in bovenstaande verhaal, vroeg ik de leerlingen. “Degene die ingreep meneer”, luidde het eensgezinde antwoord. Op mijn vraag waarom er verder niemand iets deed, bleef men het antwoord een beetje schuldig. Omdat men bang is zelf klappen te krijgen of omdat men het eigenlijk wel wil zien, waren de uiteindelijke antwoorden. Men vindt kennelijk het eigen welzijn belangrijker dan het welzijn van de medemens. En daar zit hem de crux. Heb je naaste lief als jezelf, heet het in de Bijbel toch? Dus moet men zichzelf liefhebben en moet je dus goed voor jezelf zorgen etc.., is de heersende gedachte. Maar dan weet je niet wat het verschil is tussen egoïsme (liefde voor de eigen persoon, gericht zijn op jezelf, de ander dient slechts je ego) en liefde. Liefde is per definitie gericht op de ander en heeft het welbevinden van de ander op het oog.

Terug naar de koffiemok. Het ding stuk maken is makkelijk, maar om hem vervolgens weer te maken kost tijd en moeite. Zo is het met alle keuzes. De slechtste keuze is makkelijk, de beste keuze is moeilijk. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Omdat je op de makkelijke manier niets leert, omdat iedereen het op die manier doet, omdat de moeilijke manier je leert vertrouwen op de Heer!

Through it all, I learned to trust in God!” zegt het lied van Andrae Crouch en zo is het ook. Wanneer we dingen op de makkelijke manier doen, doen we ze op de manier die we het beste beheersen en vertrouwen we op eigen macht of kracht. Wanneer we door moeilijke tijden gaan, met moeilijke situaties te maken krijgen en moeilijke keuzes moeten maken, dán pas leren we vertrouwen op Hem en ons leven in Zijn Hand te leggen. “Why must it be that only when we’re lonely and hopes are dim, we call on Him?” vroeg Elvis zich al eens af. Het antwoord is simpel: het is de zondige natuur van de mens.

Maar God werkt iets goeds. In en door de persoon van de Here Jezus Christus heeft Hij iets nieuws en eeuwigs tot stand gebracht. Laten we daarop vertrouwen en de juiste keuzes maken, hoe moeilijk ze soms ook zijn. “Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden(Zacharia 4:6).

Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods. (Efeze 3:17-19)

Koffiemok

koffiemok

Is de mens van nature goed?

Is de mens van nature goed

Is de mens van nature goed? Dit is een vraag die de filosofen door de eeuwen heen gesteld hebben en die over het algemeen beantwoord kan worden met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’. De meesten kiezen in dit geval niet voor het ‘grijze gebied’ of ‘de gulden middenweg’. Het is dan ook een eenvoudig gestelde vraag en als zodanig een goede scheiding tussen de mensen die ‘m met ‘ja’ beantwoorden en de mensen die met ‘nee’ zeggen. Het antwoord wordt namelijk bepaald door je visie op de mens en bepaalt zeer sterk hoe je met bepaalde situaties, ideeën en principes omgaat.

Alvorens hem te beantwoorden een paar anekdotes. Toen mijn oudste zoon geboren was, hield ik direct zielsveel van hem, hoewel hij niet veel meer deed dan slapen, drinken, huilen, rondkijken en luiers bevuilen. Activiteiten waar op zich niet veel goeds aan is. Zoals het goede ouders betaamt gaven we hem voeding. Het jochie groeide als kool en kroop al snel over de grond het huis door. Stopcontacten, rondslingerende voorwerpen, vaatwerk en de kat waren niet langer veilig. Het vaatwerk voortaan dus buiten bereik van zoonlief gehouden en we hebben hem geleerd de kat te aaien in plaats van aan haar staart op te tillen, hoe leuk ze dan ook doet. Op het kinderdagverblijf bleek onze jongste telg zeer genegen tot kattenkwaad en moest hem geleerd worden geen speelgoed af te pakken van andere kinderen, geen buitensporig geweld te gebruiken wanneer men hem zijn zin niet gaf en om te praten en te overleggen. Kleine kinderen worden groot en de dag kwam dat eerst oudste zoon en later ook jongste zoon naar school mochten. Aldaar was het niet veel anders dan thuis. Allerlei regels en afspraken die er voor zorgen dat de kinderen normaal met elkaar omgaan, thuis net zo goed als op school. Echter er is wel een zekere mate van verandering dan wel aanpassing, jurisdictie en jurisprudentie zo u wilt. Was er eerst sprake van dat de kinderen gevoerd moesten worden, later moesten ze zelf leren eten. Was er eerst sprake van dat ze absoluut bij messen, hamers en bijlen uit de buurt moesten blijven, inmiddels moeten ze hun mes gebruiken om hun boterham te smeren en mogen ze proberen met een hamer spijkers in een plank te tikken. Voor bijlen geldt officieel nog steeds een verbod overigens.

Deze anekdotes, die waarschijnlijk zeer herkenbaar zijn, maken hopelijk iets duidelijk. Vroeger zullen velen van ons ook door deze fasen gegaan zijn en onze ouders hebben ons opgevoed tot verstandige, volwassen mensen met een redelijk normbesef en een notie van goed en kwaad. In hoeverre dat gelukt is, laten we nu maar even buiten beschouwing… Deze normen en waarden bezitten we niet van nature. “Ten diepste is ieder mens egoïstisch”, zei iemand mij eens en ik denk dat dit waar is voor de natuurlijke/lichamelijke mens. Voor zover er iets goeds in ons is, wordt dit er van buitenaf in gebracht of van bovenaf opgelegd door iemand met autoriteit. Opvoeding heeft namelijk alles te maken met autoriteit. Kinderen moeten naar hun ouders luisteren, zoals ouders naar hun kinderen luisteren. Echter kinderen moeten ook leren hun ouders te gehoorzamen, iets wat andersom absoluut niet het geval is en zelfs een zeer verwoestende uitwerking heeft op het gezin en de samenleving.

Opvoeding heeft dus te maken met autoriteit en autoriteit gaat samen met gezag en vertrouwen. Kinderen leren door hun opvoeding om hun ouders te gehoorzamen. Zeker wanneer ouders zeggen wat ze doen en waarom ze dat doen en vervolgens ook doen wat ze zeggen. Kinderen leren zo om hun ouders te vertrouwen en aanvaarden het gezag van hun ouders. Gezag hebben is immers dat men doet wat je zegt. In het onderwijs niet anders: leren is nauwelijks iets anders dan geloven wat je verteld wordt en vertrouwen dat wat je leest waar is. Wellicht dat men daarom ook af wil van de docent als leraar en hem een rol in de marge, als coach wil geven. Het afschaffen van de autoriteit in het algemeen leidt tot problemen. Veel problemen in het onderwijs komen voort uit gedrag van leerlingen die niet hebben geleerd om te gehoorzamen en het gezag van de leraar te accepteren. Men heeft simpelweg nauwelijks nog notie van autoriteit. Overigens niet slechts een probleem in het onderwijs, maar in de hele samenleving.

De samenlevingen of ideologieën waar men uit gaat van de humanistische dan wel socialistische opvatting van de gelijkheid van de mens, zijn de samenlevingen die het meeste aantal slachtoffers eisten onder hun inwoners. Stalin, Mao en hun gelijkgestemden hadden als ideaal: alle mensen gelijk. Wanneer de norm en goed en kwaad wordt bepaald door de opvatting van de maatschappij, is niemand meer veilig en zal de minderheid altijd slachtoffer worden van de meerderheid. De geschiedenis staat bol van mensen die door hun doen en denken toonden dat mensen niet elkaars gelijke zijn en zij zijn vrijwel allen een voortijdige dood gestorven. Maar ook een klaslokaal, een kinderdagverblijf of gewoon een woning, zij zijn veilig voor de aanwezigen wanneer er een zekere hiërarchie is, wanneer er iemand is die autoriteit heeft over de anderen en dus over hen gesteld is. Hetzij een leerkracht of een ouder. Hun besef van goed en kwaad brengen zij over op degenen over wie zij gesteld zijn.

Het besef van goed en kwaad wordt dus van bovenaf bijgebracht door iemand met autoriteit. Besef van goed en kwaad zorgt ervoor dat we weten wat zonde is. De Bijbel zegt het als volgt: door de wet leer ik mijzelf kennen als zondaar en leer ik God kennen als goed. Het is immers God Zelf Die de wet gegeven heeft, maar al duizenden jaren voor die tijd was het Kaïn die prima door had dat moord niet goed is. Oog om oog en tand om tand is de penitentiaire variant op actie leidt tot reactie. Reeds bij Adam en Eva begon het besef van goed en kwaad. Onlosmakelijk verbonden met de sterfelijkheid van de schepping.

Dingen stuk maken, van iemand afpakken, elkaar pijn doen, egoïsme: we hoeven het niet te leren, het kost nauwelijks moeite, maar het gaat vrijwel vanzelf. Het kwade komt bijna automatisch voort vanuit ons lichaam. Het is onze geest die leert om zichzelf en het lichaam te bedwingen en op zijn minst rekening te houden met de ander, dit gaat gepaard met enige moeite. Wanneer wij echter helemaal niets zouden doen, zouden wij binnen enkele dagen gestorven zijn. Het kwaad en de dood heersen in ons lichaam en in de gehele schepping. Wanneer je niets doet aan het onderhoud van gebouwen, meubels of schilderijen, gaan ze niet bijzonder lang mee, maar vergaan ze binnen de kortste keren.

Onze sterkste spieren zijn de spieren die ons overeind houden. Leven/activiteit kost kracht, we moeten ons op zijn minst voeden. Ons lichaam voeden we met hetgeen lager is dan wij. Onze geest voeden we als het goed is met hetgeen hoger is dan wijzelf. Onze lichaam zou namelijk onze geest gehoorzaam zijn, dus er is communicatie tussen lichaam en geest, tussen doen en denken.

Maar diezelfde hiërarchie in ons lichaam vinden we in een gezin, in een dorp of stad, in een maatschappij. Het is niet toevallig dat het prettig is om ergens te zijn wanneer iedereen er zijn plek kent. Wanneer er niet getornd kan worden aan de afspraken en regels. Probleem met de democratie is dat er nauwelijks nog hiërarchie is. Het is geen toeval dat de veiligste, prettigste samenlevingen een (constitutionele) monarchie als regeringsvorm hebben. De koning is zijn leven lang opgevoed en voorbereid op zijn taak en heeft als het goed zijn leven lang de verantwoordelijkheid over de overheid, de regering en het volk. Een koning zorgt dus voor continuïteit en stabiliteit, terwijl een staatshoofd die iedere 4 jaar gewisseld wordt zorgt voor instabiliteit en discontinuïteit. Om nog maar te zwijgen over situaties waarin helemaal niet duidelijk is wie het gezag heeft of waar men het gezag van de overheid niet wil erkennen.

De koning zelf weet, als het goed is, ook Iemand boven zich. De koning zou namelijk onderwezen zijn in Gods Woord. Deuteronomium 17 vers 18 t/m 20 legt uit dat de koning (dagelijks) onderwezen zou worden in Gods Woord. Het is niet voor niets dat David in Psalm 51:5 zegt: “tegen U heb ik gezondigd”. Hij beseft een zondaar te zijn, net als ieder ander. De mens wordt zondig geboren zegt hij in het volgende vers. Ik weet het: wij leven niet meer ten tijde van het Oude Testament, dit heeft zijn rechtsgeldigheid verloren toen Jezus riep: “Het is volbracht” en stierf aan het kruis. Maar ook Paulus, in Romeinen 7:19, zegt “Het kwade wat ik niet wil, dat doe ik”.

Dus nee, de mens is van nature niet goed. Paulus zegt dat hard, maar duidelijk in Romeinen 3, het hoofdstuk dat eindigt met: “Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt”. Paulus zegt in de aanloop naar die conclusie onder andere het volgende: “Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe”.

De mens wordt opgevoed door de regels die we afleiden uit de Wet. Tegelijkertijd beseffen we allemaal dat we tekortschieten. Dat is het nut van de Wet. De Wet is onze tuchtmeester (oud woord voor opvoeder of pedagoog) tot Christus. Een van bovenaf opgelegde wet leert de mens zich goed te gedragen, maar verandert niets aan zijn innerlijk. Daarom zegt de Heer “Ik zal Mijn Geest in u geven”. De Geest van Christus, uitgestort in de harten van de gelovigen, zoekt ook vandaag nog de ingang van het hart van de (on)gelovige, om van binnenuit iets goeds tot stand te brengen. Een nieuwe – volmaakte – schepping (de nieuwe mens) die van binnenuit zijn uitwerking heeft in ons leven.

Laten we ons denken dus in de eerste plaats voeden met Zijn Woord, al het andere vloeit er uit voort.

Is de mens van nature goed?

Is de mens van nature goed?

Schijf van Vijf voor geestelijk voedsel

Schijf van vijf

Het ene verbond is het andere niet

In een vorig blog schreef ik over het verband tussen geestelijke en lichamelijke voeding. Het tot je nemen van nieuwe dingen en het nadenken hierover en kauwen erop. Ik heb in die blog laten zien dat het de bedoeling is dat we, naarmate we opgroeien, verschillende voeding tot ons nemen. Melk is volgens de Bijbel voor pasgeboren kinderen (1 Petrus 2:2), groenten voor degenen die wat zwakker zijn (Romeinen 14:2) en vlees voor de volwassenen (1 Korinthe 3:1,2; Hebreeën 5:11-14). schijf van vijf

Allemaal uitbeeldingen van geestelijke principes (Romeinen 1:20, 1 Korinthe 3:1, 2). Mensen die zich zorgen maken of dit en dat wel mag, zijn geen vleeseters. Het zijn veelal degenen die zich bezig houden met allerlei aardse zaken en lichamelijke toestanden (1 Korinthe 3:3, 10:29). De gelovigen die zich bewust zijn van wie ze zijn, wat Christus in hen, door hen en voor hun doet, weten dat hen alles geoorloofd is, dat ze mogen leven in volledige vrijheid (2 Korinthe 3:17; Galaten 3:13, 5:1; Jakobus 2:12). Deze vrijheid weten zij niet als excuus te gebruiken voor bandeloosheid en een liederlijke, genotzuchtige levensstijl (Galaten 5:13), maar juist voor een nuttig, productief en rijk leven (Efeze 2:10, Kolossenzen 1:10, Titus 2:14).

Wat mij vervolgens verbaast, sterker nog, gewoon verbijstert, is het schrikbarende gebrek aan kennis van het Woord van God (Hosea 4:6, 1 Timótheüs 1:7, 2 Timótheüs 4:3, Hebreeën 5:12). Men volgt allerlei voorgangers, predikanten en schrijvers na die met een prediking komen die zoet is als snoepgoed (2 Petrus 2:1, Openbaring 3:17). In hoge mate heeft het een sterke smaak en spreekt het tot de beleving en verbeelding van de mensen (2 Korinthe 11:13, 2 Petrus 2:18). Het heeft nauwelijks voedingswaarde, maar geeft wel zeer veel energie. Voor even is de honger gestild en kan men zeer energiek, enthousiast en actief van alles beleven. Maar de energie raakt snel weer op en men stort weer in een dal. Hoe anders is het met gezonde voeding, die opbouwt, versterkt en voor lange(-re) tijd kracht en energie geeft. Het is misschien niet de korte piek, maar een gelijkmatiger, stabieler manier van leven. En het zijn precies die mensen die stevig staan, tegen een stootje kunnen, niet wankelen of bewogen worden door allerlei wind van leer, zoals de Bijbel het noemt (Efeze 4:14).

Kenmerkend voor vast voedsel, en we kennen dit bijvoorbeeld aan de oorspronkelijke schijf van vijf, maar ook kunnen we het zien aan een gevarieerde maaltijd, is dat er onderscheid is. Onderscheid tussen de zuivel, de groenten, de granen, en het vlees (1 Korinthe 15:37-39). Zo is er ook onderscheid in het Woord van God. Jezus Zelf trekt de vergelijking tussen het Woord van God en brood (Johannes 6:35, 38), maar vervolgens pakt de Bijbel dit, na de Hemelvaart en Pinksteren op en legt het uit dat de Gemeente als een brood ook een lichaam is (Romeinen 12:4, 5; 1 Korinthe 10:17,11:24, 12:12), maar dan met zeer verschillende ledematen die ieder zeer verschillende functies hebben (1 Korinthe 12:4-6). Het bedenken van de Hemelse dingen is iets wat voor iedere volwassen gelovige een gewone zaak is en het wordt vergeleken met het eten van vlees. Dat dit tegenwoordig steeds minder voorkomt, zelfs ongewenst lijkt te zijn, merken we in “Nieuwe Schijf van Vijf”, vlees komt er nauwelijks in voor. Het moet allemaal steeds oppervlakkiger, materialistischer, minder humaan, maar meer humanistisch, geen vlees meer, maar groente, steeds aardser.

Dat de aardse mens niets begrijpt van God en de Bijbel weten we, maar dat de gelovige wel alles kan begrijpen, lijkt minder bekend. Het hele Plan van God wordt pas duidelijk ná de Uitstorting van de Heilige Geest, zoals Jezus Zelf zegt, het komt u niet toe te weten hoe het precies ziet, maar gij zult de Heilige Geest ontvangen en die zal het u uitleggen (Johannes 14:26, 15:26, 16:13, Efeze 1:17, 18). Niet meer ik, maar Christus leeft in mij zegt Paulus (Galaten 2:20), let wel, hij heeft het niet over Jezus, hij heeft het over Christus! De Heere Jezus Christus (Handelingen 15:11, 26; 16:31, Romeinen 1:4, 5:1; 1 Korinthe 1:2, Galaten 1:3), Hij is de Eersteling (1 Korinthe 15:20, 23) van die Nieuwe Schepping (2 Korinthe 5:17, Galaten 6:15) die God maakt in deze gevallen wereld (Galaten 1:4, 1 Johannes 5:19). God herstelt de wereld niet, Hij heeft gezegd deze te zullen oordelen door vuur en de elementen zullen branden en de wereld zal vergaan. Niet hersteld worden, vergaan! (2 Petrus 3:10-12, Openbaring 21:1, 2)

Maar Hij maakt nu, in het verborgene (Habakuk 1:5), want niet zichtbaar met onze ogen (2 Korinthe 4:18), een Nieuwe Schepping, de Gemeente is daarvan het Hemelse volk (Efeze 3:10, Filippenzen 3:20), Israël zal later het aardse volk (Deuteronomium 4:1, Ezechiël 34:23, 37:24, 25) zijn. Er is dus onderscheid tussen Gemeente (de hedendaagse Kerk en Israël). Onderscheid. Onderscheid wordt er direct in de eerste verzen van de Bijbel al gemaakt, scheiding tussen licht en duister (Genesis 1:4), tussen dag en nacht (Genesis 1:5), tussen hemel en aarde (Genesis 1:6-10) et cetera. De hele Bijbel door wordt er voortdurend onderscheid gemaakt, er wordt steeds scheiding gemaakt, scheiding tussen dat wat wel nuttig is, dat wat slechts tijdelijk nuttig is en dat wat onnuttig is (Johannes 6:63, 1 Timótheüs 4:8, 1 Korinthe 6:12, 10:23). Het is de Geest Die ons vervolgens duidelijk maakt hoe al die aardse zaken de aanduiding, de uitbeelding zijn van Geestelijke zaken (1 Korinthe 2:14, 15; Galaten 4:24, 25).

Wanneer wij de Bijbel lezen en we letten in de loop van de geschiedenis op de verschillende mensen die een rol spelen in het typerende verhaal van die betreffende tijd, dan valt ons opnieuw op hoe verschillend van elkaar die geschiedenissen zijn. Er is verschil, er is onderscheid tussen de tijd van Adam en Eva en alle andere mensen daarna. De tijd van Noach tot Abraham is opnieuw zeer verschillend van de tijd erna. Voor Noach komen we geen koningen tegen, vanaf de tijd van Abram ongeveer zijn ze niet meer weg te denken uit de menselijke geschiedenis. Abraham was de opa van de eerste Israëliet en kan dus nooit een Jood geweest zijn. Jozef en zijn broers, waren broers van Juda, ook zij waren dus geen Joden. Al hun nakomelingen dus op grond van hun geboorte evenmin! Zo zijn er zeer veel mensen, ook heden ten dage nog, die op biologische grond wel Israëliet zijn, maar absoluut geen Jood (Romeinen 9:4-6). Mozes was geen Jood, hij stamde af van Levi, toch is hij de grote wetgever van de Joden en alle wijsgeren na hem.

Met al deze mensen sloot God een verbond en met ieder van hen sloot Hij een ander verbond. Er is niet één verbond, grotere dwaasheid ken ik nauwelijks. Er zijn meerdere verbonden, tenminste twee, dat van de Wet en dat van de Genade (Galaten 4:22-26) en zij zijn ten opzichte van elkaar zeer verschillend. Het ene verbond is een onvoorwaardelijke belofte aan alle mensen (Genesis 3:15), een ander verbond is een onvoorwaardelijke belofte aan alle nakomelingen van iemand (Genesis 9:9). Het ene verbond is aan een heel pakket voorwaarden en een specifiek stuk grondgebied verbonden (Deuteronomium 4:5), een ander verbond kent slechts als voorwaarde dat men zou geloven (Jeremia 31:31-34, Handelingen 13:39, Romeinen 10:4)).

De verbonden die we in de Bijbel tegenkomen zijn dus zeer verschillend, de beloften die er gedaan worden zijn dat ook, maar één ding hebben deze beloften gemeenschappelijk, ze vinden hun vervulling in de persoon van de Heere Jezus Christus (2 Korinthe 1:20).

De verbonden zijn dus zeer verschillend en sommigen zelfs heel beperkt houdbaar, ze zijn uiterst tijdelijk (Hebreeën 8:13), andere hebben een langere geldigheidsduur (Ezechiël 37:26). Ze zijn daarmee kenmerkend en typerend voor de periode van de geschiedenis waarop ze betrekking hadden. Laten we dus alsjeblieft niet allerlei zaken door elkaar gooien (Hebreeën 2:1). Dat doen we met onze voeding ook niet, tot op zekere hoogte. Sommige dingen kunnen eventueel door elkaar geprakt worden, andere zaken dienen strikt gescheiden genuttigd te worden of zelfs in bepaalde fasen van het menselijk leven omdat ze anders ziekmakend, zeer schadelijk of zelfs dodelijk zouden kunnen zijn. Er is zelfs verband gelegd tussen het nuttigen van bepaalde voeding en kanker. Nu weet iedereen dat kanker niet nuttig, zelfs dodelijk kan zijn, en toch is men in het Lichaam van Christus, wat de Gemeente toch is, heel erg blij wanneer opeens een bepaalde lokale kerk of stroming zeer snel begint te groeien. Nou als er één kenmerk van kanker is, dan is het wel dat het groeit! Hier wil ik niet mee zeggen dat elke kerk die een plotselinge snelle groei doormaakt een kankergezwel is, maar laten we er alsjeblieft wel beducht op zijn dat we beproeven hoe nuttig het is wat er gebeurt. De Bijbel Zelf legt dit verband tussen afwijkende leringen en kanker nadrukkelijk, ik verzin dit niet zelf (2 Timótheüs 2:17).

Even terug naar de gezonde voeding, het is goed om te lezen uit het Oude Testament (1 Korinthe 10:6, 11; Hebreeën 11 en 12:1), heus. Maar slechts wanneer men zich er bewust van is dat sinds de Opstanding en Hemelvaart van Jezus Christus en de Uitstorting van de Heilige Geest er iets nieuws begonnen is (2 Korinthe 5:17, Galaten 6:15). We hebben het niet voor niets over het Nieuwe Verbond, het Nieuwe Testament, het Oude is voorbij (Hebreeën 7:18, 8:13), genageld aan het kruis (Kolossenzen 2:14), met Jezus gestorven. Laat het daar. Leer ervan, maar keer er niet naar terug. Wat er in de Wet staat is goed, de Wet is volmaakt, maar is ook verouderd. Sabbat, de zaterdag, de zevende dag van de week, is afgeschaft. Christenen vieren de zondag, de eerste dag van de week (Markus 16:9, Handelingen 20:7), omdat toen Christus opstond als Eersteling van een Nieuwe Schepping. Laten we niet Jezus volgen, we zijn geen Jezuïeten per slot van rekening. We zijn Christenen, omdat we geloven in de Heere Jezus Christus (Handelingen 11:26), Die gezet is aan de rechterhand van God in de Hemel. Waar ook wij zijn, met Hem, gezet in de Hemel, laten we dus ook als zodanig wandelen en een schat in de Hemel vergaderen, in plaats van hier allerlei trammelant op de hals te halen of sociale misstanden te bestrijden of het mengen van ijzer en leem te becommentariëren.

Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus. (Filippenzen 3:13-14)

Schijf van vijf

schijf van vijf

Melk en vaste spijze (1)

Melk en vaste spijze

Pasgeboren kinderen geef je melk, dat lijkt me vrij algemeen bekend. Daarna krijg je tanden en leer je om je gebit te gebruiken om te kauwen op je eten. Er is nog veel wat een kind met een melkgebit niet lust, maar na de moedermelk, het fruitpapje en de boterham met een glas melk, komt er nu al meer variatie in de voeding. Melk en vaste spijze.

Echter we weten ook dat dit melkgebit niet blijvend is, het wordt langzaamaan vervangen door het blijvende gebit, daarnaast komen er nog wat (verstands-)kiezen bij. In plaats van brood, gaan kinderen nu ook vlees eten. Het eerste, het tijdelijke gebit wordt vervangen door een blijvend gebit. Dit gebeurt veelal in de fase waarin kinderen ook naar (de Basis-)school gaan. Kinderen zijn in deze fase ook gevoelig voor symboliek. De fase waarin mensen van kind naar volwassenen groeien is ook de fase waarin het blijvende gebit uitgebreid wordt met enkele (verstands-)kiezen, dit is ook de levensfase waarin mensen voor het eerst ook lichamelijk in staat zijn om nieuw leven voort te brengen.

Tot dusverre niets nieuws, lijkt mij. U hebt hopelijk wel het vermoeden dat deze zichtbare, tastbare dingen iets uitbeelden. Dat dit Bijbels is wil ik u laten zien. Petrus heeft het bijvoorbeeld over de ‘redelijke, onvervalste melk’, hij spoort gelovigen aan om er ‘zeer begerig’ naar te zijn. Hij schrijft dit in een stuk waarin hij verder schrijft over de levenswijze van de gelovige. Het gaat daar over het goede wat we wel zouden doen en het kwade wat we niet zouden doen. Dat is de melk, het onderscheid tussen Goed en Kwaad, tussen gezonde voeding en ongezonde voeding. Paulus gebruikt dit zelfde woord ‘redelijke’ wat letterlijk vertaald ‘logische’ is, in Romeinen 12:1, hij legt hier uit dat de gelovige anders is dan de ongelovige. Datgene wat de ongelovigen bezig houdt, de leringen en filosofieën, zou ons niet bezighouden, we zouden ons er niet mee moeten voeden.

Het brood wat we later (als we een melkgebit hebben) eten, is niet hetzelfde brood als wat de mensen eten die zich aan allerlei wetten en regels houden. Jezus zegt tegen zijn discipelen dat ze niet het brood van de farizeeën moesten eten en legt hen later uit dat dit brood de uitbeelding is van de leer die deze mensen verkondigen. Een leer waar de gelovige zich absoluut niet mee bezig zou houden. De Galaten deden dit wel en Paulus vraagt hen in Galaten 3:1 of ze krankzinnig zijn! Het brood zegt Jezus, ben Ik, slechts door geloof in Hem, krijg je eeuwig Leven, op geen enkele andere wijze. Het gaat niet om de wonderen en tekenen, maar om het Woord wat Hij spreekt. Hij zegt erbij dat het niet gaat om de aardse lichamelijke dingen, maar om de geestelijke, hemelse dingen. En daar vinden we de eerste en misschien wel belangrijkste waterscheiding in de christenheid. Hoeveel mensen die zeggen christen te zijn, die ‘Jezus volgen’, houden zich ondanks dat Jezus Zelf zegt dat het niet om de aardse dingen gaat, toch bezig met allerlei aardse zaken? Jezus vertelt Zelf dat de profetie van Jesaja 42, waarin verteld wordt dat de Messias geen aardse, sociale of maatschappelijke misstanden zal veranderen, gaat over Hem! Hoe kan het dan dat zoveel christenen zich juist wél bezighouden met precies dat waarvan Jezus, Petrus en Paulus zeggen dat we ons er níet mee bezig zouden houden? Deze mensen beschouwen hun eigen opvattingen en meningen als gezaghebbender dan de Bijbel! Zoals kinderen die hun eigen wil als uitgangspunt beschouwen in plaats van de wil van hun Vader. Het is dat kinderlijke gedrag wat voor zoveel trammelant en frustratie zorgt, zowel in letterlijke als in geestelijke zin. Het zijn dus kinderen van de vader, maar ze beschouwen hun eigen opvattingen en meningen als gezaghebbender dan de Bijbel!

Dat brengt ons gelijk bij het volgende voedsel of gebit. Want het maakt niet heel veel uit welk van de twee we bespreken, het behandelt hetzelfde principe. Vleeseters leven in de wetenschap dat zij leven omdat er een ander voor hen gestorven is. Leven uit de dood dus! Volwassen gelovigen leven in de wetenschap dat Jezus Christus voor de zonden van alle mensen gestorven is. Alles is ons dus vergeven. Alles. Zoals Paulus zegt, alles is ons geoorloofd. Het is echter niet allemaal nuttig en wij zouden juist wel een nuttig leven leiden. Vlees eten gaat dus ook over dat het aardse. Het dier wat voor jou gestorven is, zodat jij kunt leven. Denk aan Pasen, dat dit dus ten dienste staat van het Hemelse. Het enige nut van deze hele oude schepping is dat zij Nieuw Leven voorbrengt. Vandaar ook dat mensen in de puberteit zich vrijmaken van de wetten en regels van hun ouders en zelf leren beseffen wat goed en fout is. Tevens is de puberteit de levensfase waarin mensen lichamelijk in staat zijn nieuw leven voort te brengen. Dus krijgen we in deze levensfase ons volledige blijvende gebit, om vlees te eten en te kauwen op ideeën en uiteenzettingen die het tijdelijke overstijgen en het blijvende, eeuwige aan gaan. Het oude leven is immers tijdelijk en het Nieuwe Leven is immers eeuwig. Het Nieuwe, Eeuwige Leven is Hemels, bedenkt dus de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn!

“Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze. Want een ieder, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind. Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.” (Hebreeën 5:12-14)

Melk en vaste spijze

Melk en vaste spijze

Niet naar de dagen van Handelingen

dagen van Handelingen

Een kreet die ik de laatste tijd vaker hoor is: “We moeten terug naar de dagen van Handelingen”. Hoe goedbedoeld ook en ik denk heus te begrijpen wat men bedoelt wanneer ze dit zeggen, toch zou ik liever niet terug gaan naar die tijd. Liever niet terug naar de dagen van Handelingen.

Laat me u uitleggen wat men volgens mij bedoelt met deze uitspraak, wat hier de goede bedoelingen achter zijn en waarom ik desondanks liever niet terug wil naar die tijd, maar juist uit kijk naar de komende tijd, hoewel die volgens het Woord van God er voor de aarde niet beter op zal worden.

De afgelopen jaren ben ik in heel wat verschillende kerken in Nederland en het buitenland geweest en er zijn behoorlijke verschillen in prediking en beleving. Waar het in de ene denominatie gaat om het houden aan wetten, regels en verplichtingen, gaat het bij een andere denominatie vooral om het praktiseren van naastenliefde, in woord en soms met daden. Weer andere denominaties leggen de nadruk op de persoonlijke geloofsbeleving, op welke manier dan ook (Bijbels of verre daarvan), andere denominaties hebben wat meer kennis van en vertrouwen in het Woord van God en houden zich vooral met de bestudering daarvan bezig.

Het lijkt alsof veel christenen in het algemeen, wellicht onder invloed van filosofie en ‘zeitgeist’, het geloof en Gods bestaan persoonlijk willen ervaren en beleven en het lijkt tegelijkertijd alsof dit hen desondanks niet lukt. Ze willen als het ware een epifanie, een Godsopenbaring aan hen persoonlijk. Zoals God tegen Adam, Noach, Abram, Sara, Paulus (om maar een Nieuw Testamentische gelovige te noemen) sprak. Wat me een behoorlijk egocentrische geloofsopvatting lijkt. Het unieke aan Paulus is dat hij persoonlijk door God bij wijze van spreken in zijn nekvel werd gegrepen en werd aangesproken. Het is niet voor niets dat Paulus zich een “ontijdig geborene” noemt. Wat hem gebeurde paste niet meer bij wat kenmerkend was voor de fase van het Plan van God dat Hij voltrekt. De tweede helft van de eerste Romeinenbrief legt uit dat wat we om ons heen aan ellende ervaren het gevolg is van het feit dat de mensheid als collectief God niet erkent. Daarom heeft God hen overgelaten aan hun zelfgekozen lot. De kinderen in het geloof verwachten/eisen inzichten en ervaringen, die hen pas ten deel vallen wanneer zij ‘de zinnen geoefend hebben’ lezen we in Hebreeën 5:14. Zoals kinderen eigenlijk altijd de plezierige dingen willen die horen bij het leven van een volwassene.

Begrijp me niet verkeerd: ik ga er, zoals u hopelijk vaker in mijn blogs hebt gelezen, heus van uit dat een ieder die gelooft in de dood en opstanding van Jezus Christus toegevoegd is aan de Gemeente en deel uit maakt van Zijn Lichaam. Daarnaast twijfel ik ook niet aan de intenties van mensen die naar eigen zeggen christen zijn. Ik hoop van ganser harte dat ze wedergeboren christenen zijn en Gods Geest hebben ontvangen. Waar ik wel wat twijfels bij heb, is hun kennis van wat ze geloven. Geloven ze in wat ze ervaren/beleven, in wat zij als juist en goed beschouwen, in wat ze gepredikt krijgen vanaf de kansel, of geloven ze in het Woord van God?

De scepsis die u proeft in bovenstaande alinea’s is niet slechts die van mij, maar vinden we in veel harder en scherper taal terug in de Bijbel. In Handelingen 17 vers 10 en 11 lezen we bijvoorbeeld dat de gelovigen te Berea edeler genoemd worden dan die te Thessalonica, met als onderscheid dat die te Berea zelf de Schrift bestudeerden om te zien of de prediking wel overeenkwam met Gods Woord. Aan de Galaten werd gevraagd hoe ze het in hun hoofd haalden om, na tot geloof gekomen te zijn in de prediking van genade door de dood en opstanding van Jezus Christus, toch weer terug te gaan naar de dagen van daarvoor en weer onder de wet te gaan leven?

In Openbaring 2 en 3 lezen we tenslotte hoe er onderscheid is in de verschillende gemeenten. En of je nu van mening bent dat dit een beschrijving is van zeven feitelijke, lokale gemeenten, van zeven verschillende stromingen of van de heilsgeschiedenis van de dagen van Handelingen tot de Opname van de Gemeente, het moge duidelijk zijn dat er verschil is tussen de daar beschreven gemeenten en dat we uit die beschrijvingen kunnen leren wat volgens de Heer wél de bedoeling is en wat niet.

Het bestuderen van Gods Woord is iets wat ons als gelovigen op het hart gedrukt wordt. Het toenemen in kennis van Hem blijkt een kenmerk te zijn van het groeien in geloof. Doen we dit, dan nemen we ook toe in begrip van Hem, we leren God kennen en Zijn plan met deze wereld. En hoewel God eeuwig is, zijn wij en de hele schepping dat niet, verre van dat, we zijn zeer tijdelijk en tijdsgebonden. Hierdoor is Zijn plan dat ook. En zoals een boekrol afgerold wordt, zo wordt het plan van God uitgevoerd. Het blijkt te bestaan uit verschillende, zeer onderscheiden perioden of bedelingen, we kennen ze uit de geschiedenis. De tijd van Adam tot Noach is anders dan de tijd van Noach tot Abraham, van Abraham tot Mozes is weer heel anders van karakter dan de tijd van Mozes tot de aardse omwandeling van de Heere Jezus, vanaf die tijd tot de Opname van de Gemeente is weer van een heel ander karakter, zoals ook de tijd erna weer van totaal ander karakter zal zijn. Wilt u hier (Opname van de Gemeente, de bedelingen Gods, of andere onderwerpen) meer over weten, dan is er op deze website uitstekende informatie te vinden.

Wat duidelijk wordt bij bestudering van de Bijbelse geschiedenis, is wel het feit dat het begin van een bedeling heel sterk een bepaald karakter heeft en dat dit karakter sterk verschilt van dat van de bedeling ervoor. Dit om duidelijk te maken dat er een nieuw hoofdstuk is aangebroken in het plan van God. Denk aan de hof van Eden, de ark, Abraham die uit Ur der Chaldeeën ging, de uittocht uit Egypte, de wonderen en tekenen die de Heere Jezus en later Zijn apostelen deden. Stuk voor stuk unieke, illustratieve situaties die aantoonden dat het vorige voorbij was en dat er iets nieuws was aangebroken.

Jezus en later Zijn apostelen (NB: Niet alle gelovigen van die tijd, maar specifiek de apostelen!) deden tekenen en wonderen om te laten zíen dat zij van God de macht en autoriteit hadden gekregen om te prediken dat het Nieuwe Verbond, de bedeling van genade, was aangebroken. Door de daad bij het woord te voegen, lieten ze zien dat God met hen was. Het staat uitdrukkelijk beschreven dat het Jezus en, na Zijn Hemelvaart, de apostelen waren die deze macht gegeven werd. Om te laten zien dat God met hen was en dóór hen sprak. Zij zijn ook degenen die de Nieuw Testamentische brieven geschreven hebben. Dit doen van tekenen en wonderen was niet gegeven aan alle gelovigen, maar specifiek aan de apostelen! Zoals duidelijk beschreven: “..er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen. En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. En een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.” Handelingen 2: 41-43

Even terug naar eerder op die eerste Pinksterdag, “En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn. En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileërs? En hoe horen wij hen een ieder in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? … wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.” (Handelingen 2:4-11)

Het was dus geen wartaal of ‘hemels gebrabbel’ wat de apostelen zeiden. Het waren bestaande talen! Zij spraken in de taal van de aanwezige buitenlanders. Zij spraken deze buitenlanders, “godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn” aan in hun eigen taal! Laat niemand dus ooit meer verkondigen dat het gebrabbel wat men tegenwoordig ‘tongentaal’ noemt iets Bijbels is. Ten eerste, ‘tongentaal’ is een tautologie: een tong is een taal. Iemands tongval is iemands dialect/accent. De tong bepaalt iemands uitspraak en is daarnaast cruciaal bij het leren van een vreemde taal. Ten tweede, wat voor iemand als wartaal moge klinken, is gewoon een taal van een ander volk, zo lezen we hier heel duidelijk. Het is geen onbegrijpelijk gebrabbel, maar zij verkondigen ‘de grote werken Gods’ in verstaanbare taal.

Toen Mozes 70 oudsten aanstelde om het volk te richten, “.. kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.”(Numeri 11:25) Zo stelde Jezus later 12 discipelen aan en zei: “ontvang de Heilige Geest” en zij profeteerden met Pinksteren, zo hebben we net gelezen in Handelingen 2. De parallel moge duidelijk zijn. Bij het begin van de bedeling van de wet werd er geprofeteerd door degenen die aangesteld werden, daarna niet meer. Bij het begin van de bedeling van de genade werd er geprofeteerd, maar alléén door de apostelen, daarna niet meer!

Wat betreft het ‘vallen in de Geest’, dat naast tongentaal en gebedsgenezing vaak voorkomt in evangelische kringen: hiertoe wil ik slechts twee voorbeelden geven, die voor zich spreken. In Matthéüs 17 lezen we de geschiedenis van de maanzieke knaap. Jezus is (net als vandaag de dag) boven, op de berg. Enkele van Zijn volgelingen zijn hier op aarde bezig een duivel uit te drijven uit de jongen. Wat doet die duivel met het kind? Hij laat hem vallen! Zo lang Jezus boven (in de hemel) is, lukt het Zijn discipelen niet om duivelen uit te drijven. De situaties later, na Pinksteren, zijn uitzonderlijk, heb ik hopelijk eerder in deze blog aangetoond en dienden slechts om te laten zien dat zij inderdaad het evangelie predikten. Zoals Jezus Zelf zegt: “Om te laten zien dat Mij macht is gegeven om de zonden te vergeven, kan Ik deze wonderen doen.”  Mocht u me niet geloven: vraag het Nicodémus. De tweede situatie waarin mensen vallen is in Johannes 18 vers 6, waarin degenen die Jezus komen arresteren achteruit struikelen en vallen. Het staat beiden in schril contrast met wat Jezus en Zijn apostelen doen. Jezus zegt namelijk vaak tegen mensen die in Hem geloven: “Sta op!” Hij zegt niet: “Val neer!” Dat is wat de duivel met mensen doet, zoals u gelezen hebt in Matthéüs 17.

Nadat de Bijbel voltooid is door de apostelen, wordt er in Openbaring 22 specifiek gezegd: “Want ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.” (Openbaring 22:18-19) Mocht u zich nog afvragen waarom het in landen, waar men een profeet volgt die verkondigde dat de Bijbel niet af was en dat hij nog een aanvulling had, zo’n narigheid is dat zij tamelijk massaal naar de landen vluchten waar (nog) relatief veel christenen wonen, dan hebt u in dit laatste Schriftgedeelte hopelijk een afdoende antwoord.

Ten slotte wil ik antwoord geven op de vraag waarom ik niet terug wil naar de dagen van Handelingen. In onder andere het boek Daniël lezen we over de verschillende wereldrijken die elkaar opvolgen. Het Romeinse rijk komt overeen met ‘de benen van ijzer’, het wachten is op het rijk van ‘de voeten van ijzer en modderig leem’. En me dunkt dat we voor onze ogen de vervulling zien van wat Daniël aan Nebukadnezar vertelt: “Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

In die periode tussen deze beide rijken, doet God een ‘verborgen werk’ onder de heidenen, namelijk het verzamelen van de Gemeente. Die als mannelijke Zoon wordt ‘weggerukt tot God en Zijn troon’ lezen we in Openbaring 12:5. Terugverlangen naar de dagen van Handelingen is als het terugverlangen naar het begin van de zwangerschap, terwijl de periode van ‘blijde verwachting’ bijna voorbij is. Immers, voor het eerst in 19 eeuwen is er sinds relatief recente datum weer sprake van een vijgenboom, zoals Jezus de Joodse staat Israël omschrijft in Matthéüs 24:32.

Maar goed, wanneer de keuze gaat tussen ongelovig zijn of het hebben van een kinderlijk geloof (iemand die behoefte heeft aan allerlei uiterlijkheden) zoals Paulus het noemt: ja, dan zou ik willen dat ze allemaal profeteren, zoals ook Mozes en Paulus gefrustreerd uitroepen (Numeri 11:29, 1 Korinthe 14:5). Immers, profeteren is het verkondigen van de Woorden van God! En we hebben Gods Woord, namelijk de Bijbel, dus laten we vooral beproeven of datgene wat gesproken/geprofeteerd wordt, ook klopt met wat er in Gods Woord geschreven staat en laten we dat zo genuanceerd en gedetailleerd mogelijk doen. Met liefde voor God, liefde voor onze medemensen en liefde voor de Waarheid, want zonder dat is de kennis niets.

Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk. Dat al uw dingen in de liefde geschieden. De genade van den Heere Jezus Christus zij met u. Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen. (1 Korinthe 16: 13,14, 23 en 24)

[button link=”http://www.nbc-mp3.nl/Paginas/10/A/A601-A625.html” target=”new” text_color=”#ffffff” color=”#fa191c”]Luister ook deze bijbelstudie over Handelingen (nr. A611 – Volharden in de leer) via internet[/button]

Niet naar de dagen van Handelingen

Niet naar de dagen van Handelingen

De Heilige Geest verkondigt het Evangelie

Heilige Geest verkondigt het Evangelie

Tien dagen geleden vierden we Hemelvaart, hoewel de verschillende bevrijdingsfestivals wat meer aandacht kregen, maar dat is vaker. Het gebeurt niet zelden dat de boodschap van Christus ondergesneeuwd wordt door de commercie. “Story of My Life” hoor je Jezus bijna zeggen wanneer je denkt aan andere christelijke feestdagen zoals Kerst en Pasen, maar goed, dat terzijde. De Heilige Geest verkondigt het Evangelie.

Inmiddels hebben we net Pinksteren gevierd, de uitstorting van de Heilige Geest in de harten der gelovigen. Dit was door Jezus al voorzegd in onder andere het evangelie van Johannes en in het eerste hoofdstuk van het boek der Handelingen van de Apostelen: “Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.(Handelingen 1:8)

Jezus stelt hier vast dat Zijn discipelen, de daar aanwezige volgelingen, de aarde over zullen gaan om te vertellen over wat ze gehoord en gezien hebben tijdens hun leven met Hem op aarde. Na deze vaststelling wordt Jezus opgenomen in de hemel. Het was nodig dat Hij persoonlijk heen zou gaan, zodat de Heilige Geest, de Geest der Waarheid, uitgestort kon worden in de harten van een ieder die zijn leven aan de Heer geeft (Johannes 14:16-17). Hiermee worden we ten eerste leden van Zijn Lichaam, maar niet geheel onbelangrijk: het is Zijn Geest in ons Die ons alles zal leren (Johannes 14:26). De Heilige Geest, ook wel de Trooster en de Geest der Waarheid genoemd, zal van Christus getuigen (Johannes 15:26). Daarmee weten we gelijk dat als iemand profeteert en het niet gaat over Jezus Christus, het een andere geest is die spreekt (1 Johannes 4:1-6).

Kenmerkend voor de Bijbel is dat mensen zonder de Geest Gods Zijn Woord niet volledig kunnen begrijpen, zoals men wel eens zegt: “een mens kan God niet kennen”. Maar men vergeet dan dat degenen die geloven in de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus Zijn Geest ontvangen en het is die Geest die ons in héél de Waarheid zal leiden. Sterker nog, Die ons zal vertellen over de toekomst (Johannes 16:13). Vandaar dat de gelovigen wél weten wat ons te wachten staat. Dit verklaart ook de grote verschillen tussen de verschillende gedeelten van de Bijbel. Sommige delen zijn in de eerste plaats historisch, hoewel ook symbolisch, typologisch en profetisch, terwijl andere delen leerstellig of zelfs louter profetisch zijn.

Wat in elk geval duidelijk moge zijn, is wel het feit dat mensen die de Bijbel slechts toepassen op het hier en nu, mensen die de Bijbel willen gebruiken om te weten hoe ze hun aardse leven moeten leiden, absoluut niets van de Bijbel begrijpen, helemaal geen enkel idee hebben van wat het betekent dat de Bijbel het Woord van God is.

De Bijbel spreekt over het plan van God met deze schepping en dat is zeker geen herstel of verbetering van deze wereld, mens of maatschappij. Integendeel, de Bijbel spreekt over een oordeel van God over deze aarde en alles wat erop leeft. Waar ten tijde van Noach de wereld door water bedekt was, beeldde dit uit hoe eens, vóór de dagen van Adam en Eva, de wereld door water geoordeeld en vergaan was (2 Petrus 2:5). Waarom dit moest gebeuren werd nogmaals gedemonstreerd in de periode van Adam tot Noach, zoals het oordeel met vuur over Sodom en Gomorra, in de dagen van Lot en Abraham (2 Petrus 2:6,7), demonstreerde hoe eens in de toekomst de wereld geoordeeld zal worden en zal vergaan door vuur (1 Korinthe 3:15, 2 Petrus 3:12)

Het Evangelie, de blijde boodschap, is dan ook dat het niet gaat om dit tijdelijke, aardse leven, maar dat God je eeuwig, hemels leven geeft, op het moment dat je gelooft. Er is dan niets meer wat tussen de mens en God in de weg staat. De zonde die het contact tussen God en de mens verbroken had, is door de dood van Jezus tenietgedaan en door de opstanding van Jezus als de Christus, uit de dood, heeft Hij eeuwig leven en een nieuwe schepping tot stand gebracht. En het is díe nieuwe schepping die het doel is van deze oude schepping. Waar satan heerst over deze oude schepping, zoals we duidelijk merken, is Christus de koning in de nieuwe schepping. En het is dát evangelie waarmee Jezus Zijn discipelen de wereld over stuurt zoals we lezen in Matthéüs 24 vers 14 en 15. Probleem met deze verzen is dat men de punt dikwijls te laat zet, waardoor de opvatting bestaat dat de gelovigen in onze tijd actief de wereld over moeten om het Evangelie te verkondigen, omdat anders de Heer niet terug kan komen. Wat er staat is: “En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken.” Het volgende vers begint dan met: “en dan zal het einde komen, wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, den profeet, staande in de heilige plaats”. Wanneer je het zo leest merk je direct dat het klopt: het eerste deel van vers 14 is een conclusie van de verzen daarvoor (vers 5-13), die gaan over het leven van de gelovigen. Vanaf het tweede deel van vers 14 gaat het vervolgens over de eindtijd, maar daar in een ander blog meer over.

Wat betreft het leven van de gelovige, Paulus schrijft hierover: “Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen, houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden; Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen” (Efeze 1:15-18). De betekenis van Pinksteren wordt hier wel héél kernachtig samengevat. De Heilige Geest maakt de gelovige dus alles duidelijk, het is geen mensenwerk. De Heilige Geest wordt hier aangeduid als ‘de Geest der wijsheid’ en ‘de Geest der openbaring in Zijn kennis’. We kunnen God dus kennen door het werk van de Heilige Geest in ons. Híj geeft ons namelijk ‘verlichte ogen des verstands’. Door het geloof leren we Gods wil verstaan. Wanneer wij geloven, worden onze ogen geopend, zoals Jezus uitbeeldde in Johannes 9:11.

Het is dus geen mensenwerk, maar het werk van de Heilige Geest, zoals God Zelf zegt in Zijn Woord: “Niet door macht of kracht, maar door Mijn Geest zal het geschieden (Zacharia 4:6, 1 Korinthe 2:4 en 5, 2 Korinthe 10:4 en 5). Net zo min als het nu onze taak nog is om de hele mensheid het evangelie te verkondigen, omdat anders de Heer niet terug kan komen. De hoogmoed! Niet alleen blijkt eruit dat men niet weet wat de Bijbel Zelf zegt over het einde, terwijl hier zeer veel over geschreven staat, daarnaast is men kennelijk onwetend van het feit dat de mens de hele geschiedenis van de mensheid door, al de hele wereld over gereisd is. De term ‘ontdekkingsreizen’ doet wat dat betreft een hoop kwaad, want die ‘ontdekkingsreizigers’ waren heus in het bezit van (oude) kaarten. Het enige wat zij deden was nieuwe maken, met daarop de contemporaine namen en lengte- en breedtegraden. Het bleek dat op de oude kaarten bijvoorbeeld eilanden en steden stonden die tegenwoordig onder de zeespiegel of onder het ijs van de Noordpool en Antarctica verdwenen zijn. De Vikingen noemden Groenland niet voor niets zo (toen was het daar groen, er was een ander klimaat dan tegenwoordig), zij hebben er destijds vele kerken gesticht en hadden hun eigen bisschop, nadat Leif Eriksson er heengegaan was, op de vlucht voor zijn ongelovige vader. Zeshonderd jaar later klaagde men er dat er al tachtig jaar geen bisschop meer was, doordat het ijs de scheepvaart zo bemoeilijkte. Niet veel later deden de Spanjaarden hun eerste voorzichtige pogingen de zee over te steken. Zij deden dit met zoveel bombarie en gaven er zoveel ruchtbaarheid aan dat het idee post vatte dat zij de eersten waren, terwijl zij feitelijk zo ongeveer de laatsten waren, maar dat herinnerden velen zich niet meer.

Dat de mensheid de eeuwen door de wereld over gereisd is, wordt onder andere bevestigd door het feit dat ze in de wateren bij Hawaï gereedschappen gevonden hebben uit het Stenen Tijdperk, maar die afkomstig waren van de Britse Eilanden, door het feit dat men een Romeins schip heeft gevonden in de haven van Rio de Janeiro, door het feit dat Romeinse en Carthaagse spullen zijn gevonden in Canada, door het feit dat Egyptische inscripties te zien zijn in Australië, om zo maar even wat voorbeelden te geven. Daarnaast is dit wat de Bijbel zelf zegt in onder andere Exodus 9:16, 1 Koningen 10:24 en Daniel 6:25.

Dus wees gerust: voedt u met het Woord van God en laat de Geest verder Zijn Werk doen, in plaats van dat wij proberen hier het Koninkrijk van God gestalte te geven. De Heere God, de Schepper van hemel en aarde is uitstekend in staat om te doen wat Hij gezegd heeft.

De Heilige Geest verkondigt het Evangelie

Heilige Geest verkondigt het Evangelie

Christus is opgestaan, Khristos Anesti!

Christus is opgestaan

Het bedenken des Geestes is het leven en vrede

Christus is opgestaan, Khristos Anesti! In één van de eerste blogs schreef ik twee jaar geleden over de kerstvrede van 1914, waarbij Britse, Duitse en Franse soldaten besloten om te stoppen met oorlog voeren en in plaats daarvan samen de geboorte van Jezus te vieren.

De beroemde en bekende frase ‘Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen’ uit het lied ‘Ere zij God’ werd zo werkelijkheid. Niet doordat zij samen bezig waren allerlei maatschappelijke misstanden te bestrijden. Nee, dat had juist geleid tot de oorlog waarin zij verzeild waren geraakt. De vrede die deze soldaten meemaakten, was een gevolg van het feit dat zij besloten de verjaardag van hun Heer en Heiland te vieren, in plaats van te luisteren naar wat mensen hen vertelden of opdroegen. Dat is het grote verschil tussen het christelijk geloof en religies. God geeft vrede, Jezus gaf en geeft Zijn Leven, terwijl religies en politiek oorlog brengen en levens nemen.

Op Paaszondag 1916 besloten Russische en Hongaarse soldaten om in plaats van oorlog te voeren, samen Pasen te vieren. Ene Friedrich Kohn, een jonge Joodse dokter, die als medisch officier diende bij een Hongaars regiment, schreef hierover in een brief naar huis. Voor de duidelijkheid: Rusland en Oostenrijk-Hongarije waren in oorlog wegens de verbonden die beide landen gesloten hadden met andere landen, respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk enerzijds en Duitsland anderzijds. De Eerste Wereldoorlog, de Grote Oorlog, de oorlog die een eind moest maken aan alle oorlogen, woedde en eiste miljoenen slachtoffers. Alle menselijke vernuft en beleid en politieke en religieuze macht en kracht werd ingezet om de overwinning te behalen ten koste van talloze mensenlevens en ander menselijk leed. Hoe groot het contrast met wat die soldaten daar vierden. De Here Jezus die niet kwam om met macht en kracht Zijn Koninkrijk te vestigen op aarde en alle mensen door geweld te dwingen Hem te gehoorzamen, zoals die soldaten om zich heen zagen gebeuren, maar Jezus Die kwam om Zijn eigen Leven te geven, om te sterven en zo de ultieme overwinning over de dood te behalen.

Jezus Christus dwingt niemand, noch met kracht, noch met geweld, maar laat een ieder de vrije keuze en de volle verantwoordelijkheid voor die keuzes. Hoe bitter dan het verwijt dat men God maakt niets te doen aan alle leed in de wereld waar de mens, met zijn politiek, religie en commercie zelf voor verantwoordelijk is. In plaats van Christus kiest men voor commercie. In plaats van genade kiest men voor geweld. In plaats van het leven te stellen in dienst van wie men lief heeft, laat men elkaar los. In plaats van de ander belangrijker te vinden dan zichzelf, kiest men voor eigenbelang.

Het is kenmerkend voor de geschiedenis van de mensheid, dat de mensheid niets leert van de geschiedenis. Het is kenmerkend voor de grote denkers van de mensheid dat waar men streeft naar eenheid en die met alle geweld tot stand wil brengen, men slechts steeds verder gaande verdeeldheid, egoïsme en individualisme tot stand brengt.

Hoe geweldig mooi dan verhalen zoals die van Friedrich Kohn. Dat zijn verhaal geen uitzondering was, blijkt uit het verhaal van Yordan Yovkov (1880-1937). Yovkov was een Bulgaarse officier die in zijn boek Holy Night schrijft over het Paasfeest dat hij en zijn mannen vierden samen met de Griekse soldaten waarmee zij in oorlog waren. Gezamenlijk zongen zij het lied: Christus is opgestaan!

Mijn punt is dat vrede niet tot stand komt door wat mensen doen of denken, maar doordat mensen zich laten vullen met de Geest van God en door Zijn Woord. Paulus verwoordt het als volgt: Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede (Romeinen 8:6), of in zijn brief aan de Colossenzen: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. (Kolosszenzen 3:1-2)

Goed voorbeeld doet goed volgen, dus ik sluit deze blog af met de woorden:

Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus. (2 Korinthe 1:2)


Christus is opgestaan

Christus is opgestaan

Een brief aan Maarten Luther

Een brief aan Maarten Luther

Een brief aan Maarten Luther. Uwe excellentie,

Ach nee… Iemands autoriteit erkennen is sinds de jaren 60 uit de mode geraakt. Autoriteit zorgde immers voor al die wereldoorlogen, was de gedachte.

Weledelgeleerde heer Luther, Een brief aan Maarten Luther

Oh nee, iemands kwaliteiten erkennen is sinds de jaren 80 afgeschaft. Te discriminerend. We hebben toen vastgesteld dat een bepaald percentage van de bevolking hoog opgeleid moest zijn. Om dat te behalen, hebben we wel het curriculum en de exameneisen wat moeten versimpelen. De realiteit bleek zich niet aan te willen passen aan onze illusies…

Geachte meneer Luther, Een brief aan Maarten Luther

Nee, dat is te seksistisch. Alsof een vrouw niet net zo goed had kunnen doen wat jij deed? We zijn immers allemaal gelijk?

Hoi Maarten,

Wat heb jij je toch druk gemaakt zeg. Het lot van de hele wereld op je schouders nemen. Waarom deed je dat eigenlijk? Wat kon het jou nou schelen of mensen hun laatste paar centen uitgaven aan een nutteloos stuk papier? Als zij dat leuk vinden, moeten ze dat toch lekker zelf weten?

Waarom drong je zo je mening op aan al die andere mensen? Alsof zij niet recht hebben op hun eigen meningen en opvattingen. Waar haalde je de arrogantie vandaan om te beweren dat jij het beter wist dan al die anderen?

Het was toch gewoon bewezen door veel hoger opgeleide mensen dan jij, dat de paus, de kardinalen, bisschoppen en andere hotemetoten het beste voor hadden met de mens? Zij deden toch ook gewoon naar eer en geweten wat zij dachten dat het goede was?

Was er niemand die tegen je zei: “Laat het los!”, “Dat is niet jouw verantwoordelijkheid!”, “Je moet niet het lot van de hele wereld op je nemen” of “Je moet niet de hele mensheid willen redden!
Jij wist toch beter dan wie ook, dat wie zoekt zal vinden? Als die mensen oprecht naar God zochten, dan zou Hij zelf wel zorgen dat ze Hem zouden vinden. Daar hoefde jij je toch niet mee  te bemoeien?

Wat zeg je? Hoe ik het in mijn hoofd haal om dergelijke wartaal op te schrijven en zulke onnozele vragen te stellen? Tsja, ik ben ook maar een kind van mijn tijd… Een tijd waarin het denken van de mens vergiftigd is door eeuwenlange, wanhopige pogingen van filosofen om antwoorden te vinden buiten de Bijbel.

Onvoorstelbaar en onmogelijk zegt u? Ja, dat klopt, daar hebt u gelijk in. Dat zal je ongetwijfeld in de brieven aan Thomas More met zijn ‘Utopia’ en Erasmus met zijn ‘Lof der Zotheid’ ook geschreven hebben. Ook vandaag de dag zijn er nog velen zoals Thomas More en Erasmus te vinden in het linke(r) deel van het parlement en de bestuurders van de Europese Unie. Wat dat is? Zoiets als het Heilige Roomse Rijk van jullie tijd, maar dan niet zo heilig.. Oh, dat was het in uw tijd ook al niet meer zo?

Dat meningsverschil tussen u en bijvoorbeeld More, Erasmus en de paus, dat duurt nog steeds voort, alleen met andere namen. Na Erasmus kregen we Kierkegaard en daarna een hele rij liberale theologen. More’s gedachtegoed werd voortgezet door mannen als Karl Marx en Stephen Covey. Een jaar of 80 na u was er in Engeland een toneelschrijver, Shakespeare, die in één van zijn werken zegt: “Er is geen goed of kwaad, het is slechts ons eigen denken wat dit verzint”. Iets wat 300 jaar later door ene Schopenhauer nog een keer wereldkundig gemaakt wordt. Een brief aan Maarten Luther

Je reinste onzin zegt u? Inderdaad! Als er geen goed of kwaad zou zijn, dan zouden immers de dood en opstanding van Jezus Christus ook onnodig en nutteloos zijn. Ja, absoluut, dergelijke nonsens bedenken die mensen. Of ze niet beter weten? Nou, ze hebben eerst besloten dat God niet bestaat en ze zijn vervolgens alternatieven gaan bedenken. En dat zijn natuurlijk altijd dingen die binnen hun eigen bevattingsvermogen en belevingswereld passen en die dus nooit groter kunnen zijn dan de mens zelf.

Of Pasen dan nog belangrijk is voor de mensen in mijn dagen? Valt wel mee hoor, we hebben paaseieren die verstopt worden. Ooit werd daarbij gedacht aan nieuw leven vanuit de dood, omdat we overal om ons heen nieuw leven zien groeien vanuit de dode aarde. Zoals Jezus opstond uit de dood en daarmee nieuw Leven bracht. Maar Jezus is inmiddels vervangen door verstopeieren. Verstopeieren, aangezien de term paaseieren inmiddels ook wat discutabel geworden is. Want ziet u, we willen mensen die een ander geloof aanhangen en geen Pasen vieren niet voor het hoofd stoten. Ja, immigratie en vermenging van culturen en geloven brengen wat problemen met zich mee… Ook binnen het christendom zijn de meningen verdeeld: moet je nu wel of niet de deur wijd open zetten voor de immigranten?

In uw tijd speelden zulke dingen ook wel, toch? Men nam het u, als christen, toch ook zo kwalijk dat u geen partij koos voor die arme onderdrukte boeren die in opstand kwamen? Inderdaad: principes die gelden voor een individueel geloofsleven zijn geen geschikte handvatten om politiek mee te bedrijven, dat klopt. Ieder voor zich zou zijn medemens lief hebben en hem helpen, steunen, kleding en onderdak bieden aan een ieder die dat nodig heeft. Helemaal mee eens. Maar dat zijn inderdaad zaken die voor ieder mens voor zich gelden en die niet gelden als uitgangspunten voor het beleid van een prins of premier. Oh, begrepen ze dat in uw tijd ook al niet?

Maar om even terug te komen op die vragen die ik in het begin van deze brief stelde. Ik ben er wel heel dankbaar voor dat u dat deed hoor! U hebt het zelf niet meer meegemaakt, maar uw daden en de gevolgen ervan hebben de wereld veranderd. In alle landen ter wereld zijn er groepen mensen die zich christen noemen en die weten dat niemand hen de toegang tot de Genadetroon van God kan versperren. Dus ik ben u eeuwig dankbaar dat u deed wat u moest doen! Dat u de moed had om te doen wat nodig was en dat u zich daarbij niet liet tegenhouden door wat het u mogelijk zou kosten.

Wat fijn dat u leefde in een tijd waarin de Gemeente nog niet desintegreerde doordat de leden elkaar ‘loslieten’ en men nog geen weet had van Ethisch Egoïsme, noch van Materialisme of Rationalisme. Geweldig dat u en zovelen met u alles op het spel wilden zetten omwille van de waarheid. U hebt er hierdoor mede voor gezorgd dat de Hemelpoort wijd open bleef staan voor iedereen die God zoekt. En niemand die toegang hoeft te betalen! Hoewel ze tegenwoordig weer denken dat 10% van het inkomen een vereiste is… Iets uit de wet zegt u? Ja klopt, die Wet die vervuld is door de Dood en Opstanding van Jezus Christus. Dankzij Hem leven we dus niet meer onder de Wet, maar onder de Genade. Gode zij dank! Inderdaad, dat staat in die Bijbel die mede dankzij u voor iedereen vrij beschikbaar is. Nee, die lezen ze tegenwoordig nauwelijks meer, die ‘liken’ ze alleen.

Een brief aan Maarten LutherJezus volgen? Ja, op Twitter. Wat dat is? Daar hebben we het nog wel eens over als we elkaar echt spreken. Duurt niet zo lang meer volgens mij. Inderdaad, wat is een paar jaar op enkele eeuwen?

Hoogachtend,

Willem van Stempvoort

Een brief aan Maarten Luther

Een brief aan Maarten Luther

De Schepping spreekt over de Schepper

Schepping spreekt over de Schepper

De Schepping spreekt over de Schepper. Alles wat we zien is een uitbeelding van wat we niet zien. Er is veel wat we niet (kunnen) zien en waarvan we toch weten dat het bestaat. Omdat we de uitwerking ervan wel zien, we kunnen meten en dus weten we dat het bestaat. Denk bijvoorbeeld aan warmte: we kunnen het voelen en we kunnen de uitwerking van warmte ook wel degelijk zien. Het laat koper gloeien in de gewone gloeilampen, warmte zorgt ervoor dat ijs ontdooit, dat water verdampt, dat een rauw ei hard wordt. De wind kunnen we niet zien, maar de uitwerking ervan wel. Bijvoorbeeld aan de planten die bewegen door de wind. We kunnen de kracht van de wind voelen en de kracht ervan meten.

Daarnaast zijn er zaken in ons eigen leven en onze eigen belevingswereld die niet zichtbaar zijn voor anderen, maar die zeker wel bestaan. Sterker nog, ze vormen vaak de drijfveer voor onze beslissingen. Onze emoties en gevoelens, onze herinneringen en gedachten zijn allemaal zaken die van wezenlijk belang zijn voor ons leven, voor wie we zijn zelfs, maar er is niemand die ze kan zien. Sterker nog, ze zijn op geen enkele wijze te meten! Maar we weten tot in het diepst van wie we zijn dat dit de dingen zijn die echt belangrijk zijn: ze bepalen namelijk wie we zijn.

Uiterlijk als uitbeelding van het innerlijk

Ons uiterlijk kunnen we veranderen, het maakt niet werkelijk deel uit van wie we zijn. Wanneer we onze nagels knippen of naar de kapper gaan en ons haar laten knippen, verliezen we een deel van ons lichaam, maar onze identiteit, wie we zijn, blijft onveranderd. Ook wanneer we, om welke reden dan ook, kilo’s lichaamsgewicht verliezen en er vergeleken met een tijd ervoor veel minder van ons lichaam is, betekent dit absoluut niet dat er minder van ons is. Sterker nog we kunnen ons soms zelfs fitter voelen en hierdoor ‘meer aanwezig’ zijn.

Tegelijkertijd snappen we dat iemand af wil vallen om een reden. We kiezen voor een bepaald kapsel en in zekere mate voor een bepaald uiterlijk, zoals kleding of make-up, omdat we er op een bepaalde manier uit willen zien. Voor zover we invloed hebben op ons uiterlijk, kiezen we voor wat we laten zien aan anderen. Dit is niet slechts zo met ons uiterlijk, maar met alle lichamelijke, uiterlijke, materiële zaken. Dat wat we (laten) zien, zegt iets over wat we niet kunnen zien. We geven bijvoorbeeld een cadeau aan een jarige, om te laten zien dat we blij zijn een jaar van zijn of haar gezelschap te hebben kunnen genieten. Dit maken we tastbaar door het te tonen in het cadeau dat we geven. We zijn blij elkaar weer te zien en tonen dit door elkaar aan te raken, een hand te geven, een knuffel of een kus. Wat we voelen kan de ander niet zien, dus tonen we dit met wat we doen.

Een cadeau beeldt dus iets uit, een knuffel of een kus beeldt iets uit. Het is een symbool. Dit is niet slechts met deze dingen zo. Symboliek is een veelvoorkomende en alom bekende vorm van communicatie. Bij een tekening van een hartje denkt vrijwel iedereen aan liefde of verliefdheid, een slang om een staf gedraaid is het symbool van de apotheker en ga zo maar door. Dingen, plaatjes, symbolen beelden dus een gevoel, een idee of een instantie uit. Schepping spreekt over de Schepper

Beeldspraak Schepping spreekt over de Schepper

In de taal kunnen we het ook hebben over ‘een boom van een kerel’. Waarmee we bedoelen dat de persoon in kwestie bepaalde eigenschappen heeft, die we vooral bij bomen tegenkomen. De boom beeldt als het ware die bepaalde eigenschappen uit. Hij is bijvoorbeeld groot, sterk, niet van zijn stuk te krijgen. Met woorden zeggen we dus iets over wat we zien of zichtbaar maken.

Andersom kan dit ook het geval zijn. Soms heeft een iemand het ergens over, of zoek je iets, waarvan je het idee hebt: “Ik zie het gewoon niet”. Iemand is aan het praten, je hoort de woorden wel, of in elk geval het geluid, maar je begrijpt absoluut niet waar de ander het over heeft. Je zou als het ware net zo goed blind of doof kunnen zijn, want je ziet of hoort niet wat de ander bedoelt. Mensen die letterlijk blind of doof zijn, zijn als het ware de uitbeelding van mensen die figuurlijk, of bij wijze van spreken blind of doof zijn.

Op deze manier heeft God abstracte zaken concreet gemaakt in de Schepping.

Bijbelse uitdrukking

In de Bijbel komen we dit principe dan ook vaak tegen. Romeinen 1 : 19 en 20 zegt bijvoorbeeld dat de ‘onzienlijke dingen’ juist ‘zichtbaar’ worden gemaakt in de schepping. Dag en Nacht bijvoorbeeld beelden Leven en Dood uit. De seizoenen net zo goed. In de Herfst en de Winter gaat het Oude voorbij en in de Lente komt er weer Nieuw Leven uit die ogenschijnlijk ‘Dode Natuur’. Dit gebeurt niet vanzelf. Er is water, in de vorm van regen of sneeuw, voor nodig. Dit zorgt ervoor dat er weer nieuwe planten groeien die op hun beurt weer zaden en vruchten geven. De Bijbel vertelt dat dit uitbeeldt hoe het Woord van God, het water, niet slechts (eeuwig) leven geeft, maar je alles geeft wat je nodig hebt.

Al die plaatjes van de natuur vertellen eigenlijk allemaal hetzelfde verhaal, de Schepping vertelt over de Schepper. De Schepper spreekt door de Natuur tot de Schepping. Helaas lijkt de wetenschap, of in elk geval de Natuurwetenschappen, zich steeds meer te richten op het fysieke, het materiële en gaat zij zo voorbij aan het wezen der dingen. Ze zijn als een kunstcriticus, die een prachtig schilderij ziet en het bestudeert door te kijken naar het soort verf wat gebruikt is en de schildertechniek die werd toegepast. Maar dat schilderij is meer dan vier houten latten en doek en wat verf! Juist bij een schilderij gaat het om het totale beeld wat de schilder wil laten zien. Zijn schilderij vertelt een verhaal, het heeft een boodschap.

Zo is het ook met de Schepping, dat wat we om ons heen zien. Het vertelt een verhaal en dat verhaal geeft zin aan en in het leven: Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. (Hebreeën 11 : 3)

Schepping spreekt over de Schepper

Schepping spreekt over de Schepper

Maarten Luther: ik kan niet anders!

Maarten Luther in Worms

Hier sta ik, ik kan niet anders!

Volgens de overlevering sprak Maarten Luther deze woorden tijdens de Rijksdag te Worms in 1521. Dit deed hij op 31 oktober, de dag die we dankzij Luther Hervormingsdag noemen. Ook de dag die we inmiddels associëren met Halloween, het feest dat elk jaar populairder lijkt te worden. In Nederland lijkt iedereen alleen maar bezig te zijn met verkleedpartijtjes en het beschermen van onze luxe. Hoe lauw zijn we geworden? Niet meer warm of koud, niet meer zwart-wit, maar tig tinten grijs. Waarom durven zo weinig christenen nog te staan voor waar ze in geloven? Francis Schaeffer, Amerikaans theoloog en filosoof, verbaasde zich over de gang van zaken in de 20e eeuw. Hij zegt hierover in zijn “A Christian Manifesto” en ik citeer even uit de losse pols: “Er is een hoop wetgeving, jurisdictie en jurisprudentie geweest waardoor het christelijke karakter van onze samenleving naar de zijlijn is gedrongen en waar waren de christenen? “Not only are we immoral for not standing up, we have been plain stupid!”

Luther stond voor zijn geloof, zoals de titel van deze blog zegt. Deze woorden vormen een toevoeging aan de beroemde rede: Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of overtuigende bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want ik geloof noch de paus, noch de concilies alleen, omdat het zonneklaar is dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. Ik kan alleen overwonnen worden door de Heilige Schriften die ik heb aangehaald. En aangezien mijn geweten gevangen is in Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het bezwaarlijk, onheilzaam en gevaarlijk is om tegen het geweten in te handelen. God moge mij te hulp komen. Amen. Fijntjes voegt men er tegenwoordig aan toe dat Luther de woorden: “Hier sta ik, ik kan niet anders”, niet gesproken heeft tijdens deze rechtszaak, en dat zij een latere toevoeging zijn. Vervolgens lijkt het wel of men met het wegstrepen van deze ene uitspraak de volledige getuigenis van Maarten Luther ter zijde schuift.

Bij het weglopen zou hij tegen zijn vrienden hebben gefluisterd: “Het is gedaan met mij”. Hij wist namelijk vrij zeker dat men hem het zwijgen op wilde leggen, voorgoed. Zijn vrienden waren hier ook van overtuigd en namen hem in bescherming door hem te ontvoeren en een veilig onderkomen te geven op de Wartburg. De keizer en de katholieke kerk lijken namelijk inderdaad van plan geweest te zijn om hem uit de weg te ruimen. Luther wist dit en toch stond hij daar, in zijn eentje, in de rechtbank voor de keizer en de vertegenwoordigers van de kerk. De twee machtigste instanties ter wereld in die tijd. Hij stond er terwijl zij hem het liefst zagen liggen, zes voet diep onder de grond. De keizer verklaarde hem na afloop van de rechtszaak inderdaad vogelvrij.

Zo lang hij zich stil hield waren er weinig mensen die reden zagen iets te doen. Luther kon echter zijn mond niet houden, hij kon zijn ogen niet sluiten en niet negeren welke gevaarlijke onzin zijn oren hoorden. Er waren veel misstanden en soms zelfs bewuste misbruiken van macht en status in de kerk en maatschappij. Luther zag dit alles en het sneed hem door zijn ziel. In plaats van ervoor te bidden en vervolgens verder te gaan met de dagelijkse gang van zaken, bad hij en greep in.

Hij stelde een lijst op met 95 stellingen: 95 kreten die dwaalleringen en misstanden aan de kaak stellen. Hoewel het zijn bedoeling was de rooms katholieke kerk te hervormen, bleek het een scheuring in gang te zetten die tot op de dag van vandaag de geschiedenis bepaalt. Het allerbelangrijkste speerpunt van Luther was wel dat iedere gelovige individueel verantwoordelijk is voor zijn doen en laten. Geen aflaten, geen biechten, geen paus, pastoor, geen duizend ‘wees gegroetjes’, noch rozenkransen, kunnen iets afdoen aan je verantwoordelijkheid voor je daden.

Ik weet het: we zondigen allemaal, stuk voor stuk, we deugen geen van allen, niemand is rechtvaardig, u niet en ik ook niet. Desondanks ziet God de gelovige als rechtvaardig, omdat Zijn Geest in de gelovige woont. Toen Jezus aan het kruis stierf, stierf de mensheid juridisch voor God. Achter iedere naam staat ‘gestorven’ in het boek des Levens. Het verschil is dat we fysiek nog leven en nieuw leven voort kunnen brengen. In de praktijk veranderde er dus niets, maar voor God wel. Het belang van de opstanding van Jezus Christus uit de dood en de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren in de harten van gelovigen, is dat op het moment dat iemand tot geloof komt, op het moment dat iemand in zijn hart tot God zegt: “Ik geloof dat Jezus Christus ook voor mijn zonden is gestorven en weer is opgestaan uit de dood”, Hij Zijn Geest in je hart geeft. Het is die Geest die vervolgens Zijn werk in je doet, die je denken transformeert. Natuurlijk, fysiek verandert er weinig tot niets. Je zondigt nog steeds, dat is wat dit vlees doet: ons lichaam is sterfelijk en aan bederf onderhevig. Maar in en door dit lichaam werkt Gods Geest. God werkt, dóór de gelovige.

Het belang van de Reformatie is niet te onderschatten. Tot op de dag van vandaag zijn het die landen waar de Reformatie een blijvend effect heeft gehad, waar het bestaansniveau het hoogste is, waar het meest waarde wordt gehecht aan de mens als individu. Dit doordat juist in die landen een cultuur is waar de mensen hun verantwoordelijkheid hebben geleerd te nemen en hierdoor in vrijheid kunnen leven.

God zegent de gelovige en dit straalt ook af op zijn omgeving, die profiteert daar van mee. Maar die zegeningen zijn geen mensenwerk. God werkt met Zijn Geest in en dóór de gelovige. Weet u niet wat u moet doen? Staat u in dubio? Moeilijke beslissingen? Dilemma’s? Het antwoord is eenvoudig en compromisloos. “Zoekt eerst het Koninkrijk van God” Matthéüs 6:32, Filippenzen 2:21, “Heb God lief, boven alles”, Lukas 10:27, Galaten 5:14 : zinnen die we kennen, maar zelden echt duiden. Luther deed dit wel en het bracht hem voor de hoogste rechters hier op aarde en hij hield zich staande. Hij vertrouwde op de Heer met zo’n volkomen vertrouwen als we tegenwoordig nog maar weinig zien.

Hoeveel mensen durven tegenwoordig nog te getuigen van hun Heer en Heiland? Hoeveel mensen durven nog kritisch te zijn op voorgangers, leraars, dominees of schrijvers? We lijken bang om de wind van voren te krijgen, om strijd te moeten voeren. Toch is dat precies wat Jezus ons oproept te doen en Hij belooft ons: “Gij zult verdrukking hebben in de wereld, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”Johannes 16:33 Paulus zegt hierover een aantal keer in zijn brieven dat christenen strijders zouden zijn, niet tegen allerlei maatschappelijke misstanden, maar tegen leringen en andere onzin! Romeinen 15:30 1 Korinthe 9:25, Efeze 6:12, Filippenzen 1:30, Kolossenzen 2:1, 1 Timothéüs 1:18, 6:12, 2 Timothéüs 4:7

Luther stond voor waar hij in geloofde en het veranderde de wereld voorgoed. Johannes had dit reeds geprofeteerd: “En schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia: Zo spreekt de Heilige, de waarachtige, die de sleutel van David heeft, die opent zonder dat iemand sluit, die sluit zonder dat iemand opent: Ik ken uw daden. Zie, Ik heb voor u een deur opengezet die niemand kan sluiten. Al is uw kracht gering, u hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend.” Openbaring 3:7, 8

We zijn inmiddels een poosje verder. Het christendom in onze dagen lijkt niet meer zoveel overeenkomsten te hebben met de gemeente te Filadelfia, maar meer met die te Laodicea. We lijken zo rijk in tijdelijke dingen, maar we zijn zo arm wanneer we kijken naar de dingen waar het écht om gaat. Waar we ijverig zouden zijn voor het Koninkrijk, lijken we ons vooral in te zetten voor één of andere unie of voor onze eigen welvaart.

Het moge dan waar zijn voor de Gemeente in onze dagen in het algemeen, maar dankzij Luther weten we weer dat we verantwoordelijk zijn voor onze eigen keuzes. Laten we dan ook de volgen woorden ter harte nemen: “..schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods: “Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig..”Openbaring 3:14-19

Gij zijt het Licht der wereld!

Licht der wereld; blog Willem van Stempvoort

Tijdens een nachtelijke speurtocht met een groep tieners was er regelmatig het verzoek om de zaklampen naar de grond te richten. Zodoende werd voorkomen dat mensen in de ogen geschenen werden en daar last van hadden. Een logisch verzoek, want in de nacht is het contrast met fel licht erg groot en kan het vervelend en pijnlijk zijn om met een lamp in de ogen geschenen te worden. Overdag hebben we daar een stuk minder last van.

Er zijn allerlei positieve lichamelijke effecten te noemen van het ontvangen van voldoende zonlicht. We voelen ons veelal opgewekter, fitter en energieker in de zomer dan in de winter en er zijn zelfs lichttherapieën voor mensen die door donker weer in een donkerder stemming raken. We noemen het niet voor niets somber wanneer er overdag weinig licht is.

Dagelijks maken we het bijzondere moment van de dageraad mee, hoewel niet altijd bewust. Het moment dat de duisternis van de nacht verdwijnt: het zwarte uitzicht wordt lichter, grijzer. Naarmate het lichter grijs wordt, ontwaren we meer vormen en contrast. Het mooie aan het menselijk oog is dat het niet slechts grijstinten waarneemt. Bij voldoende licht kunnen wij ook kleuren zien en het is in die kleuren dat de ware rijkdom van het leven schuil gaat. Pas bij voldoende licht zien we de kleurenpracht van de schepping en iedere kleur heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen betekenis.

Kijken we naar het natuurkundige aspect van licht, de straling, dan ligt dit voor het mensenoog waarneembare spectrum te midden van andere straling. Het voor ons waarneembare spectrum loopt van blauw naar rood. Niet toevallig is het dat de bij, het hemelse wezentje dat zijn leven lang bezig is met het verzamelen van die gouden schat voor later, ook blauwer dan blauw (ultraviolet) licht kan waarnemen. En het is juist de slang, zo laag bij de grond, zo dicht bij de aarde, op de loer om anderen op te eten, die ook infraroodstraling kan waarnemen.

Blauw doet mij denken aan de hemel, aan hemelse dingen, de dingen die spreken over het eeuwige leven. Hemelse zaken kunnen wij niet waarnemen, zoals wij blauwer dan blauw (ultraviolet) licht niet kunnen waarnemen. De bij kan dit wel. De bij brengt het grootste deel van zijn leven in de lucht, in de hemel, door en werkt voor anderen. De bij leeft niet voor zichzelf, maar voor zijn volk, zoals de christen in de eerste plaats zijn leven stelt in dienst van de Gemeente, het volk van God. Wat de bij verzamelt is niet voor hemzelf, maar wordt als een schat bewaard voor later. Niet toevallig is de honing, die schat, goud van kleur. Aan de christen wordt ook een gouden schat in de hemel voorgesteld, als loon voor zijn werk op aarde.

Rood daarentegen doet mij denken aan de aarde en aan bloed, aan de tastbare, lichamelijke dingen. Al het uiterlijke: we worden zelf ook rood wanneer we ons schamen, boos zijn, opgewonden zijn, wanneer het lichaam, het vlees actief is. Het is juist dit vlees dat ons zo dwars kan zitten. We kennen waarschijnlijk allemaal wel de gedachte: “Waarom heb ik dat gedaan?”, wanneer ons lichaam in een reflex iets doet. Het was geen bewuste actie, we hebben er niet over nagedacht, het kwam niet voort uit onze geest, maar het was iets lichamelijks. Processen die voor het in stand houden van dit aardse lichaam noodzakelijk zijn, zoals onze hartslag, onze spijsvertering, zijn zaken die onbewust geregeld worden. Ze zijn er en ze zijn noodzakelijk, maar we zouden er niet bij stil staan. We kunnen ze niet eens waarnemen. Pas als we met onze handen ons eigen lichaam aanraken, merken we iets van deze processen. Roder dan rood licht, infrarood licht, kunnen wij ook niet waarnemen, maar slangen kunnen dit wel. Het is dan ook de slang die in de hof tot Eva spreekt en hij gebruikt een voorbeeld van aardse voeding om de mens over te halen God ongehoorzaam te zijn. Prompt wordt de mens zich bewust van zijn lichaam en begint hij te sterven. Dat is het wat het bezighouden met aardse zaken doet met het leven van de mens. De slang leeft voor zichzelf: hij produceert niets, maar hij doodt. Hij heeft geen poten, maar hij schuift op zijn buik over de aarde. De buik staat symbool voor het aardse, vleselijk genot en het verzorgen van het lichaam.

We kennen ook de koperen slang in de woestijn die door Mozes verhoogd werd. Elk mens die opkeek naar deze verhoogde slang stierf niet, maar werd genezen. In het Nieuwe Testament wordt uitgelegd dat die verhoogde slang een beeld is van Jezus. Ook nu nog kennen we het symbool van die verhoogde slang als de aesculaap, het teken van de apotheken en dokters, waar je heen gaat om genezen te worden. Zo is het ook met Jezus, in Zijn aardse omwandeling heeft hij de mens laten zien hoe wij ons leven op aarde zouden leven, onze handel en wandel zou spreken over onze liefde voor God. Vanuit liefde voor God hebben wij onze medemensen lief, in die volgorde wel te verstaan! Het zal ons genezen, geestelijk in elk geval en soms ook lichamelijk. De liefde voor God heeft een helende uitwerking in ons leven en dat van onze medemensen. En hoezeer we soms, ik in elk geval, de neiging hebben om elkaar in de ogen te schijnen, laten we ons licht vooral schijnen op ons pad, door middel van onze levenswandel.

Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn; Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. (Matthéüs 5 : 14-16)

Typologie leren begrijpen

armen van typemachine; typologie leren begrijpen

Eén van de minst begrepen zaken betreffende de Bijbel is de typologie. Het is ook vaak onbekend. Doordat men het niet begrijpt, raakt men er ook niet bekend mee en al snel is typologie slechts iets voor de vage filosofen en psychologen.

Niet geheel toevallig juist voor deze mensen aangezien Plato (filosoof) en Jung (psycholoog) deze ideeën verwoorden. Ze zaten er overigens niet ver naast. Volgens Plato was alles wat we hier op aarde zien een afspiegeling van wat er in de Hemel is. Alle paarden zijn uitbeeldingen van het ene perfecte idee paard, het archetype paard. Jung kende deze archetypen, maar op iets lager niveau. Volgens hem zijn het rollen die een mens kan vervullen in zijn leven en zitten ze besloten in het oergeheugen van de mensheid en daarmee van ieder individueel mens. Ik schreef al, ze zitten er niet ver naast, Mozes maakte reeds de tabernakel en haar hele toebehoren, ‘naar het Voorbeeld wat hem op de berg getoond was’. (Exodus 25 : 9, 40) Mozes en later ook Salomo (1 Kronieken 28 : 11, 12) zagen het Plan Gods en hoe dit Heilsplan zou vervuld worden door Jezus Christus. (Romeinen 5 : 14) Het maken of uitbeelden van een idee in een voorwerp of een persoon is dus reeds duizenden jaren bekend en door en via Mozes en zijn geschriften onderwezen aan de Oude Grieken, zoals Eusebius schreef in zijn Praeparatio Evangelica.

Duizenden jaren lang zijn deze geschriften door mensen tot op de letter nauwkeurig overgeschreven, tot op de uitvinding van de boekdrukkunst. Deze werd langzaam maar zeker verbeterd tot er sprake was van ‘schrijfmachines’. En hoe noemden we deze dingen meestal? Juist, typemachines! Iedere toets op die machine drukte op een lint met inkt en liet zodoende een afdruk van de betreffende letter op die typemachine achter op het onderliggende papier. Een stempel als het ware. De letters die zo op het papier ‘getypt’ werden, waren dus het uitgedrukte beeld van die letter op die toets en soms kun je ze ook inderdaad op de achterkant van het papier voelen. Dit is fysiek wat typen doet. Het duidt ook aardig wat een type is en het is dus ook niet te verwarren met een symbool. In het Nederlands kennen we type nog in ‘dat is typisch’, iemand doet iets wat kenmerkend voor hem is, we zeggen dan: “Dat is typisch díe persoon!”

Jozef was bijvoorbeeld een type van Jezus Christus. Jozef werd door zijn broers net zo min geliefd als Jezus later door zijn broers, de Joden. Jozef werd door Juda verkocht aan buitenlanders, Jezus door Judas. Jozef werd in de droge put gegooid, zoals Jezus in het graf werd gelegd. Een graf is in wezen een droge put. Een droge put is letterlijk een graf wanneer je er lang genoeg in zit, maar dit lijkt me voldoende onderbouwing. Jozef werd koning nadat hij jarenlang in de gevangenis gezeten had, na vernedering kwam verhoging en gaf hij leven (brood) aan zijn volk. Jezus deed precies hetzelfde.

Wanneer we typologie leren begrijpen en toepassen, dan gaat de Bijbel nog meer tot ons spreken. Niet langer is het een boek vol goede, mooie of interessante verhalen of een verzameling voorbeelden van hoe we met elkaar om zouden moeten/kunnen gaan. Of inspiratie voor momenten dat we even niet weten wat we moeten doen en dan terug denken aan Bijbelse figuren om een voorbeeld aan hen te nemen, zoals in veel kinderbijbels en kinderliedjes wel gepropageerd wordt, nee, als wij typologie leren verstaan, begrijpen en toepassen, dan begrijpen wij zoveel meer van Gods Plan en onze plaats daarin.

Ter illustratie, Elia aan de beek Krith en later bij de weduwe van Zarfath. Elia had tegen koning Achab gezegd dat het niet zou regenen, omdat Achab afgoden diende, net als zijn vader Omri. De Bijbel is zeer negatief over deze vader en zoon en hun heerschappij. Gek genoeg is men in de archeologie en historie (bijvoorbeeld de New World Encyclopedia) veel positiever over hen, ‘Israël ging eindelijk met zijn tijd mee in de vaart der volken en begon zich in de internationale politiek te maken en ook Cultureel, Religieus, Economisch en Politiek begon het een rol te spelen op het wereldtoneel. Ja, dan weet je dat het goed fout zit met je land, maar dat even terzijde. Elia gaf de boodschap van de Heer: “Doordat je mij niet dient, geef Ik geen regen” en vertrok naar het Oosten, waar de zon opgaat, waar het Licht vandaan komt en hij zat bij de beek Krith. Daar werd hij gevoed door raven, zwarte vogels die geassocieerd worden met de dood. (1 Koningen 16:30-33; 17:1-6)

Typologisch gezien, spreekt dit ons over wederopstanding, nieuw leven uit de dood en tegelijkertijd over onze huidige tijd. God verbergt Zich, het regent niet, de mensheid merkt niets van God, maar doordat het niet regent, doordat God geen regen stuurt, komt er hongersnood en dreigt men te sterven. Elia als knecht van God, als gelovige, weet waar water, leven te vinden is en zit dus bij de beek. Daar leeft hij, want daar krijgt hij brood en vlees te eten door raven, leven dus uit de dood.

Wanneer wij de geschiedenis van Elia verder lezen, komen we dit later nog een keer tegen bij de weduwe van Zarfath. Ethisch kun je hier weinig mee; het haalt je complete verhaal over normen en waarden onderuit. Wellicht dat het daarom ook niet populair was in de kerk waar ik vroeger naar toe ging. Jezus was niet populair in zijn tijd, noch in zijn eigen land. Bijbelgetrouwe Christenen zijn vandaag de dag ook niet populair, liever heeft men de humanisten, antroposofen of andere ‘verlichte geesten’. Jezus genas niet alle zieken, hij ging niet iedere maatschappelijke misstand verbeteren en ook kaartte hij niet allerlei sociale onrechtvaardigheden aan.

En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland. Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land. En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naäman, de Syriër. En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden. (Lukas 4 : 24-28)

Indien wij typologie niet verstaan, begrijpen wij een zeer groot deel van onze Bijbel niet, dit leren zien is moeilijk en soms weleens pijnlijk, ja, dat weet ik. Tanden krijgen is ook moeilijk en pijnlijk, maar wel noodzakelijk om ons voedsel te kauwen. Het is nodig om te leren nadenken, om te kauwen. Blijf niet bij de melk, maar leer vast voedsel te verteren, leer typologie te verstaan. Dan leer je de hemelse dingen begrijpen die de Bijbel ons overvloedig illustreert. Hierover praten maakt je niet populair, je zult je bij tijd en wijle een roepende in de woestijn voelen. Net als bijvoorbeeld Johannes de Doper of Elia.

Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende: Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel. Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben. Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade. (Romeinen 11 : 2-5)

Licht, kleur en liefde

licht, kleur en liefde

In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag. (Genesis 1:1-5)

Dit is voor u waarschijnlijk een bekende tekst, dit zijn de eerste woorden uit de Bijbel. Deze zinnen tonen direct in het begin van de Bijbel al aan waar het om draait. Het begint namelijk met: In den beginne schiep God. Híj is Degene Die iets doet. Het draait in de Bijbel om wat Gód doet! De Bijbel begint niet met wat mensen doen, voelen, vinden of denken, dat komt pas hoofdstukken later en is gelijk het begin van allerlei trammelant. In plaats van het voorbeeld van Jezus te volgen en te zeggen tegen de slang: ‘Nee, want er staat geschreven…’ ging Eva met de slang in gesprek. Zij kon ook moeilijk het voorbeeld van Jezus volgen, Hij was nog niet geboren en dat zou nog 4000 jaar duren. Sterker nog: Zijn geboorte werd pas geprofeteerd naar aanleiding van de geschiedenis van Adam en Eva met de slang. Punt is: in plaats van te blijven bij te zeggen: “God heeft gezegd..” gaat Eva kijken en zíet het één en ander aan die vrucht. De vrucht was ‘een lust voor het oog’ en ‘begeerlijk’. Precies daar gaat het mis. In plaats van te blijven bij wat God gesproken heeft en acht te slaan op het onderscheid wat Hij van het begin af maakt in Zijn schepping, gaat de mens af op wat hij ziet. We bekijken de schepping, de schepselen, bestuderen de natuur, bekijken elkaar en gaan af op wat we zien. We gaan af op het meest uiterlijke, het meest oppervlakkige en vormen er ons een beeld van. Dit door ons gemaakte beeld bepaalt dan vaak hoe we diegene of datgene verder behandelen.

God spreekt en het eerste wat er gebeurt als God spreekt, is dat er licht komt. God maakt scheiding tussen licht en duisternis. Er wordt weleens gezegd: ‘Tussen wit en zwart zit een heleboel grijs’, u kent die uitspraak ongetwijfeld. Veelal gebezigd door mensen die vinden dat je ‘te normatief’ doet, een andere term voor te beoordelend, om niet te zeggen veroordelend. Je wordt hiermee meegezogen in een zinloze, filosofische discussie, die eindigt in een vicieuze cirkel waar je niet meer uitkomt en precies dat is het doel ervan. Zo zijn er ook vragen die hetzelfde doel hebben: men is niet uit op een antwoord, men is niet op zoek naar de waarheid, men wil discussiëren, praten, bezig zijn. Paulus zegt hierover: En verwerp de vragen, die dwaas en zonder lering zijn, wetende, dat zij twistingen voortbrengen. (2 Timothéüs 2:23)

Het gaat namelijk niet om wit of zwart en de schakeringen daartussen. Het gaat om licht! De mens onderscheidt namelijk niet slechts licht en donker, niet slechts schaduwen, maar de mens is in staat om kleuren te zien! Mits er voldoende licht is en hier zit hem de crux. Wanneer er onvoldoende licht is, zien wij slechts grijstinten. In de schemering zie je slechts silhouetten, het is in het volle licht dat de kleuren duidelijk onderscheid maken. Het is ook in het volle licht dat je eigenlijk alles ziet, in het duister blijft veel verborgen. Veelal is dit precies de reden dat er al dan niet bewust één en ander verduisterd wordt of pas begint wanneer het duister/nacht is geworden, maar dat is een ander onderwerp.

Zoals al eerder gezegd: datgene wat we zien is het meest uiterlijke, het meest oppervlakkige en zegt weinig over wat er achter het oppervlak schuil gaat. Vergelijk het met een wandeling aan het strand. Je ziet op het strand allerlei voetstappen, je kunt tot op zekere hoogte zien wáár iemand gelopen heeft, welke route hij heeft genomen, de grootte van de voetafdruk, maar meer ook niet. Hoe diep de voetafdruk is kan zowel afhangen van het gewicht van de persoon als van de snelheid waarmee hij gelopen heeft, als de hardheid van de bodem. Alles wat wij weten over deze persoon zijn de voetstappen, dat is het enige wat we van zijn gedrag weten. Nog minder zegt het over wáárom die persoon daar liep, hoe hij of zij zich voelde of dacht, terwijl dit wel essentiëler is dan dát die persoon er liep. Gedrag is datgene van je handelen, van wat je doet, wat waargenomen kan worden door anderen. Je handelen vloeit als het goed is voort uit je houding, het zegt iets over je houding. Echter, hiervoor moet je verder kijken dan je neus lang is en moet je kijken naar wat je niet kunt zien. Gedrag kan uiterst problematisch zijn voor de mens en men wil het dan ook veelal zo wenselijk mogelijk hebben, vooral dat van anderen. Voor gedrag zijn dus ook allerlei handelingsplannen geschreven en men leert er een trucje mee wat al dan niet op gepaste wijze wordt toegepast, maar wat niet altijd zorgt voor begrip.

Mozes kreeg van God te zien wat Gods Plan was met de schepping. Mozes maakte dit alles zichtbaar en tastbaar in de tabernakel en haar gereedschap. Tevens kwamen er allerlei reglementen voor de handelingen die de priester in allerlei situaties moest uitvoeren. Maar wat deed de mens vervolgens? Die keek naar de letter van de wet, naar de handeling en voerde die precies zo uit en trachtte deze tevens toe te passen op allerhande andere situaties in het dagelijks leven. Maar wat zegt God hierover? Ik hoef al die offers niet, het gaat niet om wát je doet, het gaat om de reden dát je het doet! (1 Samuël 15:22) Jezus zegt hierover: het gaat niet om de wetten en regels van je uiterlijke handelen en kleden, maar om je gehoorzaamheid: Hóór wat de Heer zegt! Hij vervangt ál die wetten en regels, al die kleding en handeling, door één woord: Liefde! Alle wetten en regels worden volstrekt en absoluut overbodig wanneer wij handelen vanuit liefde. Liefde voor God boven ons, voor Christus ín ons, voor onze medemens naast ons en de rest van de schepping onder ons. Dat al uw dingen in de liefde geschieden. (1Korinthe 16:14)

Juist doordat er geen of te weinig liefde is, moeten er wetten en regels komen, om de boel toch in rechte banen te leiden. Paulus zegt in zijn brief aan Timothéüs dat het kenmerkend voor de tijd van het einde zal zijn dat er geen natuurlijke liefde is, dat men wel de schijn ophoudt van gelovig te zijn, zonder te geloven. Dit lijkt me kenmerkend voor hedendaagse ontwikkelingen, waar men van het christelijk geloof slechts de waarden en normen nog aanvaardt en de drijvende kracht van de Heilige Geest erachter niet onderkent, sterker nog: ontkent! Zo komen Petrus en Johannes in Handelingen 8 iemand tegen die denkt dat het een kunstje is wat de Heilige Geest door de apostelen doet en hij biedt hen dan ook veel geld aan om hem dat ook te leren. Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt! (Handelingen 8:20)

Oscar Spengler constateerde al rond 1900 dat de Westerse cultuur van het zogenaamde Avondland zijn hoogtepunt, zijn zomer, heeft gehad; wat mij aardig lijkt overeen te stemmen met Openbaring 3. En wat doen wij in onze postmoderne samenleving in het Avondland, waar het Licht bijna verdwenen is, in de landen waar we tot voor kort geregeerd werden door mensen die zich voor hun werk, volgens Samuel Rutherford in zijn ‘Lex, Rex’, verantwoordelijk wisten ten opzichte van God? Die wisten dat de enige wettige grondslag voor hun gezag gelegen was in hun gehoorzaamheid aan het Woord van God, in hun harten geschreven.

In plaats van mensen te vertellen over onze Heer en Zaligmaker en Zijn Werk en dat Zijn uitwerking te laten hebben, gaan we ons bezighouden met het opleggen van regels en het maken van afspraken. In plaats van dat alle dingen geschieden door en vanuit liefde, stellen we rapportages, handelingsplannen en dergelijke op, we leren mensen kunstjes aan. Vervolgens stellen we allerlei mensen aan die dit moeten aanleren en controleren en nog een training eroverheen, omdat veel van wat ze ons aanleren ingaat tegen onze neiging te handelen vanuit liefde. Dit handelen vanuit liefde kost op korte termijn meer dan het op korte termijn oplevert. Dat het op lange termijn vele malen minder kost dan het op lange termijn oplevert is niet relevant, want we worden geregeerd door de waan van de dag.

Al die stromingen, al die ‘nieuwste inzichten’ komen en gaan. Ze staan sterk onder invloed van wat de filosofen uitdenken en zoals één van hen zei: “De westerse filosofie is slechts een kanttekening bij Plato” (een Griekse filosoof). Eusebius en Flavius Josephus citeren reeds andere geschiedschrijvers die ons vertellen dat Plato, maar ook Pythagoras en Aristoteles hun wijsheid bij Mozes vandaan hebben. Al dat gefilosofeer is een steeds nieuwe interpretatie van die aloude wet die voorbij gaat aan het geloof, aan de liefde. Sterker nog, zij staat er vijandig tegenover! Iets wat Kaïn en Abel reeds demonstreerden (Genesis 4; Hebreeën 11), maar wat verder toegepast wordt op onze tegenwoordige tijd door Paulus in 2 Timothéüs 3.

Wordt dus onderwezen in Gods Woord, acht dit hoger dan elke menselijke filosofie. Begrijp het dóel en je zult niet meer hoeven vragen wat je moet doen, maar je zult zelf keuzes maken. Keuzes waar je van overtuigd bent, niet omdat iemand je dat geleerd heeft, maar omdat jij vanuit liefde handelt. Dan zal Hij tegen je zeggen: “Gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig ben je getrouw geweest, over veel zal Ik je stellen!”

Niet naakt blijven, maar overkleed worden

Paulus heeft het in 2 Korinthe 5 : 1-4 over ‘hemelse kleding’: Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit den hemel is, overkleed te worden. Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden. Want ook wij, die in dezen tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde. 

Paulus trekt hier eigenlijk een parallel tussen hemels loon en kleding. Hier op aarde krijgt men loon als beloning voor arbeid. Wat de kleding betreft: als we kijken naar het uniform van mensen in bijvoorbeeld het leger en bij de politie, dan zien we aan het uniform welke functie iemand bekleedt. In het algemeen geldt: hoe hoger de rang, hoe mooier en indrukwekkender het uniform. In de Bijbel wordt uitgelegd dat dit in geestelijk opzicht net zo is. Sterker nog, dat het de intentie van de gelovige zou zijn om zijn leven zó te leiden, dat hij op het moment van overlijden niet als naakt engeltje voor de Heer staat. En nog sterker verwoord: dat we er niet naar zouden streven om slechts gekleed te zijn, maar om zelfs overkleed te worden! 

Dat kleed krijgen we niet direct mee bij onze (weder)geboorte, we worden naakt (weder)geboren. De tijd na onze geboorte wordt er voor ons gezorgd en krijgen we alles wat we nodig hebben. We groeien en worden groter en gaan op ontdekkingstocht, eerst kruipend, dan lopend en rennend. De verbazing en verwondering die kenmerkend zijn voor deze levensfase zijn mooi en ontroerend, maar naarmate de tijd vordert denken we steeds meer antwoorden op allerlei vraagstukken te hebben. De tijd daarna is de periode dat er van ons een zekere zelfstandigheid en verantwoordelijkheid verwacht wordt. Je weet inmiddels een beetje hoe de dingen werken en je kunt bepaalde zaken zelf doen. In de Bijbel wordt dit geschetst aan de hand van het kind dat een knecht zou worden. Wanneer de knecht het vertrouwen niet beschaamt en laat zien verantwoordelijkheid te kunnen dragen, dan groeit hij door naar volwassene, naar een erfgenaam. 

Een zuigeling krijgt slechts voeding. Een kind krijgt daarnaast ook opvoeding: het leert wetten en regels. Een knecht leert herkennen in welke situatie welke wetten/regels toegepast moeten worden. Immers zoals Jezus Zelf uitlegt: de wet is er voor de mens, de mens is er niet voor de wet. Op het moment dat David honger heeft, krijgt hij brood dat bestemd was voor de priester, ondanks dat hij geen priester was en het dus voor hem verboden was om van die toonbroden te eten (1 Samuël 21, Matthéüs 12). Wat het doel dan is van die wet? Zij onderwijst ons, zij leert ons hoe de schepping in elkaar zit en wat dit zegt over de Schepper. De wet is onze leermeester tot Christus en de hele geschiedenis van de mensheid door heeft God gesproken: “Gehoorzaamheid vind ik belangrijker dan rituelen”. 

Wie je als mens bent, is te zien aan wat je doet of juist niet doet, aan welke keuzes je maakt. Je daden zeggen als het goed is iets over je denken. De keuzes die je maakt, bepalen wie je bent en wordt. De beslissingen die je in een bepaalde situatie neemt, worden bepaald door hoe je over die situatie denkt. Hoe je over dingen denkt, wordt bepaald, of in elk geval beïnvloedt door je kennis, door eerdere ervaringen, maar ook door wat je erover gezien, gelezen en gehoord hebt. Datgene waarmee jij je voedt, vormt jou tot wie je bent, lichamelijk en geestelijk.  

Op het moment dat je tot geloof komt in de Heere Jezus Christus ontvang je Zijn Geest in je hart en zal Hij Zijn invloed hebben op je denken. Echter, wij zijn het zelf die onze keuzes maken. Denk aan die twee figuurtjes op de schouders van stripfiguren in een dilemma. Het duiveltje en het engeltje, beiden geven hun mening, maar de persoon in kwestie maakt de keuze en is er dus zelf verantwoordelijk voor. In de praktijk blijk je steeds weer te moeten kiezen tussen aardse of hemelse zaken. Tussen lichaam of geest. Tussen tijdelijke, fysieke, materialistische dingen of eeuwige, waardevolle, blijvende dingen.

Ja, wij zouden actief zijn hier op aarde, dit is inherent aan leven. Wij zouden groeien en ons ontwikkelen, in allerlei opzichten. Maar waar leven we voor? Waar werken we aan? Hier en nu? Hoeveel gelovigen blijven willens en wetens leven als een kind. Ze willen verzorgd worden: voeding, kleding en onderdak krijgen van hun ouders en daarnaast werken ze voor leuke vakanties en gadgets. Allemaal leuk, maar het leven hier gaat voorbij, het is maar tijdelijk. Als je hiervoor kiest, ben je bezig met verzadiging van het vlees, zoals de Bijbel dat noemt. Begrijpelijk dat mensen hiervoor kiezen, want het is wat we als eerste zien, het is de buitenkant, het zichtbare. Maar onze prioriteiten zouden liggen bij de hemelse dingen.  

Laten we ons ervan bewust zijn, dat de keuzes die we maken gevolgen hebben tot in der eeuwigheid. Er zullen altijd ogenschijnlijk dringende en “belangrijke” zaken zijn die ons in beslag willen nemen en die je weghouden van een actief geloofsleven. Hoe verleidelijk is het dan om te leunen op die belofte van eeuwig leven, er zeker van te zijn dat we behouden zijn en dus dat te veronachtzamen en te kiezen voor aardse, materiële dingen die nuttig lijken voor je aardse carrière. Maar wees je ervan bewust dat er in de Bijbel ook gewaarschuwd wordt voor gelovigen die zich in de hemel een eeuwigheid lang zullen schamen voor de keuzes die ze gemaakt hebben.  

Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. (Openbaring 3 : 15-18)

Niet “het idee Jezus”, maar Jezus Christus de Verlosser

De persoon Jezus Christus, de verlosser, plaatje bij blog Willem van Stempvoort

Ik geloof niet zozeer in de historische persoon, maar wel in het idee Jezus

Woorden van die strekking zei iemand pas tegen me en alles in me trok samen en een misselijk gevoel maakte zich van mij meester. Op een christelijke school had die persoon bovenstaande gedachte onderwezen gekregen door een godsdienstdocent.

Waarom ik er bijna letterlijk ziek van werd dat een puber dergelijke dingen zei? Gelovige ouders sturen hun kind, van wie zij zielsveel houden, naar een christelijke school, in de hoop dat het daar in hetzelfde christelijke geloof verder opgevoed wordt. In plaats daarvan krijgt hun kind twijfel gezaaid door mensen die beter zouden moeten weten. Laten we de parallel trekken met een peuterspeelzaal: ouders brengen hun kind daarheen in het vertrouwen dat er goed voor hun kind gezorgd wordt. Iedereen zou in opstand komen wanneer men te horen krijgt dat de kinderen er benzine in plaats van melk te drinken krijgen. Volstrekt begrijpelijk natuurlijk, benzine drinken is dodelijk.

Maar vanwaar dan de lethargische, onverschillige houding wanneer het om geestelijk gif gaat?

Geen weldenkend gezond mens zal een kind bewust giftig voedsel of drinken toedienen, maar het lijkt een totaal ander verhaal wanneer het over geestelijk voedsel gaat. Dat de mens meer is dan een lichaam moge duidelijk zijn, dat de geest meer is dan het lichaam ook. Geen mens verliest een deel van zijn persoon wanneer hij nagels knipt, of naar de kapper gaat. Het is maar een dood stuk van je lichaam wat je achter je laat. Het laat ons tamelijk onverschillig, al kunnen we ons er soms nog wel druk om maken hoe we er vervolgens uit zien na zo’n bezoekje aan de kapper, maar dat terzijde. Mijn punt is dat het lichaam sterfelijk en tijdelijk is, de schade hieraan is dus ook tijdelijk. De geest is eeuwig, schade hieraan dus ook.

Wie je bent, verandert niet door een bezoek aan de kapper, maar wel degelijk door de dingen die je hoort en ziet. Je verandert wie je bent door je geestelijk voedsel. De informatie die je tot je neemt, beïnvloedt namelijk de keuzes die je maakt. En de keuzes die je maakt, bepalen wie je bent en wie je wordt.

Er is een strijd gaande, een strijd om de ziel van de mens. Die strijd kennen we allemaal. Je lichaam wil het één, maar jij weet dat je eigenlijk iets anders zou moeten doen. Als we op dieet zijn of andere goede voornemens hebben, falen we vaak meer dan eens. Het besef groeit dan, als het goed is, dat je als mens niet deugt. Dit besef groeit nog meer wanneer we leren over Jezus. Hij was namelijk wél zonder zonde. Hij deed namelijk níets fout, nooit! Daarmee was Hij Degene Die de breuk tussen God en Zijn Schepping herstelde. Sinds de dood en opstanding van Jezus Christus hebben wij vrij toegang tot God, wanneer we geloven in Jezus Christus. Hij is de Weg, de Deur uít deze wereld, waar de dood zo nadrukkelijk aanwezig is, naar de hemel, waar leven is. Eeuwig leven, voor iedereen die gelooft.

Ik bid u dan: láát u met God verzoenen. Kies wie je dienen wilt: je vlees, je lichaam, de zonde, of God. En als ik u een tip mag geven, kies het Leven, kies voor God! De mens kan God niet dienen, dat weet ik. Religie is nutteloos en godsdienst is zinloos, maar geloof is nuttig en zinvol. Door geloof ben jij het namelijk niet meer die bepaalt welke kant je leven opgaat, maar door geloof ontvang je Zijn Geest en Die leidt je in de Waarheid. In héél de Waarheid en Hij leert je Zijn Woord te begrijpen.

Zoals met vrijwel alles is de werkelijkheid precies het omgedraaide van wat je vaak hoort of leest. De zondag is niet de laatste dag van de week, het is de eerste dag van de week. Zoek éerst het Koninkrijk van God in plaats van je eerst zorgen te maken om allerlei onbelangrijke dingen. Zo ook met de persoon Jezus Christus. Het is de geschiedenis van de mensheid door geprofeteerd dat Hij zou komen. Voorbeelden zijn er te over van geschiedenissen die typerend zijn voor de rol die Jezus zou gaan vervullen. Deze geschiedenissen zijn de wereld over gegaan, met recht, want ze waren van belang voor de wereldgeschiedenis. Noach, Abraham, Jozef en Mozes zijn niet zomaar figuranten in een serie Oud Testamentische mythes, ze zijn mannen geweest die de wereldgeschiedenis mede hebben vormgegeven. Hun  woorden en daden zijn bewaard gebleven en doorverteld. Soms onder andere namen; in een andere taal is ook iemands naam anders. Dat wil niet zeggen dat het verschillende personen zijn. Karel de Grote heet ook wel Charlemagne, Charles the Great of Carolus Magnus in respectievelijk het Frans, Engels of Latijn.

Dat er overeenkomsten zijn in de geschiedenissen van Noach, Abraham, Jozef en Mozes is niet toevallig. De idee erachter is inderdaad hetzelfde: zij zijn types van Jezus Christus. Zij deden dingen en spraken woorden die typerend waren voor de komende Verlosser. Dus ja, de idee van Jezus Christus is er, die bestaat en bestond. Johannes noemt dat het Woord: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God en door het Woord zijn alle dingen gemaakt”. In Spreuken wordt gesproken over de Wijsheid, maar of het nu gaat om types, het Woord of de Idee, zij culmineren in de persoon van Jezus Christus.

God doet geen half werk. Waar Pythagoras het bij de formulering van ideeën hield en het uitwerken en gestalte geven ervan ondergeschikt achtte, daar maakte Mozes wel degelijk een tastbare uitbeelding van het plan van God in de vorm van de tabernakel en de dienst die er gedaan werd. Zo ook de Heer Zelf. Alle wijsheid en waarheid komt samen in de persoon Jezus Christus. Hij werd mens, zoals u en ik. Hij maakte dezelfde dingen mee als wij en Hij had zo’n volkomen geloof, dat Hij de Wet van God vervulde. Hij stierf voor onze zonden, bracht daarmee tweeduizend jaar geleden vergeving voor ieder, of je nu berouw hebt of niet. Hij stond op uit de dood en Hij geeft daarmee nieuw leven aan ieder die in Hem gelooft. Door het geloof in Hem ontvang je Zijn Geest. En Díe leidt je in héél de Waarheid dóór dit aardse leven heen naar Hem, tot eer van Hem!

Er is méér dan deze wereld en onze tijd op aarde

Er is meer tussen hemel en aarde

De zorgvuldigheden van dit leven kunnen ons aardig in beslag nemen. Niet alleen de zorg om het bestaan, de gezondheid of de te betalen rekeningen, maar ook de luxe die we hebben, die ons tot meer keuzes dwingt dan goed voor ons is.

Op rijke grond groeien veelal slechts doornen, distelen en brandnetels: weinig vruchtbare gewassen. In ons materieel rijke bestaan lijkt vaak weinig tijd en ruimte voor echt vruchtbare bezigheden en zeer veel tijd en geld wordt besteed aan onnuttige ‘ontspanning en verstrooiing’.

In de tijd van Alexander de Grote leefde een man die door velen voor wijs werd aangezien, Diogenes. Hij was er al achter gekomen dat ons materiële bezit weinig goeds tot gevolg heeft. Karl Marx en vergelijkbare geesten hebben heus niets nieuws bedacht. Diogenes had, als zoon van een bankier, besloten slechts het hoogst noodzakelijke te behouden en de rest weg te doen. Hij leefde in een ton, hij had slechts een kom, een beker en die grote aardewerken ton (een amfora) waar hij in sliep. Toen hij zag dat iemand een bol brood gebruikte als kom en dronk met zijn handen besloot hij ook die kom en beker weg te doen. Alexander was diep onder de indruk en hij ging bij Diogenes langs. “Begeer wat ik je zal geven en je krijgt het van me zei hij tegen Diogenes. Waarop deze antwoordde: “Doe eens een stapje opzij, je staat tussen mij en de zon in”. Een veelzeggend en veelbetekenend antwoord. Waarop Alexander begon te lachen en zei: “Als ik niet Alexander was, zou ik Diogenes willen zijn”. Deze antwoordde: “Als ik niet Diogenes was, zou ik Diogenes willen zijn”.

De Bijbel zegt er het volgende over: “Als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmee vergenoegd zijn”. Om vervolgens te waarschuwen voor het streven naar rijkdom en materieel bezit. Maar gek genoeg is het precies dát wat we om ons heen zien. De mensheid jaagt naar rijkdom, luxe, cool, hip en uiterlijk vertoon. Nooit genoeg, altijd meer, nieuwer en anders. En precies dát is het doel ervan: ons afleiden van wat wèl belangrijk is. In plaats van een goed gesprek waardoor we elkaar beter leren kennen en nader tot elkaar komen, houden mensen – en frustrerend genoeg ook christenen – zich vooral bezig met de buitenkant, het oppervlak: ‘Hoe zit je haar?’, ‘Scheer je baard, Nieuwe kleren?’ En het is nooit goed, het moet steeds anders, en de mode verandert voortdurend. Het is niet blijvend, het houdt geen stand, want in wezen doet het er absoluut niet toe, maar dient het slechts om ons weg te houden bij elkaar en bij de Heer.

De vreze des Heeren is het begin van alle wijsheid. Inderdaad, slechts het begin: we zouden erin groeien en eruit leven. Dat zou hetgeen zijn wat ons leven bepaalt. Tijd is een kwestie van prioriteit. Datgene waar jij je tijd aan besteedt, dat is hetgeen je belangrijk vindt, waar je voor kiest. Ik weet ook wel: we hebben allemaal rekeningen te betalen en een groot deel van onze tijd gaat wekelijks op aan slapen en werken, maar dat is slechts de helft van de tijd. Als je wilt weten wat belangrijk is voor mensen, kijk dan waar ze de rest van de tijd aan besteden. Dan blijkt vaak dat men wel zégt iets belangrijk te vinden, maar dat andere dingen structureel voor gaan. Kennelijk vindt men dat men het belangrijk zou moeten vinden, maar in de keuzes die men maakt blijkt iets anders. ‘Put your money where your mouth is’ placht men te zeggen in het Engels. Geef je geld uit aan wat je zegt belangrijk te vinden, maar doen we dat ook?

De mens ziet aan wat voor ogen is, en houdt zich in de eerste plaats vaak bezig met aardse, tastbare, materiële dingen, omdat het praktisch nut ervan ogenschijnlijk duidelijk is, en ook hierin is niets nieuws onder de zon. Thales, die eeuwen leefde vóór Socrates en diens leerling Plato, leerde al dat natuurverschijnselen geen mythische verklaring nodig hadden, maar zelf onderhevig waren aan de natuurwetten volgens welke de schepping in elkaar zit. Velen kwamen om te leren van zijn wijsheid, maar andere zagen slechts de vodden waarin hij gekleed was en de nederige omstandigheden waarin hij woonde en bespotten hem en zijn leerlingen hierom. Toen de gelegenheid zich aandiende, huurde Thales met het weinige geld dat hij bij elkaar kon krijgen in de lente alle olijfpersen en verzamelde ze. Toen de tijd van de oogst kwam en duidelijk was dat het een zeer rijke oogst zou worden, verhuurde hij ze weer tegen hoge prijzen. Iedereen stond versteld van de hoeveelheid geld die hij verdiende. Toen hij zijn critici de mond gesnoerd had, keerde hij terug naar zijn sobere leefwijze en niemand trok meer zijn wijsheid in twijfel.

Zo zijn er talloze voorbeelden in de geschiedenis van de mensheid, waar men pas de wijze erkent nadat men praktisch of tastbaar bewijs geleverd heeft gezien van zijn wijsheid. De wijze kenmerkt zich steeds voor zijn gebrek aan waardering voor aardse rijkdom, terwijl het voor de dwaas zijn enige drijfveer in het bestaan (b)lijkt. De dwaas luistert niet naar wijsheid en toont hiermee zijn dwaasheid. Zo is het de hele geschiedenis van de mensheid het lot van de wijze geweest dat hij niet of nauwelijks gehoor vond, vraag maar aan Noach of Lot of Cassandra. De mens lijkt slechts geïnteresseerd in welvaart en loze beloften van het welvaartsevangelie. Dat na zonneschijn weer regen komt, na de zomer weer een winter, na leven dood. Dat er een oordeel komt over deze wereld is iets wat men liever niet hoort noch wil weten.

Bob Marley zong al: ‘none of us can stop the time’ en zo is het natuurlijk ook. Aan de gang van zaken in de wereld is niets te veranderen, maar er is méér dan deze wereld en onze tijd op aarde. Als het goed is, komen we tot geloof en hebben we eeuwig leven. Als het goed is, zijn we behouden en zijn we vissers van mensen, om hen te vissen uit de zee waarin het schip van de mensheid verzinkt. Maar zoals destijds ook met de Titanic reddingsboten halfvol het zinkende schip verlieten omdat de opvarenden wel een beetje comfortabel wilden zitten in hun reddingsbootje en daarom geen anderen aan boord wilden, zo lijken ook heden ten dage nog veel christenen hun medemens maar in zijn sop gaar te laten koken, omdat ze zelf graag een luxe en comfortabel leven willen leiden.

Laten wij als christenen onze naam eer aan doen en zien op Christus en laten we Zijn voorbeeld volgen. Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet: let niet op lichamelijke zaken, maar bedenkt de dingen die boven zijn, leef als getuige van Christus!

 

Vuurtoren in de storm

Gij schijnt als lichten in de wereld

Een vraag die ik wel eens krijg van pubers is: hoe stel je je als christen op te midden van ongelovigen?

Veel christenen hebben het nauwelijks over Christus, maar Jezus is wel een populaire persoon. Wanneer men dan ook niet goed weet hoe om te gaan met een situatie, rijst de vraag: “Wat zou Jezus doen?” En natuurlijk is het voorbeeld van Jezus voor de mens het beste voorbeeld om te volgen. Immers van  hem zegt God: “Deze is Mijn Zoon!” (Mat 3:17, 12:18, 17:5, Mar 1:11, Luk 3:22) Echter, Jezus deed alles óm de Christus te worden, (Heb. 2:6-10) om te laten zíen dat Hij Degene was Die de wet zou vervullen (Mat 5:17, Ef 4:10) en Die de Eerste werd van een nieuwe schepping. (Hand 26:23, 1 Kor 15:20, 23, Kol 1:18) Geen herstel of reparatie dus, maar iets totaal níeuws, (2 Kor 5:17, Gal 6:15) van een totaal andere orde. (1 Kor 2:14, 15) Hij riep niet in de eerste plaats op tot humanitaire hulpverlening, Zijn prediking was níet gericht op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden voor actief betrokken burgerschap hier op áárde, maar juist om de mens daarvan te bevrijden. (Kol 2:8, 20) Natuurlijk is het zo dat de Geest Zijn uitwerking heeft in je leven en dat dit een positieve invloed heeft op je omgeving, (Mat 5:16, Ef 2:10, Kol 1;10, Tit 2:7, 1 Pet 2:12) echter dit is bijzaak en absoluut niet het dóel.

Van Jezus vinden we in de Bijbel nauwelijks iets over enige omgang of contact met ongelovigen. Mensen die Hij tegenkwam en met wie Hij in gesprek raakte kwamen óf tot geloof, of volharden en verharden zich in hun ongeloof. (Joh 12:40, Hand 19:9) Mijn persoonlijke mening: blijf bij die verharde ongelovigen uit de buurt. (1 Kor 5:9-15, 2 Kor  6:14-17) Ze willen niet bekeerd worden en hebben een dimmende werking op het Licht wat jij geeft. (Ef 4:17-24) Voor zover Hij contact had met ongelovigen, waren het Joodse religieuze leiders die Zijn woorden in twijfel trokken en waar Hij felle discussies mee had. Hij spreekt hen dan ook recht in hun gezicht aan als: “Gij geveinsden” (Mat 15:7, 16:3, 22:19, 23:13, 14, 15, 23, 25, 27, 29, Luk 11:44, 12:56) of “Gij blinde leidslieden”. (Mat 15:14, 23:16, 23:24) Jesaja omschreef ze eerder al als: “verleiders” (Jes 9:15/16) en “stomme honden”. (Jes 56:10) Tot zover de Bijbel over religie: veinzen en verleiden dus.

Religie en cultuur gaan vaak nauw samen, de Joodse cultuur wordt gevormd door de Joodse religie. Dat geloof los staat van cultuur of religie moge duidelijk zijn. De Samaritaanse vrouw (Joh 4) en de Romeinse centurion (Mat 8) kwamen uit totaal verschillende culturen, maar ze werden beiden gelovigen. Jezus ging dus ook zeer vriendelijk met hen om. Vuurtoren in de storm

De enige en ultieme momenten dat Jezus contact heeft met ongelovige niet-Joden, namelijk Romeinen, doet Hij wat zij willen. Hij laat Zich als een lam ter slachting leiden, Hij laat Zich mishandelen, Hij laat Zich vals beschuldigen, want Hij wist wat gedaan moest worden. Dit leidt er onder andere toe dat op het moment van overlijden van Jezus, één van de Romeinen tot geloof komt. (Mat 27:54)

Ná Zijn opstanding uit de dood geeft Jezus Zijn volgelingen de opdracht om van Hem te getuigen en om te vertellen over hun geloof(Hand 1:8) Dit hebben zij gedaan, in die dagen en over de hele wereld. Na Zijn hemelvaart en ná de Uitstorting van de Heilige Geest in de harten van de gelovigen met Pinksteren, worden er brieven geschreven waarin aan gelovigen uitgelegd wordt wat de betekenis is van die dood, opstanding en Hemelvaart van Christus. (Hand 5:32, 1 Joh 4:14) En wat de positie van de gelovigen is. (2 Kor 5:17, Ef 1:3, 20, 2:6) Wij zijn fysiek wel ín de wereld, maar ons denken zou in de hemel zijn(Rom 8:6, Fil 3:20, Kol 3:2) Vanuit ons denken volgt ons handelen en daarmee onze levenswandel. (Fil 3:20, Heb 13:5, Jak 3:13, 1 Pet 1:15, 2:12, 3:1, 2, 16) Gelovigen zijn leden van het lichaam van Jezus Christus, (Rom 12:5, 1 Kor 6:15, 12:12, 27, Ef 5:30) Hij is het hoofd. (1 Kor 11:3, Ef 1:22, 4:15, 5:23, Kol 1:18, 2:10) Hij voer ten hemel en daarmee zijn, op zijn minst juridisch, christenen dus geen wereldburgers meer, maar hemelburgers. Paulus vergelijkt christenen dan ook met de sterren in 1 Korinthe 15. Iedere ster is verschillend, maar geen van allen trekken ze zich ook maar iets aan van het leven op aarde. De aandacht van de sterren is niet naar de mensen op aarde, maar de aandacht van de mensen op aarde gaat wel naar de sterren. (Ps 8:3) De eeuwen door heeft men studie gemaakt van het verhaal van de sterren, de sterrenbeelden en de tekens. (Ps 19:1, Jer 31:35, Luk 21:25) Dit doordat de sterren licht geven en bewegen. Vuurtoren in de storm

Laten de christenen daar lering uit trekken en dat voorbeeld volgen voor hun praktische levenswandel. Licht geven, ongeacht de gang van zaken op aarde. (Ez 2:6, 7, Mat 5:14, Fil 2:15, 1 Thes 2:2)

De christen is daarmee ook wel te vergelijken met een vuurtoren. Ongeacht welk weer het is, of er nu wel of geen schepen in de buurt zijn, of de schepen nu wel of niet op de vuurtoren letten: de vuurtoren geeft licht. Hij gaat niet de strijd aan met de storm, de wind of de wolken: hij geeft gewoon licht. Zo ook de christenen: zij proberen niet de wereld te verbeteren, ze proberen geen kwaad te bestrijden, geen schade te herstellen, maar ze helpen mensen om de Weg te vinden de wereld uit. (Gal 1:4, Heb 13:13, 1 Pet 4:4)

Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld; Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid. (Fil 2:14-16)

Vuurtoren in de storm

De dolfijn, de hieros ichthus

De dolfijn

Zoals de leeuw de koning der dieren is, zo wordt de dolfijn beschouwd als de koning der vissen, de hieros ichthus. Hieros betekent verheven of heilig. Ichthus, het acroniem, dat vrij vertaald betekent Jezus Christus Gods Zoon (onze) Verlosser, betekent letterlijk vis. De Ichthus wordt al sinds het begin van onze jaartelling gebruikt als kenteken van christenen. Dat de dolfijn de Ichthus bij uitstek is wil ik in dit schrijven verder uitwerken.

“Ze houden ervan de hulpelozen te helpen.” Aldus een wetenschapper over dolfijnen, dit naar aanleiding van een incident waarbij een groep dolfijnen vier zwemmers beschermde tegen haaien (zie bericht). En zo zijn er talloze verhalen van dolfijnen die mensen op zee helpen en redden. De parallel is makkelijk te leggen met allerlei liefdadigheids- of charitatieve organisaties en andere hulporganisaties die mensen redden die lijken te verdrinken in de stormen op de levenszee. Van oudsher zijn dit overwegend christelijke organisaties en de charitas lijkt me één van de meest praktische uitwerking van het christelijke geloof in de wereld.

Voor de duidelijkheid: christenen zijn mensen die geloven in de dood en opstanding van Jezus Christus en die door dat geloof de Heilige Geest in hun hart hebben, waardoor God Zijn Werk doet in en door hun leven.

Door geloof wordt een christen toegevoegd aan het Lichaam van Christus, de Gemeente, de Algemene Vergadering, waarin men niet meer is Jood, Griek, barbaar, heiden, man, vrouw, slaaf of vrije. Deze Gemeente is overal ter wereld te vinden en door haar doet God een werk in het verborgene. Hij verzamelt Zich een volk uít de heidenen. Christenen zijn dan wel fysiek in de wereld en leven te midden van ongelovigen in een steeds duister wordende wereld, maar zij horen niet bíj die wereld.

Vergelijk het met haaien en dolfijnen: deze dieren leven allebei in zee en ze eten allebei vis. Tot zover de overeenkomst. Voor de dolfijn is het van levensbelang om regelmatig ‘boven’ te komen en adem te halen, voor een haai is het echter dodelijk om boven water te komen, hij stikt er. Zo is het ook met de gelovige: het is voor hem van levensbelang om regelmatig ‘boven te komen’ om gemeenschap te hebben met de Hemel, om onderwezen te worden in het Woord en het mee nemen in zijn dagelijkse levenswandel, al was het maar door te bidden. Voor de haai is het een kwelling, een verstikking om uit het water gehaald te worden. Zo is het ook voor de ongelovige wanneer hij het Woord hoort of leest. De Bijbel verkondigt immers de dood van de oude mens en door geloof in Jezus Christus ontvangt men nieuw leven: opstanding uit de dood in een ‘nieuw’ mens. Maar ja, de dood van de oude mens, daar zitten we niet altijd op te wachten…

Een tweede verschil tussen de haai en de dolfijn is de manier van voortbewegen. Haaien bewegen hun lichaam van links naar rechts, hun gerichtheid is horizontaal. Dolfijnen bewegen van boven naar beneden, verticaal, hun verlangen is naar boven. Het is hun lichaam dat dolfijnen in het water houdt, immers anders zouden zij uitdrogen.

Dolfijnen helpen mensen en dieren

Wat de dolfijn betreft: dit prachtige dier staat al eeuwenlang bekend om het feit dat het mensen en dieren helpt. Zo hebben ook charitatieve (christelijke) instellingen door de eeuwen heen, gedreven door de liefde voor Christus, mensen geholpen met hun lichamelijke noden, vanuit de hoop dat men zou inzien dat de drijvende kracht achter deze hulp de werkelijke oplossing is voor de problemen die de mens kent.

Haaien zijn bloeddorstig en onverschillig voor hun jongen. Dolfijnen daarentegen zullen gewonde dieren of dieren in nood helpen, of het nu gaat om andere dolfijnen, zeehonden of mensen. Zoals alle zoogdieren zorgen ze voor hun jongen, maar tegelijkertijd maken ook dolfijnen weleens ruzie. Een dolfijn die gedrag vertoont wat niet goed is voor de groep, zal door andere dolfijnen tot de orde worden geroepen. Zo is het ook met gelovigen. Een gelovige die gedrag vertoont wat niet bij het Lichaam past, wordt door medegelovigen vermaand en bij de les gehouden. Dat is niet onchristelijk, maar dient juist om het Lichaam gezond te houden. Een goede doorbloeding zorgt voor voldoende aanvoer van voedingsstoffen en afdoende afvoer van afvalstoffen. Zo ook met het Lichaam van Christus. De christenen zouden zich blijven voeden met het Woord en de Geest niet uitdoven, maar juist bij elkaar aanwakkeren.

Vergelijk het met een vuur dat bestaat uit meerdere brandende takken. Wanneer één tak apart wordt gelegd, dooft deze vrij snel. Wanneer ze bij elkaar gevoegd worden, houden ze elkaar brandende. Dan geven ze samen meer licht dan wanneer zij zich afzonderlijk van elkaar bevonden.

Samenvattend kunnen we als gelovigen van de dolfijn de volgende dingen leren: blijf ademen, bepaal je gedachten bij Gods Geest. Blijf eten, voedt je met het Woord. Zorg voor andere dieren, wees ijverig in goede werken. Houdt elkaar op het rechte pad zodat we wandelen, waardig de roeping waarmee we geroepen zijn.

Een kerstviering met gasten…

Afgelopen vrijdag hebben we op school Kerst gevierd. Dit deden we niet slechts met mentoren en leerlingen, ook stagiaires wilden dit niet missen. We hadden namelijk gasten! Er kwamen 78 alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA’s) met twaalf begeleiders bij ons op bezoek. Om de gasten vanuit het AZC naar onze school te kunnen vervoeren, werden bussen ingezet die betaald waren door vrijwillige giften van leerlingen en enthousiaste ouders.

De dag begon met het versieren van de lokalen. Leerlingen deden dit zelf, net als het verdelen van de negentig extra stoelen over twee verdiepingen en dertien lokalen. Daarnaast hadden velen eten en drinken meegenomen en vanuit  school was er ontbijt voor onze gasten geregeld.

Rond kwart over negen werden in de stromende regen de gasten ontvangen door een delegatie leerlingen uit elke klas en een kwartier later zat men wat onwennig samen aan tafel. Verschillende docenten namen even de tijd om met hun leerlingen stil te staan bij Kerst en de betekenis ervan. Er werd samen gebeden en gedankt en na de eerste schroom overwonnen te hebben, zat men een half uur later ‘met handen en voeten’ en in verschillende talen te praten. Na het gezamenlijke ontbijt vertrokken onze gasten met  leerlingen naar diverse gymzalen om samen te gaan sporten. In de gymzalen werd er in zeer gemengde groepen gesport: voetbal, basketbal, volleybal, tafeltennis en turnen. Sommige van onze gasten, die nog nooit een trampoline hadden gezien, maakten hun eerste sprong met een trampoline. Prachtig om te zien hoe sport inderdaad verbroedert! De leerlingen die niet gingen sporten, maakten samen muziek, bekeken een film, maakten kerstkaarten, ruimden op en verzamelden het overschot van  het ontbijt om dit mee te kunnen geven aan onze gasten.

Na zo op heel verschillende manieren samen bezig geweest te zijn, gingen we samen naar de kerk. Met leerlingen, docenten, stagiaires en gasten uit Eritrea, Somalië, Senegal en Syrië en hun begeleiders zaten er ongeveer vijfhonderd mensen in de kerk. Na een dankgebed in afwisselend het Nederlands en Engels speelden en zongen een dozijn leerlingen diverse kerstliederen voor het publiek. Hits als ‘Jingle Bells’ en ‘All I want for Christmas is You’ passeerden de revue, maar ook liederen als ‘O holy Night’, ‘Komt allen tezamen’ en ‘Ere zij God’ werden gezamenlijk met het publiek gezongen. Tussendoor werd het gedicht ‘Ik weet nog goed hoe toen ik klein was’ van Rikkert Zuiderveld voorgelezen en een korte meditatie gedaan aan de hand van het filmpje ‘Kerst mist Jezus’ (te vinden op YouTube).

Wat was het een mooie, afwisselende en inspirerende morgen! Heerlijk om zo vanuit liefde voor God en uit dankbaarheid voor alle zegeningen die Hij ons geeft, anderen hiervan te kunnen laten meegenieten. We konden onze gasten bij hun vertrek, naast al het overgebleven voedsel, ook vier grote tassen met sportkleding en sportschoenen meegeven. Wat fijn om zo te kunnen delen met mensen die minder hebben. Het deed mij denken aan de woorden van Jezus:

“Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.” (Matthéüs 25 : 34-40)

Ongeacht je theologische opvattingen: het voorbeeld van Jezus is het beste voorbeeld dat je als mens kunt volgen.

Ik wens u prettige feestdagen en een gezegend, liefdevol en mooi 2015 toe!

Dagopening maakt school tot bijzonder onderwijs

Bijbelstudie

Gewoon iets wat je een goed gevoel geeft, om de dag mee door te komen.” Zie daar één van de antwoorden op de vraag: “Waar wil je het over hebben tijdens de dagopening?” Andere antwoorden waren: “Iets over de actualiteit in de wereld en daar over discussiëren.”  “Minder over Bijbelverhalen, meer over meningen en andere verhalen.” “Wat er gebeurt in de wereld en daar dan je mening over geven.” Antwoorden van leerlingen die naar een christelijke school gaan, maar niet geloven in Jezus Christus of de Bijbel. Kinderen die naar een school gaan waar door (een wezenlijk deel van) het personeel dagelijks de dag begonnen wordt met stil staan bij de Schepper van hemel en aarde en Zijn Woord. Door bovenstaande kinderen en een deel van het personeel wordt actief of passief verzet geboden tegen datgene wat het onderwijs op een christelijk middelbare school tot bijzonder onderwijs maakt: de Bijbel als de inspiratiebron, als het boek waarin de stem van God klinkt, als de goede boodschap van Jezus Christus.

In het lesrooster is opgenomen dat het eerste lesuur 5 minuten eerder begint, zodat er tijd is voor de dagopening. 5 minuten op een dag met 24 uur, 5 minuten op een werkdag van 7,75 uur. Vijf minuten! Maar zelfs die vijf minuten zouden veel mensen liever besteden aan wat kletspraat, het verkondigen van hun mening over iets waar ze nauwelijks iets vanaf weten of het discussiëren over dingen zonder kennis van zaken te hebben. Begrijpelijk dat veel mensen zeggen: ”Schaf die dagopeningen toch af, die vieringen ook, daar zit toch geen hond op te wachten?!” En inderdaad, de mondigste mensen zijn vaak niet de gelovigen, die nog enige notie van autoriteit en gezag hebben, maar juist diegenen die het hardst schreeuwen om maar hun zin door te drijven en geleerd hebben op zichzelf te vertrouwen en assertief te zijn.

Maar, in die klassen die ogenschijnlijk vol zitten met ongelovige of onverschillige leerlingen, zitten vaak ook een aantal kinderen die wél willen weten wat er in de Bijbel staat, die wél geïnteresseerd zijn in de Bijbelse personen en die wél willen weten wat God doet, al gedaan heeft en nog zal gaan doen. Zij stellen vragen als: “Hoe ging Jezus om met ongelovigen?”, “Waarom is Hij voor ons gestorven?”, “Waarom werd Hij aan het kruis gehangen?”, “Hoe wist Hij wat Hem te wachten stond en hoe kon Hij toch doorgaan?” Wezenlijke vragen, oprecht en eerlijk, van kinderen die nadenken over wat ze horen en lezen. Die hun geest voeden, die kauwen op een idee of een gedachte en die gedachte opnemen of verwerpen. Laten we zulke mensen voeden met het goede voedsel van Gods Woord, het dagelijks brood dat onze zielen voedt en ons kracht geeft om door te gaan en de Weg te blijven volgen. Gods Woord waardoor de Geest Zijn Werk doet in ons denken en Die ons in rechte paden leidt, maar ook Die ons in liefde doet leven. Liefde voor de Schepper die zich uit in liefde voor de schepping. Binnenkort vieren we weer Kerst en staan we stil bij de geboorte van Jezus, “Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken”. (Tit_2:14Over deze goede werken schrijft Paulus iets verderop in de brief aan Titus: “Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik, dat gij ernstelijk bevestigt, opdat degenen, die aan God geloven, zorg dragen, om goede werken voor te staan; deze dingen zijn het, die goed en nuttig zijn den mensen”. Tit_3:8

Dat goede werken, liefdadigheidswerk en ontwikkelingshulp voortvloeien uit de aanwezigheid van christenen in een samenleving zal niemand verbazen, maar dit is niet waartoe een christen in eerste instantie opgeroepen wordt. Het beste dat je kunt doen is mensen het Evangelie vertellen! Het is het enige wat echt daadwerkelijk en blijvend verandering teweeg brengt.

Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”. 1Pe 2:12

Vandaar waarschijnlijk dat men de geboorte van Jezus placht te vieren in de meest donkere periode van het jaar…

Laat uw licht schijnen! “Jij in jouw klein hoekje, en ik in ’t mijn”!

Vrijuit getuigen van onze Heer en Zaligmaker

Het schooljaar is inmiddels alweer een week of wat bezig en de dagen rijgen zich aaneen. Naast het geven van biologielessen, heb ik het genoegen om mee te mogen en kunnen werken aan het organiseren van de verschillende vieringen die op school gehouden worden. Over het algemeen proberen we dat samen met leerlingen te doen en ik had enkelen gevraagd eens na te denken over liederen voor de komende kerstviering. Al vrij snel kwam één van hen met de suggesties ‘Imagine’ van John Lennon en ‘People help the people’ van Birdy, want “daarin komt toch ook God voor?” “Ja meneer, dit is wat actueler.” “Nou ja actueler, die echte kerstliederen, daar zit toch niemand meer op te wachten?” Vergelijkbare woorden sprak een gelovige collega toen hij uitlegde waarom hij geen dagopening meer deed. “Ik heb geen zin om elke keer weer die strijd aan te gaan. Die kinderen zitten er niet op te wachten en het zorgt maar voor confrontaties. Je moet geen paarlen voor de zwijnen werpen, weet je?” En ergens hoorde ik bijna iets knakken bij hem.

Geen nieuws natuurlijk, vergelijkbare woorden spraken Jezus en de profeten ook reeds (1 Kon.19:10, Jes. 53:1, Joh. 3:19, Rom. 10:16, 11:3). Waarbij we tegelijkertijd niet zouden vergeten dat het hen er niet van weerhield om met alle passie en geestdrift die zij hadden, te doen waartoe ze gezonden werden. Soms tot tranen bewogen en soms dodelijk bedroefd, maar nooit verzaakten zij hun plicht. Of zoals Paulus later aan Timothéus schrijft: “Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.(2 Timothéüs 4:5)

Dat het makkelijk zou zijn is nimmer gezegd, maar als er één ding is wat een gelovige zou doen, is het getuigen! Mensen vertellen over onze Heer en Zaligmaker. Dit is misschien niet direct een antwoord op eventuele vragen die ze hebben of de oplossing voor problemen die mensen op dit moment hebben, maar dat zijn zaken die voorbij gaan en veelal eerder dan we denken. Helaas komen er ook meestal weer nieuwe narigheden voor in de plaats en zo leiden we ons leven. getuigen van onze Heer en Zaligmaker

Ondanks alle problemen, zorgen en narigheden die we als mensen allemaal hebben, worden wij als christenen opgeroepen om blij te zijn. Blij in tijden van verdrukking, blij in tijden van zorgen, verblijdt u ten allen tijde. (Ps. 32:11, Matth. 5:11, Luk. 6:23, Filipp. 4:4, 1 Petr. 4:13) Ik vind het knap als u dit lukt, mij lukt het in elk geval lang niet altijd. Maar het is wel waartoe we opgeroepen worden en het is daarom wel mijn streven. Verdriet, pijn, lijden, zorgen: ze zijn er genoeg. Als christen heb je de hoop dat voor de gelovige alle dingen meewerken ten goede en dat je loon naar werken krijgt. Laten we dus met volle moed onze loopbaan lopen en ons oog op het loon houden. Laten we eerlijk zijn, daarvoor werken we toch immers ook? Omdat je ervoor betaald krijgt! Zo is het ook met het leven van een gelovige: we krijgen loon naar werken. We worden dan ook opgeroepen geen schatten hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Maar wie neemt dat tegenwoordig nog serieus? We worden in datzelfde hoofdstuk (Matth. 6) ook opgeroepen om ons niet druk te maken om wat we eten, drinken of waarmee we ons kleden. Maar laten dat nou gek genoeg precies de dingen zijn waar ook veel christenen zich zorgen om maken. Al die moeite die gedaan wordt om ons lichaam aantrekkelijk te maken/houden/presenteren: verbazingwekkend.

Goed, ik weet ook heus wel dat we in de periode leven die door de apostel Johannes omschreven werd als die van de Gemeente van Laodicea en hij was niet bijster positief over hen, maar enkele verzen verder staat er: “Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen”. Ook in onze tijd met haar lauwheid komen er nog mensen tot geloof, ook in onze tijd is er gelegenheid om te zaaien, te voeden en te onderwijzen. En nog geldt wat Jezus toen al zei: “Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote. (Matth. 9:37, 38)

Hemelse Vader, geef ons de moed om vrijuit van u te getuigen. Geef ons de kracht om door te gaan wanneer we moe zijn en neemt U weg wat ons verhindert om Uw wil te doen. Amen.

getuigen van onze Heer en Zaligmaker

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid? Nee, Hij is hard aan het werk!

In haar blog op de website van Elsevier schrijft Hala Naoum Néhmé een ontroerend stuk over haar j’accuse aan het adres van de Schepper. Het kwaad in de wereld en dan met name het leed en de pijn die mensen elkaar aandoen, drijft haar tot het stellen van vragen over het gebrek aan ingrijpen van God: “Waar is God, de Rechter van de aarde? Waar blijft de vervulling van Zijn belofte over vrede en rechtvaardigheid? Waarom staat Hij de bloedrivieren toe die vloeien in het Midden-Oosten en elders? Waarom staat Hij toe dat mensen die Hem blijven aanbidden met het zwaard worden beloond? Wat voelt Hij bij het zien van zo veel onvoorstelbaar kwaad? Moet Hij ook wenen? Wordt Hij weleens woedend over de wreedheid die zich meester maakt van deze planeet? Waarom grijpt Hij niet in wanneer de mens, schepsel naar zijn gelijkenis, zo gruwelijk wordt vertrapt door een medemens? Waarom laat Hij zijn almacht niet zien?”

Vragen die getuigen van inzicht en intelligentie. Deze weldenkendheid blijkt ook uit de rest van het stuk, waarin de schrijfster beroemde denkers als Socrates, Aristoteles en Thomas van Aquino vraagt om een antwoord. Mijns inziens slagen dezen hier niet in, wat haar uit doet komen bij het boek der Richteren in de Bijbel: “Maar als het goede toevalligerwijs tot het kwade kan leiden, leidt het kwaad dan ook tot het goede? Komt uit het bittere het zoete voort, zoals het Bijbelse boek van de Rechters stelt? Zo ja, dan is de prijs die nu in het Midden-Oosten wordt betaald, te hoog. De gruweldaden die zich dagelijks voltrekken voor onze ogen, lijken te veel om tot iets te leiden anders dan de mensheid op haar ziel te trappen.”

In het boek van de Rechters (Richteren) komen we een vergelijkbare gedachtewisseling tegen, in Richteren 6. Gideon geeft aan dat de ellende in het land zijn oorzaak vindt in het feit dat God hen verlaten heeft (Richteren 6: 13). Waarom God Zijn volk verlaten heeft lezen we enkele verzen eerder: “Ik ben de HEERE, uw God… maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest” (Richteren 6:10).

Hala Naoum Néhmé geeft aan dat de relatie die aanbidders van God met Hem hebben gewoonlijk bestaat uit formaliteiten. En daar ligt precies de crux. Zoals de Heer Zelf zegt: “Ik gruw van jullie rituelen en ceremonieën” (Jesaja 1: 11-17, Jeremia 6:20, Amos 5:21). Reeds in het Oude Testament, wat zo bekend staat als vol met wetten, regels en slachtingen, reeds honderden jaren vóór de geboorte van Jezus keurde God Zelf al de religie van de mens af! De Heer vraagt niet om rituelen, Hij wil geen religie. Wat Hij van de mens vraagt is GELOOF, LIEFDE! Jezus Zelf zei dit met de woorden: “Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering” (Matthéüs 9:13). We hoeven ons niet beter voor te doen dan we zijn. Hij vraagt van ons niet dat we onszelf en onze omgeving verbeteren naar eigen inzicht. Want precies dát is de oorzaak van een groot deel van het leed en de pijn die wij elkaar aandoen. Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

De hele geschiedenis van de mensheid door heeft Hij profeten gestuurd en stuk voor stuk zijn ze gedood door de religieuze leiders (Handelingen 7:52). Uiteindelijk stuurde God Zijn eigen Zoon in de persoon Jezus (Matthéüs 21:37, Markus 12:6, Lukas 20:13), Die de boodschap bracht: “Heb uw naaste lief als uzelf en God boven alles!” (Markus 12: 29-31). Hem hebben ze ook gedood. De Man Die de Liefde predikte, werd gehaat en gedood. Zijn woorden aan Zijn volgelingen luidden: “De wereld zal u haten, want ze hebben mij gehaat”(Matthéüs 10:22, 24:9, Marcus 13:13, Lukas 21:17, Johannes 15:18, 24 en 25, 17:14) en: “In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen!”(Johannes 16:33). Geen hoopgevende boodschap voor onze tijd hier op aarde, maar hier ligt onze toekomst ook niet! Zoals Hij opvoer naar de Hemel, zo zullen wij daar ook zijn (2 Korinthe 5:1, Efeze 2:6, Filippenzen 3:20). Tot die tijd doet Hij een werk ín en dóór de gelovigen. (Filippenzen 1:6).

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

God is níet onverschillig, Hij is wóedend om al dit onrecht! De hele schepping kan Zijn verdriet en Zijn woede niet bevatten, maar Hij houdt die nu nog in. Nóg is er tijd voor bekering, nóg is er tijd om goed te doen. Hij doet niet niks, maar Hij werkt, in het verborgene (Habakuk 1:5). Hij werkt ín en dóór de gelovigen en zij zouden zich daarvoor laten gebruiken en niet bezig zijn met allerlei oppervlakkige zaken of holle religieuze aangelegenheden. God roept de mens tot geloof en dat geloof zou uitwerking hebben in je leven. Je geloof in God toont zich als het goed is onder meer in je liefde naar andere mensen. De gelovige wordt namelijk wel degelijk opgeroepen tot goede werken (Matthéüs 5:16, Efeze 2:10, Colossenzen 1:10, 1 Timothéüs 5:10, 6:18, Titus 2:7, 14, 3:8, 14, Hebreeën 10:24 en 1 Petrus 2:12). In de eerste plaats is dat de prediking van het evangelie, daarnaast ook liefde voor je medemens. Wanneer men zijn medemens liefheeft, is er een hoop minder leed en pijn op de wereld.

God is niet onverschillig voor het leed van de mensheid. De mensheid is onverschillig voor God en daarom lijdt zij!

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

Is God onverschillig voor het leed van de mensheid?

Gij goede en getrouwe dienstknecht!

Tijdens Zijn omwandeling op aarde leerde en onderwees de Here Jezus Zijn toehoorders. In de eerste plaats natuurlijk Zijn directe volgelingen, maar doordat het opgeschreven is in de Bijbel, worden tot op de dag van vandaag mensen onderwezen in Gods plan met Zijn schepping.

Eén van de manieren waarop de Here Jezus Zijn toehoorders onderwees, was door het vertellen van gelijkenissen. Hij gebruikte in Zijn gelijkenissen situaties die we tot op de dag van vandaag (her)kennen. Denk aan de gelijkenis van de zaaier, of van de goede herder, van het onkruid, stuk voor stuk situaties die ook heden nog aanspreken en herkenbaar zijn. Het mooie aan deze gelijkenissen, maar dit gaat natuurlijk op voor de hele Bijbel, is dat er veel meer in verteld wordt dan je in eerste instantie begrijpt. Voor de nieuwsgierigen onder u naar de uitleg van deze gelijkenissen, zie www.bijbels-panorama.nl.

In dit stuk wil ik op heel eenvoudige wijze stil staan bij de gelijkenissen van de talenten en de ponden. Op geen enkele wijze pretendeer ik deze gelijkenissen recht te doen door ze te bespreken en het zal een verre van volledig stuk zijn waar het de betekenis en boodschap van deze gelijkenissen betreft. Wat ik wel wil zeggen met dit stuk is dat het mij onlangs trof dat de Heer hier complimenten geeft aan Zijn dienstknechten. goede en getrouwe dienstknecht

In de beide gelijkenissen gaat het over een Heer Die naar een ver land reist en Zijn dienstknechten achterlaat met ponden dan wel talenten. In Matthéüs 25:14 wordt gesproken over ‘Zijn goederen’. Hij geeft een ieder van Zijn dienstknechten naar hun vermogen met de opdracht: “Doet handeling, totdat ik kome”, in Lukas 19:13. Vervolgens vertrekt de Heer naar het buitenland. De knechten gaan ieder vervolgens met de opdracht en de hun toevertrouwde ponden danwel talenten hun eigen weg.

Dan komt de Heer terug en als Hij Zijn dienstknechten hoort vertellen over wat zij gedaan hebben met wat Hij hen gaf is hij complimenteus: “Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! Over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren”.

Wanneer je deze gelijkenissen over de geschiedenis legt, valt de parallel te trekken met de Heere Jezus en Zijn dienstknechten, wij dus. In Handelingen 1:8 vertelt Hij dat we de kracht van de Heilige Geest zullen ontvangen en dat we Zijn getuigen zullen zijn tot aan de einden der aarde. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat de mensen tot wie Hij deze woorden sprak, in hun dagen deze woorden ook vervuld hebben. In de dagen van Handelingen ís het evangelie gepredikt over de hele wereld. En dit is gebeurd gedurende elke generatie sindsdien. Dat is mijn oprechte overtuiging. Wel zijn er tijden geweest dat het voornamelijk in het verborgene gebeurde, terwijl in andere perioden openlijker gepredikt werd.

Na Pasen volgde relatief snel Hemelvaart en ‘vertrok de Heer naar een vergelegen land’ en met Pinksteren volgde de uitstorting van de Heilige Geest in de harten der gelovigen, een ieder naar zijn vermogen. Sindsdien krijgt iedere gelovige die Geest in zijn hart op het moment dat hij tot geloof komt. Die Geest doet Zijn werk ín en dóór ons, naar de mate waarin wij vanuit geloof leven. En daar krijgen we nog loon voor ook! Sterker nog, wanneer wij voor de Heer staan en rekenschap af moeten leggen van wat wij gedaan hebben met wat Hij ons gaf, is de kans groot (2/3 volgens de betreffende gelijkenissen, maar hier durf ik geen geld op in te zetten) dat Hij tot ons zegt: “Gij goede en getrouwe dienstknecht!”.

Wat een compliment! Wat een geweldig compliment, God Zelf Die tegen ons, tegen u en mij persoonlijk zegt: “Gij goede en getrouwe dienstknecht!”. Stel je voor dat je voor de Heer staat, ik weet het, dit kúnnen we ons niet voorstellen, maar goed, Hij kijkt je diep in je ogen, legt een hand op je schouder, geeft je een schouderklopje en zegt: “Goed gedaan!”

Hij zegt niet: “Ja, dat was normaal! Je had Mijn Geest, dus natuurlijk deed je dat goed.” Nee, Hij is in alles ons gelijk geweest en weet hoe het is om mens te zijn, Hij wéét hoe zwak ons vlees soms is, hoeveel pijn en moeite het leven soms kan kosten. Natuurlijk, wat voor de één veel moeite kost is voor de ander een eitje. Sommige mensen worstelen met zaken waar de meesten ogenschijnlijk helemaal geen last van hebben. En de meeste mensen vinden het ook normaal dat men er geen last van heeft, want wat voor de meeste mensen geldt wordt al snel als norm beschouwd. Wanneer de meeste mensen ergens moeite voor moeten doen en enkelen dit makkelijk afgaat beschouwen die enkelen dat vaak als terecht en erkenning van het idee dat zij beter zijn dan de meeste anderen.

Maar laten we onszelf niet voor de gek houden. Ik weet het, 10 regels geleden zaten we met ons hoofd in de wolken en onze gedachten nog in hemelse sferen en nu is het opeens diep bukken naar het lage aardse niveau van onze dagelijkse omgang met onze medemens. Maar iemand zei mij eens: “Je houding ten opzichte van God wordt weerspiegeld in je houding ten opzichte van Zijn schepping en in de eerste plaats je naaste en je medemens.” En ik ben het daar persoonlijk wel mee eens.

Natuurlijk zijn er een heleboel dingen normaal om te doen en is het goed om je normaal te gedragen. Maar wees je ervan bewust dat we allemaal falen en tekort schieten. Niets menselijks is ons vreemd. We hebben allemaal gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Echter, wees je er ook van bewust dat Jezus voor alle mensen gestorven is, dat voor God dus de mens juridisch dood is. Dat Hij voor onze zonden gestorven is, dat dus onze zonden vergeven zíjn, 2000 jaar geleden al.

Dus ja, we doen zonden, ja, we doen elkaar tekort, ja, het is een compliment waard als iemand iets goed heeft gedaan. Zeker waar hem of haar dat tot dusverre niet lukte ondanks dat het voor anderen de normaalste zaak van de wereld is.

Deze overdenking sluit ik graag af met de woorden van 1 Petrus 1, vers 22 en 23: Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart; Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

goede en getrouwe dienstknecht

Viering en verdrukking

Kent u de film ‘The fighting temptations’? Deze gaat over het gospelkoor van een klein kerkje ergens in het Zuiden van de Verenigde Staten. De kerk en het koor hebben betere tijden gekend. Dan komt de hoofdpersoon van de film en deze krijgt de opdracht om het koor nieuw leven in te blazen. Ogenschijnlijk een onmogelijke opdracht, maar met christenen van allerlei pluimage lukt dit uiteindelijk natuurlijk toch. Halverwege de film komt de dominee eens polshoogte nemen. Misschien wat verrast door de stijl, maar ook aangestoken door het enthousiasme van het koor zegt hij: “Zolang ze Gods Naam eren, vind ik het prima!” Om vervolgens wel te bedenken: “De mensen in de kerk staat een verrassing te wachten op zondag …” Viering en verdrukking

Vergelijkbare woorden sprak onze directeur gisteren na afloop van de Paasviering. Zoals u misschien weet heb ik het genoegen werkzaam te zijn op één van de christelijke middelbare scholen in Nederland. Het christelijke karakter van de school uit zich vooral in de Kerst- en Paasviering (soms wordt er ook een Pinksterviering georganiseerd) en officieel houdt elke leraar het eerste uur een dagopening, hoewel er helaas (veel) leerlingen zijn die zeggen in 3 jaar tijd nooit een dagopening te hebben gehad. Veel docenten beweren dan: “die kinderen zitten daar echt niet op te wachten hoor”. Anderen geven aan dat zij geen zin hebben om hun hoofd op het hakblok te leggen. Begrijpelijk natuurlijk: de gemiddelde klas heeft bijna 30 leerlingen, die meestal een stuk mondiger zijn dan hun ouders als puber waren. Zeker wanneer zij in ‘de klas’ zitten, voeren diegenen de boventoon die geleerd hebben assertief te zijn en voor zichzelf op te komen, ‘want een ander doet het niet voor je’. Kinderen die van huis uit een christelijke opvoeding gehad hebben, kennen toch wat meer hun plek. Zij weten dat we op een dag rekenschap af moeten leggen van wat we gedaan hebben met het leven dat we kregen. Op één of andere manier merk je bij die kinderen vaak nog dat zij weten dat hun ouders autoriteit hebben over hen, en dat ook hun ouders een autoriteit boven zich weten, een autoriteit hoger dan hier op aarde.

Natuurlijk is het zo dat veel docenten vanuit een stuk plichtsbesef of roeping een dagopening houden. Volgens een collega komt de kern van deze dagopeningen veelal neer op: echte vriendschap overwint alles! Wat, volgens hem, uit eigen ervaring sprekend, helaas niet waar is. Anderen gebruiken de dagopening om kinderen een stukje waarden en normen voor te houden. Iets wat aansluit bij de inhoud van de meeste mentorlessen, die tot doel hebben bij te dragen aan ‘sociaal-emotionele vaardigheden voor actief burgerschap’. Viering en verdrukking

Vandaag (Goede Vrijdag 2014) is het bijna 20 eeuwen geleden dat Jezus die bekende woorden sprak: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld” (Johannes 18 : 36). Maar tot op de dag van vandaag lijken christenen overal ter wereld bezig het tegendeel te bewerkstelligen. Men is maar bezig met allerlei wetten, regels en beleidsplannen, om maar de uitwerking van de Geest zelf tot stand te brengen. Iets wat tot op heden niet gelukt is. We falen allemaal, stuk voor stuk en elke dag weer, en voor zover we dat zelf niet doen zijn er wel anderen waarvan we vinden dat zij falen of tekort schieten. En door middel van therapieën, handelingsplannen en dergelijke proberen we dan toch het tij te keren. Viering en verdrukking

Het tij is niet te keren. De mens deugt niet, omdat de aarde niet deugt (1 Johannes 5 : 19), de aarde deugt niet omdat degene die er de macht over heeft niet deugt (Johannes 16 : 11, Efeze 2 : 2), deze deugt niet omdat hij zich niet aan God ondergeschikt wilde weten, (Jesaja 14 : 12, 13) maar zelf de mooiste, grootste, belangrijkste persoon wilde zijn. Een gedachte die we wellicht allemaal wel eens herkennen bij onszelf, toch? Viering en verdrukking

Wat wij ook kennen is het Woord van God en Hem over Wie het Woord spreekt. Door het geloof hierin weten wij ons kinderen van Hem (Romeinen 8 : 14-16), door te geloven in Zijn Woord ontvangen wij Zijn Geest in ons hart en die Geest is het Die ons leidt en ons leert wat Hij wil dat wij weten kennen en kunnen. (Efeze 1 : 18, Titus 2 : 12. 1 Korinthe 2 : 13). Wat het is dat Hij wil dat wij doen? Van Hem getuigen natuurlijk, het evangelie prediken! (Johannes 15 : 27, Handelingen 1 : 8) Nee, sorry, daar bereikt u ogenschijnlijk bar weinig mee, de meeste mensen zitten er niet op te wachten en vinden het onzin. En inderdaad, de prediking van het evangelie is dwaasheid voor een ongelovige, (1 Korinthe 1 : 18) maar Pasen is een christelijk feest, sterker nog, volgens mij is Pasen het allerbelangrijkste christelijke feest.

Daarom was het zo mooi om gisteren met enkele honderden tieners Pasen te vieren. Vieringen waarbij leerlingen vertelden wat Pasen voor hen betekent (“niet dat ik heel christelijk ben, maar ik geloof wel in de dood en opstanding van Jezus Christus, Die stierf voor onze zonden en weer opstond uit de dood en nu leeft in de harten van de gelovigen, zolang de wereld bestaat”), een band met enkele leerlingen die zongen: “Zie hoe Jezus daar loopt in Jeruzalem”. Leerlingen die voorlazen uit de Bijbel over Jezus en Barabbas bij Pilatus, Jezus met de moordenaars aan het kruis, en Jezus Die is opgestaan uit de dood.

Mooi was het vooral ook om MC Prophet en Rivelino “Opnieuw geboren, ja, ik ben opnieuw geboren” te horen zingen. Te midden van honderden tieners die niet meezongen, omdat zij donders goed weten wat er bedoeld wordt met die woorden en dat het jaar door belachelijk maken. Nergens woedt de strijd om de ziel van een mens feller dan daar waar gelovigen en ongelovigen samen leven. Het meest ontroerende vond ik het om tientallen leerlingen te horen en zien zingen: “Opnieuw geboren, ja, ik ben opnieuw geboren”.

Zo’n viering maakt alle trammelant die je door die geestelijke strijd meemaakt meer dan waard. Ja ik dank u voor Uw genade o Heer! Want die is mij genoeg.

Viering en verdrukking

Ere zij God…

Ere zij God

… in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen

Tijdens de Kerstdagen zitten de kerken vaak voller dan anders. Mensen die op zondag vaak andere dingen prioriteit geven, besluiten tijdens Kerst tóch naar de Kerk te gaan, om welke reden dan ook. Met Pasen is dat helaas al minder, terwijl dát toch het belangrijkste en meest betekenisvolle Christelijk feest is. Met de verschillende Kerstvieringen worden er ook stukken uit de Bijbel voorgelezen: Jesaja 9, Micha 5 en Matthéüs 2 zijn waarschijnlijk de meest gedeclameerde stukken samen met dit gedeelte uit Lukas 2:

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde. En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe. En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. (Lukas 2 : 7-14)

Bethlehem: Huis van Brood

De mythe dat Jezus in een stal zou zijn geboren vindt zijn oorsprong in de vermelding van de kribbe, de voerbak. Het gebruikte Griekse woord voor kribbe staat in het Hebreeuws ook voor broodbak. Wat natuurlijk gewoon een verwijzing is naar wat Jezus later Zelf zegt: “Ik ben het brood des Levens”. Eén van de redenen waarom Hij in Bethlehem werd geboren, Bethlehem betekent immers Huis van het Brood! Ook het feit dat er geen plaats was in de herberg heeft ook tot veel misverstanden geleid. Stel dat Jozef en Maria niet alleen waren, maar (veel) personeel en/of familie bij zich hadden, in dat geval zou er ook geen plek voor hen geweest zijn in een herberg, simpelweg omdat de herberg te klein zou zijn. Dat dit geen vreemde gedachte is blijkt uit het feit dat Jozef en Maria Jezus op 12-jarige leeftijd een keer kwijt zijn en Hem een dag lang zoeken tussen de bekenden en familieleden, die samen met hen op reis waren. Een andere reden waardoor er voor Jozef en Maria géén plaats zou zijn geweest in de herberg was omdat zij op het punt stond te bevallen en de Joden hebben vrij strenge reinheidswetten, ook op dat gebied. Ere zij God

De stal, de ezel en de Wijzen

De stal? Deze staat niet in de Bijbel vermeld. De ezel? Wordt ook niet genoemd. De Wijzen? Er staat nergens dat het er drie waren, zij gaven wel drie cadeaus, namelijk goud, wierook en mirre. Er staat niet dat zij in de stal langskwamen, maar in het huis. Tot zover de mythe van het kerstfeest. Natuurlijk gaat deze veel verder en wordt dit door de commercie van harte en met veel enthousiasme uitgebuit. Wat me echter het meest tegen de borst stuit is de veelgehoorde kreet: “Vrede op aarde!” om vervolgens dit als verwijt of contrasterende opmerking te plaatsen bij elke gelegenheid die zich voor doet. Zoals gewoonlijk wordt deze zinsnede gezien als opdracht. Helaas is dit met veel meer uiterlijke toestanden of praktische zaken: men ziet het als opdracht, als iets wat je moet doen om zodoende een beter mens te worden, de wereld te verbeteren en het koninkrijk van God op te richten. Zoals altijd vergeet men – al dan niet bewust – de volgorde of de rest van de zin. Deze begint namelijk met: “Ere zij God…”. En zo is het met heel de Bijbel: “In den beginne schiep God…” lezen we in het Oude Testament, “Zoek éérst het Koninkrijk van God…” lezen we in het Nieuwe Testament.

Het gaat niet om ons, niet om wat wij doen, het gaat om God en wat Híj doet! Geeft God de eer die Hem toekomt, Hij brengt vrede op aarde, Hij brengt in de mensen een welbehagen!

Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn. (Filippenzen 4 : 4-9)

Ere zij God

Vergeving

“Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren”, zomaar een zinsnede uit het ‘Hogepriesterlijk gebed’ ook wel bekend als ‘Het Onze Vader’. We leren hier dat ons onze schulden vergeven zíjn, immers, het is geen vraag, maar de vaststelling van een feit. Dan rijst de vraag wel, vergeven wij elkaar ook?

In de Bijbel lezen wij reeds in Genesis dat zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt (Gen. 9 : 6), of anders geformuleerd; Óog om oog, tand om tand (Ex. 21 : 24), wat de één de ander misdoet, moet de ander terug doen om de rekening te vereffenen. Ook wel bekend als de ‘Lex Talionis’ of ’tauthopatheia’. Op die manier blijf je elkaar leed toebrengen en schade berokkenen. De situatie blijft in stand, of, in de meeste gevallen, gaat van kwaad tot erger, want laten we eerlijk wezen, wanneer iemand u of mij iets aandoet, of wij in elk geval het idee hebben dat die persoon dat doet, is de neiging groot om die persoon terug te pakken en liefst net iets meer, erger of harder. Natuurlijk zijn dit lang niet altijd hele schokkende dingen, het kan ook gaan om net die ene verkeerde opmerking die op meerdere manieren opgevat kon worden en door de ander net precies op de meest verkeerde manier opgevat werd. De ander reageert met een opmerking die u, voor uw gevoel, onnodig diep kwetst en de rapen zijn gaar, dan wel de poppen zijn aan het dansen.

Hoe vaak komt dit niet voor? En hoe onnodig?! We zijn geen van allen een haar beter dan de ander, dus ook wat dat betreft hoeven we ons niets te verbeelden, maar hoe vaak en hoe graag doen we dat niet toch oh zo graag?! Er zijn namelijk echt wel dingen waarin wij beter zijn dan iemand anders en hoe verleidelijk en ego strelend is het dan om dit de ander te laten merken.

Denk aan die farizeeër en tollenaar (uit Lukas 18 : 10-13), de farizeeër die uitgebreid de tijd neemt om God te danken hoeveel beter hij is dan anderen, die afsluit met zijn deugden op te sommen. De tollenaar staat hiermee in schril contrast. Van hem geen grote woorden, geen uitweiden over hoe zeer hij tekort schiet of vraagt om wat hij allemaal zou willen. Hij kent zichzelf en hij kent God, wat zeer goed blijkt uit de weinige woorden die over zijn lippen komen: “O God! wees mij zondaar genadig!”

“O God! Wees mij zondaar genadig!” Wat kunnen we nog meer zeggen wanneer we onszelf kennen en wanneer we God kennen. En we kúnnen Hem kennen, dit zegt Hij Zelf in Zijn Woord, in dezelfde Schriftplaats waar Hij Zijn volgelingen Zijn vrienden noemt  (Joh. 15 : 15). Wát wij ook gedaan, gezegd of gedacht hebben, Hij ís ons genadig, élke keer wéér. Sterker nog, kent u die misdadigers die naast Jezus aan het kruis hingen? Gestas en Dismas heetten zij. Gestas daagde Jezus uit om hen alle drie van het kruis te halen, terwijl Dismas erkende dat hij en Gestas terecht gedood werden, maar dat Jezus onschuldig was, waarop hij aan Jezus om een gunst vroeg: “Here, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.” (Lukas 23 : 43) En Jezus spreekt tot hem die woorden die Hij ook nu nog tot ons spreekt, elke dag weer: “Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” Of zoals Paulus schrijft: “Wij zijn mét Hem gezet ín de Hemel” (Ef 2 : 6), nu al! Maar daarover in een ander blog meer.

Hij hééft ons vergeven, meer dan 2000 jaar geleden al, álles! Dit mogen en kunnen we héél zeker weten. Sterker nog, we mogen daaruit leven, het is de basis van ons leven, alles is ons vergeven, niets wat we doen doet daaraan af, alles wat we doen, denken en willen was toen al bekend bij Hem en Hij heeft ermee afgerekend. De aanklacht die tegen ons elke dag weer door satan wordt ingediend bij God, wordt elke dag weer, voortdurend, schoongespoeld met het bloed van Jezus Christus. Denk aan een schoolbord waar iemand klachten over jou probeert op te schrijven, terwijl een ander er de brandslang op heeft staan en het de hele dag door, dag in dag uit schoonspuit. Witter dan sneeuw, schoner dan we ons voor kunnen stellen, zo stelt de Here Jezus Christus ons voor. Zo zouden wij elkaar ook zien, maar daar ligt het probleem, bij onze waarneming. Wat onze zintuigen worden voortdurend voor de gek gehouden, door van alles en nog wat. Daarom zouden we ons denken niet laten beïnvloeden door wat we van elkaar zien, maar door Zijn Woord. Zijn Woord doet Zijn Werk in ons en heeft Zijn uitwerking in ons leven. Wat wij zouden doen is elkaar liefhebben, maar meer nog, Hém liefhebben, met alles wat we hebben en doen. Vanuit onze liefde voor God, kúnnen we elkaar niets meer kwalijk nemen, maar dienen wij elkaar.

Of zoals Micha al zei: “Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?” (Micha 6 : 8)

Eén algemene christelijke kerk

De meesten van u zullen wel eens gehoord hebben van de “apostolische geloofsbelijdenis”, ook wel “de twaalf artikelen van het geloof” genoemd. Volgens mij zet iedere wedergeboren christen, van welke denominatie dan ook, hier zonder twijfel zijn handtekening onder. Enige aarzeling komt misschien nog voort uit het feit dat christenen met een gedegen Bijbelkennis ieder van de 12 artikelen van een toelichting dan wel uitwerking zouden willen voorzien, maar kort samengevat is deze geloofsbelijdenis wat iedere wedergeboren christen gelooft. Eén algemene christelijke kerk

Mensen die zich wel christen noemen, maar niet geloven wat er in deze geloofsbelijdenis beschreven staat, zorgen slechts voor verwarring over de term christen en zouden zich beter beperken tot het kenmerk of de omschrijving “humanist”. In mijn ervaring willen zij namelijk wel een “goed mens” zijn, maar geloven zij niet in de dood, opstanding en hemelvaart van Jezus Christus.

De apostolische geloofsbelijdenis is, ondanks dat de naam anderszins doet vermoeden, niet geschreven door (één van) de apostelen. Zij is wel opgesteld op basis van de geschriften van de apostelen. Een eerste aanzet werd vermoedelijk gegeven door Ireneus (2e eeuw na Christus) en de tegenwoordig gangbare formulering werd waarschijnlijk voor het eerst op schrift gesteld door Pirminius (8e eeuw na Christus).

Ieder punt of artikel van deze geloofsbelijdenis is Bijbels, dus ook de formulering één heilige algemene, christelijke kerk. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen orthodox, rooms of protestant: als christen is men slechts lid of deel van de Gemeenschap der Heiligen, de Gemeente der Eerstgeborenen.

Onderscheid tussen verschillende groeperingen en stromingen van gelovige christenen is pertinent niet Bijbels. Wat niet wil zeggen dat het niet in de Bijbel voorkomt dat gelovigen zich verdeelden in verschillende stromingen. Paulus komt bij de gelovigen in de gemeente te Korinthe de situatie tegen dat men zich verdeelt in groepen. Iedere groepering volgde een eigen voorganger. De ene groep volgde Paulus, een andere groep Petrus of Apollos, terwijl weer anderen zeggen van Christus te zijn. Deze toestand duurt tot op de dag van vandaag. Niet alleen verdeeld in orthodox, protestant of rooms, maar bijvoorbeeld in Nederland ook weer in allerlei kleinere groepjes als evangelisch, gereformeerd, hervormd of anderszins. Volgens de Bijbel is dit gedrag dat hoort bij kleine kinderen, zuigelingen die nog borstvoeding nodig hebben en die niet zelf hun voedsel kunnen kauwen. Waarbij voedsel dan staat voor alles wat wij tot ons nemen, geestelijk of lichamelijk. In geestelijk opzicht is de parallel te trekken met mensen die niet zelf nadenken (kauwen), maar aannemen wat anderen hen vertellen, zoals zuigelingen zonder te kauwen de melk doorslikken die zij te drinken krijgen.

Zoals het de taak is van ouders om hun kinderen op te voeden tot zelfstandige volwassenen, zo is het ook de taak van voorgangers, oudsten en andere leraars om wedergeboren christenen op te laten groeien tot volwassen gelovigen, die zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die zij maken op grond van de vrijheid die wij in Christus Jezus hebben.

In dezelfde Bijbelpassage waar (afkeurend) gesproken wordt over verdeeldheid onder gelovigen, staat geschreven dat Christus het fundament is waar Gods gebouw op staat. En Christus is niet verdeeld! Zijn Lichaam bestaat wel uit verschillende ledematen die ieder heel verschillend zijn, maar het is hetzelfde bloed dat er doorheen stroomt en dezelfde Geest die erin woont, met Christus als het Hoofd en als onze Leidsman. Laten we Hem volgen, met Hem leven en ons niet blind staren op de zaken die ons op aarde verdelen, maar laten we elkaar liefhebben zoals Hij ons liefheeft.

Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus.

Eén algemene christelijke kerk